Mensen met een eetstoornis hebben een gestoord eetgedrag. Ze eten niet als ze honger
hebben, leggen zichzelf strenge dieetregels op die schadelijk zijn voor hun lichaam,
of verzwelgen in een opwelling grote hoeveelheden -meestal ongezond en calorierijk
voedsel.
Alles wat met eten en voedsel te maken heeft, is voor hen beladen. Hun leven wordt
beheerst door (de gedachte aan) eten.
De meest voorkomende eetstoornissen zijn anorexia nervosa en bulimia nervosa.
Bij anorexia nervosa is er sprake van een enorme angst om dik te worden, terwijl men
juist weinig weegt. Bij bulimia nervosa heeft men regelmatig vreetbuien en probeert men
gewichtstoename te voorkómen door zelfopgewekt braken of gebruik van laxeermiddelen.
De laatste jaren is er toenemende aandacht voor de eetbuistoornis, ook wel vreetbuistoornis
of Binge Eating Disorder genoemd. De eetbui-stoornis lijkt op bulimia nervosa, maar
dan zonder het schadelijke compensatiegedrag, zoals braken en gebruik van laxeermiddelen.
Anorexia nervosa en bulimia nervosa komen vooral bij vrouwen voor. Slechts
één op de tien tot twintig patiënten is een man. De ziekte begint meestal
in of vlak na de puberteit.
Anorexia nervosa betekent letterlijk "gebrek aan eetlust door een nerveuze
oorzaak ". Dit is echter een ongelukkige benaming, omdat mensen met anorexia nervosa wel
eetlust hebben, maar die het grootste deel van de tijd negeren. Ze eten weinig, omdat ze
bang zijn dik te worden. Anorexia nervosa patiënten hebben geleerd om signalen van
honger te negeren of niet meer te voelen. De stoornis zou beter "lijnziekte " genoemd kunnen
worden, want patiënten willen zo weinig mogelijk calorieën naar binnen krijgen,
met andere woorden: ze vasten. Ze slaan maaltijden over, gooien hun lunchpakket weg of
schuiven het eten 's avonds heen en weer op hun bord zonder er veel van te nemen. Het
weinige dat ze eten, verloopt vaak volgens een vast, dwangmatig patroon; ze knabbelen
bijvoorbeeld om de twee uur op een rauw worteltje, maar kunnen soms ook vreetbuien hebben.
Daarnaast doen ze vaak aan sport om zodoende nog meer gewicht te verliezen. Anorexia
nervosa patiënten zijn dan ook in de regel extreem mager.
Patiënten met anorexia
hebben een verstoord beeld van hun eigen lichaam. Ze vinden zichzelf te dik, ook al zijn ze
broodmager.
Omdat de omgeving er meestal erg op aandringt dat ze meer moeten eten, terwijl dat de
patiënten juist erg tegenstaat, komt het vaak voor dat anorexia patiënten voor
de omgeving verbergen dat ze zo weinig eten. Ze halen daarvoor soms allerlei trucs uit,
zoals stiekem gaan braken, eten weggooien, zeggen dat ze net al gegeten hebben,
enzovoorts. Ze weten, trouwens net als bulimia nervosa patiënten, meestal alles af
van diëten en calorieën, en zijn daar een groot deel van de dag in hun gedachten
dwangmatig mee bezig. Dit wordt vaak als een grote last ervaren, omdat het weinig ruimte
laat voor gewone of plezierige gedachten en bezigheden.
Bulimia nervosa betekent letterlijk: "honger hebben als een rund". Ook deze benaming klopt niet helemaal, omdat de patiënten in een korte periode heel veel eten en daarmee doorgaan, ook als ze geen honger meer hebben. Iemand met bulimia nervosa lijdt aan vreetbuien.
De patiënte voelt dat als een tekort aan zelfbeheersing. Om niet te dik te worden door de vreetbuien wekken bulimia nervosa patiënten vaak zelf braken op, misbruiken ze soms laxeermiddelen of doen aan extreme lichaamsoefeningen. Zij kunnen heftig lijden onder het idee dat zij te dik zijn of dat hun lichaam niet mooi genoeg is, ook als daar objectief geen aanleiding voor is.
