Capita selecta - december 2005
Boeddhisme en Cognitieve Therapie
door Aaron T. Beck, M.D
Inleiding
Op 13 juni van dit jaar heb ik een publieke discussie met de Dalai Lama in
Götenborg in Zweden (zie foto). Deze gebeurtenis heeft me op het idee gebracht om mijn
gedachten op te schrijven over de relatie tussen de grondgedachten van de
Therapie en het Tibetaans Boeddhisme en enkele van de nieuwe therapeutische
benaderingen zoals de Aandachtgerichte therapie (Attention Training),
Training van Aandacht en Bewustwording (Mindfulness Based Cognitive Therapy) en
de meditatie component van de Dialectische Gedragstherapie (Dialectic Behavioral
Therapy).
Aspecten
Er zijn tenminste twee aspecten van het Boeddhisme zoals eerder toegelicht door
Matthieu, een Boeddhistisch monnik en geesteswetenschapper, die belangrijk zijn
bij Cognitieve Therapie (CT).
Op de eerste plaats het voorkomen van de zes mentale kwellingen zoals verslaving,
boosheid en vijandigheid, hoogmoed, onwetendheid en waandenken, kwellende
onzekerheid en kwellende gedachten en hun vervanging door kalmte, compassie en
vreedzaamheid.
Op de tweede plaats heeft meditatie als doel het verminderen van deze
kwellingen. Dit houdt in het doel om zich minder bewust te worden van het zelf -
het onverzoenlijke egocentrisme.
Niveaus
We kunnen bij deze zelfbewustwording drie niveaus onderscheiden.
Op de eerste plaats wat we direct waarnemen zoals bij hypochondrie, een
paniekstoornis en depressieve gedachten en de dwangmatige aandacht voor lichamelijke
sensaties of ideeënvorming m.b.t. zelfwaardering en problemen. Op een ander
niveau zien we de overdreven betekenis die personen aan deze gebeurtenissen
toeschrijven. Ten slotte heeft een nog ander niveau te maken met de neiging om de
hoogste prioriteit toe te kennen - soms de enige prioriteit - aan de eigen doelen
en de wens anderen schade toe te brengen (en aan hunzelf ).
Personen met een psychotische stoornis vertonen typisch deze versterkte
neiging van het gericht zijn op zichzelf : hun aandacht is sterk gericht op hun
innerlijke ervaringen, wijten irrelevante gebeurtenissen aan hunzelf, en zijn
speciaal gericht op hun eigen behoeftebevrediging. Echter ook niet psychotische
personen vertonen dikwijls soortgelijk egocentrisch gedrag maar dit is minder
opvallend en extreem. Zowel het Boeddhisme als Cognitieve Therapie proberen dit
gedrag te verminderen.
Basisconcept Cognitieve Therapie
Het oorspronkelijke basisconcept van Cognitieve Therapie was gebaseerd op
psychiatrische stoornissen. De eerste benaderingen op dit gebied probeerde de
egocentrische manier van denken bij patiënten in kaart te brengen. We ontdekten
dat deze manier van denken sterk gebonden was aan een overdreven persoonlijke
betekenis die men aan gebeurtenissen verbond; zoals betekenissen betrokken op
persoonlijk gevaar, tekortkoming en afwijzing. Hun aandacht was zeer selectief en
met uitsluiting van andere informatie, die inconsistent (niet passend) was met
deze betekenissen. Angstige patiënten ervaren alleen angst, en depressieve
patiënten ervaren alleen verlies. Door deze sterk vergrote gerichtheid op
hun denkfouten en hun tekort aan objectiviteit hiermee, hebben deze personen een
vertekend beeld van hun ervaringen en gauw last van angst, depressieve stemmingen,
sociale angst en andere stoornissen. Later zagen we in dat andere patiënten
hun aandacht richtte op lichamelijke sensaties welke leidde tot ernstige
misinterpretaties zoals bij een paniekaanval en hypochondrie.
Analyse van fasen
Een andere en nauwkeuriger analyse van extreme reacties op externe en interne
stimuli ervaringen, zowel voorkomend in het normale leven als bij psychopathologie
bestaat uit de volgende fasen:
1. De persoon doet een eerste afweging (in milliseconden) van de interne of
externe omstandigheid in termen van is "goed" of "slecht voor me". Deze eerste
afweging is vaak zo kortstondig dat de persoon het zich niet bewust is.
2. De eerste afweging wordt snel geherwaardeerd en verzwakt, of
3. Als de stimuli situatie geassocieerd wordt met een gevoelig deel van
betekenisgeving of zichzelf, of als de persoon zijn informatieverwerking reeds in
een egocentrische toestand is, dan ontstaat een verdere en dieper gaande verwerking.
