Bestel het Psychologie Woordenboek
- 608 pagina’s met ruim 5000 woorden, termen en begrippen en meer dan 140 biografieën.
- Een must voor iedere student, therapeut, wetenschapper en arts.
- € 59,00
- Garant Uitgevers NV
Splitting
Dit is het basisafweermechanisme bij personen met een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Tegenstrijdige
gevoelens ten aanzien van zichzelf of een ander kunnen niet geïntegreerd worden tot één geheel, maar worden
afwisselend beleefd. De persoon heeft het gevoel of helemaal slecht of helemaal goed te zijn.
Dit gevoel van helemaal goed of helemaal slecht geldt ook ten aanzien van personen in zijn omgeving.
Dit leidt tot sterk wisselend gedrag, waarbij iemand die vandaag nog bovenmatig geïdealiseerd wordt (primitieve
idealisatie) na een onvermijdelijke teleurstelling, morgen gezien kan worden als de slechtste mens op aarde (devaluatie).
De eerste ervaringen van onlust en van een onvermijdelijk tekortschieten van de moeder (of eerste verzorger)
om de behoeften van het kind direct te bevredigen, confronteren het kind met de 'onlustvolle'
kanten van de realiteit (het zogenaamde realiteitsprincipe). Dit zou volgens o.a.
Melanie Klein ertoe leiden dat de baby al tijdens de eerste levensmaanden zijn agressieve
impulsen projecteert en zijn conflict tussen liefde- en haatgevoelens oplost door het primaire
object op te splitsen in een goed en slecht object (goede en slechte moeder). Omdat het
kind nog geen onderscheid kan maken tussen zichzelf en andere personen, zoals zijn moeder, zou het door zijn eigen
boosheid te projecteren al angst ontwikkelen voor de afgesplitste 'slechte' moeder.
Ook zou het kind, de moeder die vanwege haar niet onvoorwaardelijk liefde (not-good-enough mother) als gevaarlijk worden
ervaren, dit kunnen veranderen in een goede moeder door zelf een 'goed' kind te zijn.
Aldus, volgens deze emotionele logica, zouden de basispatronen voor noties van goed en kwaad,
de inhouden van het geweten, al tijdens deze fase worden opgebouwd.
Deze vroege symbiotische fase met de moeder wordt ook wel de fase van het primaire narcisme genoemd.
De grenzen tussen het zelf en personen in de omgeving zijn nog vloeiend en diffuus.
In een illusoire beleving van omnipotente (almachtige) fusie met andere personen, zoals de moeder, wordt
het zelf opgebouwd middels mechanismen als introjectie, projectie, opsplitsing en idealisering van zelf- en objectbeelden.
Deze emotionele mechanismen blijven in latere levensfasen een rol spelen in de gewetensvorming
en narcistische karaktereigenschappen.