Eten en lichaamsgewicht zijn een obsessie voor hen. Ze tobben over wat ze wel en wat ze niet moeten eten en wat daarvan de gevolgen voor hun uiterlijk zullen zijn. Hierdoor kunnen ze zich moeilijk op andere dingen concentreren, wat ook gevolgen heeft voor hun sociale leven. Tegelijkertijd doen ze enorm hun best om de buitenwereld niets te laten merken van hun getob en hun problemen.
Over de oorzaken van anorexia nervosa en bulimia nervosa is nog maar weinig bekend. Wel wordt verondersteld dat biologische, sociale en psychologische factoren van invloed kunnen zijn. Er zijn aanwijzingen dat erfelijkheid een rol speelt. Daarnaast komt het voor dat ernstige traumatische ervaringen in de jeugd, zoals bijvoorbeeld incest, ten grondslag kunnen liggen aan de eetproblemen.
De in onze maatschappij geldende norm "slank is mooi " legt een grote druk op vrouwen om aan dit ideaalbeeld te voldoen. In westerse landen hebben de meeste vrouwen wel eens aan de lijn gedaan. Anorexia nervosa begint vaak met gewoon lijnen bij een normaal gewicht. Vroeger werd wel gedacht dat de oorzaak of "schuld " lag bij ouders of opvoeding. Daar is men op teruggekomen.
De psychische verschijnselen die zich voor kunnen doen, zijn somberheid, eenzaamheid, gevoel van nutteloosheid en een gering gevoel van eigenwaarde. Daarnaast zijn er ook belangrijke lichamelijke gevolgen, zoals het uitblijven van de menstruatie (uiteindelijk soms blijvende onvruchtbaarheid), botafbraak (osteoporose -vaak onherstelbaar), chronische vermoeidheid en spierzwakte, aantasting van het gebit (door veelvuldig braken) en hartritmestoornissen (door kaliumtekort als gevolg van braken en laxeren). De ziekte kan een zeer ernstig beloop hebben: twintig jaar na het begin van anorexia nervosa is 10% van de patiënten door uitputting of door zelfdoding overleden.
Anorexia nervosa en bulimia nervosa zijn niet zeldzaam. Naar schatting komen anorexia nervosa en bulimia nervosa bij ongeveer 2% van de jonge vrouwen voor. Lichtere vormen van eetstoornissen, zoals de eetbuistoornis, komen waarschijnlijk nog vaker voor.
Vaak hebben patiënten zelf niet in de gaten dat ze aan een ernstige stoornis lijden. Soms houden ze het ook bewust verborgen. In een aantal gevallen zoeken patiënten in de eerste plaats hulp vanwege de lichamelijke gevolgen, en niet vanwege hun afwijkende eetpatroon.
Met de Body Mass Index (BMI), ook wel Quetelet Index (de QI) genoemd, kan men nagaan of het gewicht binnen de norm valt. De BMI wordt als volgt berekend: het aantal kilo ´s gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters. Iemand van 65 kilo met een lichaamslengte van 1,70 meter heeft een Quetelet Index van 65 : (1,70 x 1,70) = 22,5.
Bij een normaal gewicht wordt een BMI tussen de 19 en 25 gevonden. Bij een BMI van 15 of lager is er sprake van extreme vermagering. Dat is bij iemand van 1,70 meter lang bij 43 kilo.
Bij een BMI van 30 of meer is er sprake van obesitas (ernstig overgewicht), boven de 40 wordt van morbide obesitas (ziekelijk overgewicht) gesproken. Voor iemand van 1,70 meter spreekt men bij 87 kilo van een ernstig overgewicht en bij 116 kilo van een ziekelijk overgewicht.
Hoe korter de eetstoornis bestaat en hoe jonger de patiënte is, des te groter is de kans op herstel. Het is echter moeilijk om op eigen kracht van een ernstige eetstoornis te genezen. Daarom is het belangrijk om hulp te zoeken.
De behandeling bestaat uit verschillende onderdelen en verloopt in fasen. In de eerste plaats dient de patiënte en eventueel de familie goede voorlichting te krijgen over de ziekte.