4. De tweede, meer uitgewerkte afweging kan geherwaardeerd worden (of opnieuw
vorm worden gegeven), en als fout of onbelangrijk bepaald, verwijderd of
afgeremd worden, of
5. Als de meer uitgewerkte betekenis sterk wordt bevestigd ontwikkeld het zich
in een vertekende of vervormde conclusie zoals overgeneralisatie of als een "grote
ramp" ervaring (catastrofering).
Cognitieve Model
Het cognitieve model geeft ook de formulering van de meeste kwellingen zoals
aangegeven door Matthieu Ricard:
Boosheid en Vijandigheid: (1) De eerste reactie op een andere persoon zijn
gedrag is een vluchtige waarneming van bedreiging of op een bepaalde manier zich de
mindere voelen. (2) Deze eerste reactie wordt gewoonlijk overschaduwd door het
gelijktijdig vaststellen dat de oorzaak ligt bij de ander en de conclusie dat men
onrechtmatig is behandeld. (3) De volgende ervaring bestaat uit het gevoel van
boosheid, samengaand met een gevoel van wraak willen nemen. (4) Als het
onrechtvaardig behandeld voelen door een individu of groep aanhoudt ontstaat een
vijandsbeeld.
Drie dimensies
Hoogmoed of arrogantie wordt over het algemeen uitgelegd in narcistische
termen zoals "Ik ben een speciaal iemand en ik mag mij beroepen op een
speciale behandeling en zekere privileges".
Waanvoorstellingen of buiten de werkelijkheid staan wordt meestal gedefinieerd
in termen van iemands overtuiging. Bepaalde soorten van overtuigingen (genoemd in
verschillende overzichten) maken dat iemand van te voren geneigd is extra sterk te
reageren in situatie die overeenstemmen met deze overtuiging. Als deze overtuigingen
intens beleefd worden, kunnen ze als psychotische stoornissen zichtbaar worden. Het
belang hiervan is dat de informatieverwerking zo sterk wordt beïnvloed, dat
onbeduidende of irrelevante gebeurtenissen belangrijk worden en hun betekenis
uitvergroot.
Afhankelijkheid of sterk verlangen naar (craving), wordt gedefinieerd in termen van
waardering op basis van fysiologische reacties. De volgorde is (1) De persoon ervaart
een sterk persoonlijk gevoel (zoals bedroefdheid of opgetogenheid) of wordt
beïnvloed door een externe omstandigheid (bijvoorbeeld iemand die drugs
gebruikt of iemand die een nieuwe TV aanschaft). (2) Dit wekt het verlangen dit
gevoel te bevredigen (veel eten, drugs gebruiken of gaan winkelen). (3) Bij een
verslaving, geeft de persoon toe aan zijn verlangen ook al weet hij dat het slecht
voor hem is.
Strategieën bij Cognitieve Therapie
De benadering van cognitieve therapie bij de voorgaande problemen bestaat op de
eerste plaats uit drie samenhangende processen: afstand nemen van de eigen
gedachtegang (distancing), herstructureren (reframing) en meerdere mogelijkheden
onderkennen (decentering). Door het leren om de problematische "automatische
gedachten" te onderkennen (de eerste en tweede fase bij evaluatie), kan de persoon
een afweging maken of zij een juiste weegave en interpretatie zijn van de
gebeurtenissen (zoals kijken naar het bewijs hiervoor, alternatieve verklaringen en
of de conclusies logisch kloppend zijn). We spreken hierbij meestal over het proces
van distancing of het afstand nemen van de eigen gedachtegang. Als we ingezien
hebben dat de interpretatie of verklaring onjuist is, kan de persoon zich nu
richten op de meest redelijke of logische verklaring voor de waargenomen informatie
of gebeurtenis wat herstructureren (reframing) wordt genoemd. Het eindresultaat van
deze procedure is dat men beter in staat is om verklaringen minder persoonlijk en
meer objectief op te vatten ("Hij liet me niet links liggen - maar hij was erg
bezig met de ziekte van zijn vrouw").
Een eindresultaat van de verminderde aandacht
voor de persoonlijke betekenisgeving is meerdere mogelijkheden onderkennen
(decentering): een heroriëntatie van denkpatronen. Als overdreven
betrokkenheid door het zelfreferente denken meer los wordt gelaten, worden
patiënten beter in staat gesteld begrip te tonen, zich invoelend op te stellen en
medeleven te tonen in plaats van onredelijke boosheid te ervaren, zich zorgen te
maken en zichzelf te devalueren. Theoretisch wordt door het meer vrijmaken van de
aandachtsbronnen van op zichzelf-gerichte processen, de bronnen beschikbaar gemaakt voor
meer sociaal en taakgericht gedrag.