Aan de ene kant moeten de directe problemen worden opgelost door het herstellen van het eetpatroon. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de verstoorde lichaamsbeleving. Aan de andere kant moet gezocht worden naar manieren om om te gaan met spanningen, onzekerheden en verdriet.
Bij ernstige ondervoeding voelen patiënten weinig of weten ze niet wat ze voelen.
Psychotherapie kan daarom pas succes hebben als de patiënte in een redelijke
lichamelijke conditie verkeert.
De meest toegepaste vormen van psychotherapie zijn cognitieve gedragstherapie,
gezinstherapie en groepstherapie. Vooral cognitieve gedragstherapie blijkt volgens
wetenschappelijk onderzoek zeer succesvol bij met name bulimia nervosa en de eetbuistoornis.
Cognitieve gedragstherapie richt zich vooral op het eetgedrag. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de onderliggende emoties en gedachten, om zo het ziekte-inzicht van de patiënte te vergroten. Vaak stelt de gedragstherapeut concrete doelen die binnen een bepaalde tijdsperiode bereikt moeten worden. De patiënten dienen tijdens de behandeling probleemgebieden aan te geven en praktische stappen te noemen om hierin verandering te brengen. Voorbeelden van probleemgebieden zijn eetgedrag, zelfbeleving en relaties.
Gezinstherapie is met name geschikt bij jonge patiënten die nog bij hun ouders wonen en bij wie de ziekte nog maar kort bestaat. De therapie wordt in veel gevallen gecombineerd met individuele therapie voor de patiënte.
Groepstherapie blijkt met name voor bulimia patiënten geschikt. Ze voelen zich door hun symptomen vaak geïsoleerd en het praten in een groep met medepatiënten helpt. Het leidt soms al snel tot een vermindering van het aantal vreetbuien. Het blijkt dat patiënten vaak meer openstaan voor uitleg en kritiek van andere groepsleden dan van de therapeut. Omdat de andere patiënten het eetprobleem zelf aan den lijve ondervinden, durven zij ondanks hun schaamte elkaars problemen en gedrag eerder te bespreken. Met andere woorden: de kracht van het groepsproces kan genezend werken.
Daarnaast is de groep een veilige plek om nieuwe sociale rollen te oefenen. De patiënten kunnen hier in een veilige en niet-bedreigende omgeving oefenen in het uiten van kritiek en het uitkomen voor eigen meningen.
Herstel van zelfvertrouwen en zelfrespect, en een vermindering van de faalangst en het negatieve zelfbeeld zijn het gevolg.
Voor anorexia nervosa zijn er op dit moment geen echt werkzame medicijnen bekend. Sommige antidepressiva hebben op de korte termijn een gunstig effect bij de behandeling van bulimia nervosa.
Het verdient echter de voorkeur om een eventuele behandeling met antidepressiva te combineren met psychotherapie.
Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie (VGCT)
Maliebaan 50b
3581CS Utrecht
Tel.: 030-2543054
Fax: 030-2543037
E-mail: info@vgct.nl
Internet:
www.vgct.nl
Kenniscentrum Eetstoornissen Nederland
Het Kenniscentrum Eetstoornissen Nederland heeft als doel de kwaliteit van zorg voor patiënten met eetstoornissen te verbeteren door het ontwikkelen, bundelen en verspreiden van kennis en is daarmee hét informatieplatform voor professionals, cliënten en geïnteresseerden.
Postbus 422,2260 AK Leidschendam
Tel.(070)444 10 85
E-mail:info@eetstoornis.info
Internet:
www.eetstoornis.info
Voedingscentrum
Postbus 85700,2508 CK Den Haag
Tel.(070)306 88 88 (09.00 - 17..00 u)
Internet:
www.voedingscentrum.nl
Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa
Postbus 67,6880 AB Velp
Tel.0900 8212433 (€ 0,20 per minuut)
E-mail:info@sabn.nl
Internet:
www.sabn.nl
Nederlandse Obesitas Vereniging
Stationsplein 6,3818 LE Amersfoort
Tel.(033)422 40 31
E-mail:informatie@dikke-mensen.nl
Internet:
www.dikke-mensen.nl
* Bron: Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en CCGT Zoetermeer