Vernieuwingen binnen de Cognitieve Therapie
Een verdere technische vernieuwing werd de laatste jaren toegevoegd aan
cognitieve therapie door Britse onderzoekers zoals David M. Clark, Anke Ehlers en
Adrian Wells. Deze vernieuwing bestaat o.a. uit inspanninggerichte aandacht voor
andere personen en omgevingsstimuli bij het Clark-Ehlers onderzoek met sociale
fobie en de meer officiële procedure van Aandachts Training met
geluidsgerichtheid in Well's onderzoek met paniek en het denken bij chronische
depressie.
Deze nieuwe benaderingen kloppen tamelijk goed met het cognitieve model, omdat
zij gebaseerd zijn op de theorie van te veel aandacht hebben voor weinig zinvolle
(disfunctionele) gedachten en maken gebruik van een speciale cognitieve techniek om
de gedachten te verminderen. Conceptueel, maakt deze techniek gebruik van versterking
van executieve functies (hogere uitvoerende hersenfuncties, zoals bijvoorbeeld in de
frontale hersenschors), zodat de aandachtsbronnen opnieuw ingezet kunnen worden
voor evaluatie van het zelf en de lichamelijke sensaties voor andere activiteiten
en entiteiten (opnieuw, decentering).
De procedure van inspanningsgerichte aandacht is vergelijkbaar met een
Boeddhistische meditatie die bekend staat als: "één punts concentratie"
maar verschilt met de andere vormen zoals transcendente meditatie en indachtigheid
(mindfulness), die meer passief zijn. Bij alle vormen van mindfulness, wordt de
persoon gevraagd om de bewuste gedachtestromen te herkennen, echter zonder
een waardetoekenning hieraan. Dit proces zoals in CT, blijkt te leiden tot meer afstand
van de eigen gedachten, dat wil zeggen herkenning van denkproducten maar zonder de
noodzakelijk weergave van de werkelijkheid.
In Aandachtstraining, worden de
gedachten verder als ruis gezien en zonder 'aanwezigheid'. De voorstander van de
mindfulness strategieën zoals toegepast in Mindfulness-Based CT, Dialectische
Gedragstherapie en Acceptance en Commitment therapie onderscheidden hun benadering
duidelijk van CT en de nadruk hierbij op het herstructureren van disfunctionele
cognities
Meer raakvlakken
Een ander gebied waar het Boeddhisme en cognitieve therapie raakvlakken hebben
is de verlichting bij lijden. CT heeft al aangetoond effectief te zijn bij het
verminderen psychische pijn bij een scala van psychische stoornissen. Recent,
hebben Tom Sensky en zijn collega's in Londen systematisch onderzoek gedaan met
patiënten met chronische ziekten die gepaard gaan met veel pijn lijden. De
onderzoekers ontdekte dat er twee bewijzen zijn dat zowel de houding m.b.t. de
ziekte als het vermogen om hier objectief mee om te gaan van belang zijn in de
relatie tot de hoeveelheid ervaren pijn. Speciaal het vermogen de ziekte positief en
nuchter te benaderen had een negatief verband met het ervaren leed. Patiënten die
hun ziekte aanvaardde en vastbesloten waren door te gaan met hun leven en positieve
waarden toekenden aan de toegenomen aandacht van de familie en vrienden en hun
invoelingsvermogen vergrootte voor anderen, leden minder dan de patiënten
die deze waarderingen niet hadden.
Doel
Cognitieve therapie wil de Boeddhistische doelen bereiken van verminderde
vijandigheid, verslaving en hoogmoed door de aandacht voor drie niveaus:
- ten eerste de herkenning en herstructurering van de vertekende zelf referente
betekenisgeving wat lijdt tot angst, boosheid en bedroefdheid;
- ten tweede het verminderen van de patiënt zijn gefixeerde aandacht op zijn
voelen, begeerte en denken en
- ten slotte door herwaardering en wijziging van nutteloze overtuigingen.
Als bij het Boeddhisme, vereisen mentale processen het minder snel betrokken
zijn bij de onmiddellijke gedachten, maar afstand nemen en de gedachtegang te
beschouwen en te onderzoeken, zodat er meer tijd komt voor een afweging van deze
gedachten en de consequenties voor het handelen (distancing) en minder vanuit zelf
referente gedachten en schema's uit te gaan, maar meer van logisch consistente feiten
(decentering).
Het uiteindelijk doel is een vermindering van het ervaren leed (destructieve
emoties), verhoging van een gevoel van vrijheid en verhoging van het vermogen
relaties aan te gaan met anderen en het tonen van begrip, empathie en
medeleven.
Links met meer informatie over dit onderwerp:
- Beck Institute for Cognitive Therapy and Research
- Aaron Becks reflections on the dailog with the Dalai Lama
- Stichting Psychotherapie en Boeddhisme
- Leren jezelf serieus te nemen
- Zen kritiek: Boeddhisme en Psychotherapie
- Buddhist Psychology & Psychotherapy
- Towards a Buddhist Psychotherapy
- A Buddhist Psychotherapy Home Page
- Cloud Gate
