Bevallen is een buitengewoon emotionele erva-
ring en een baby krijgen misschien wel de grootste overgang die iemand in het leven kan doormaken.
Voor vrouwen geldt dit sterker dan voor mannen: zij baren immers het kind. Vrouwen voelen zich meestal ook het meest verantwoordelijk voor het
welzijn van de baby, al delen veel vaders tegenwoor-
dig in de zorg.
Verder voltrekken zich direct na de bevalling in hun lichaam grote hormonale veranderingen. De ene ingrijpende verande-
ring stapelt zich dus op de andere. Geen wonder dat vrouwen in die eerste dagen na de
bevalling wel eens last hebben van lichte stemmingsstoornissen (huilbuien zonder aanleiding, gespannenheid). Dit is overigens een normale
reactie die in principe vanzelf weer over zal gaan. Babyblues worden die huildagen wel genoemd. Niet altijd gaan ze vanzelf over.
Sommige vrouwen houden maandenlang last van angst, prikkelbaarheid en somberheid. Zij kampen met een postpartum depressie, letterlijk:
een depressie na de bevalling. Meestal wordt deze aandoening aangeduid met postnatale depressie, ofwel: een depressie na de geboorte.
Feitelijk is de aanduiding postnatale depressie dus niet juist, de vrouw die de depressie heeft is niet pas geboren maar pas bevallen.
De symptomen bij een depressie na de bevalling verschillen niet zoveel van andere depressies. Verschijnselen als vermoeidheid, lusteloosheid, verminderde eetlust, slapeloosheid, hyperventilatie en geen zin in seks horen erbij. De vrouw reageert vaak overbezorgd, snel geďrriteerd of agressief en kan zich slecht concentreren.
Veel van die verschijnselen lijken heel gewoon. Een jonge moeder komt vaak slaap tekort, geen wonder dus dat ze moe is. En een baby is erg kwetsbaar, dus grote bezorgdheid lijkt op zijn plaats. Maar bij een postpartum depressie wordt de vrouw gekweld door irrationele angsten, schuld, paniek en zware neerslachtigheid. Ze kan bang zijn om gek te worden of zichzelf te verliezen. Haar gevoel voor eigenwaarde is ver te zoeken en ook haar baby zegt haar weinig meer. De spreekwoordelijke roze wolk van het prille moederschap is een loodgrijs wolkendek geworden, waar geen sprankje zon doorheen breekt.
Sommige vrouwen krijgen last van waandenkbeelden. Ze denken bijvoorbeeld dat zij of hun baby maar beter dood kunnen zijn. Dan is er sprake van een postpartum psychose. Een postpartum depressie hoeft niet altijd direct na de bevalling te ontstaan, maar doet zich soms pas voor als de vrouw met borstvoeden stopt. En ook vrouwen die een miskraam of abortus hebben gehad of van wie het kind niet levend is geboren, kunnen een postpartum depressie krijgen.
Zwangerschap en bevallen eisen lichamelijk en geestelijk veel van elke vrouw. Dat er na zo'n gebeurtenis een terugslag volgt, is dus niet vreemd. Ongeveer 10 procent van de vrouwen die jaarlijks in Nederland een kind krijgen heeft last van zo'n terugslag en wordt na de bevalling depressief. Bij ongeveer twee procent (± 4.000) van deze vrouwen zijn de klachten zo ernstig dat ze professionele hulp nodig hebben.
Eén duidelijk aanwijsbare oorzaak voor het ontstaan van de postpartum depressie is niet te geven. Er is steeds sprake van een samenspel van lichamelijke en psychosociale factoren. Direct na de bevalling daalt de progesteronproductie. Bij het beëindigen van de borstvoeding daalt ook het prolactine-gehalte. Deze hormoonwisselingen kunnen leiden tot verstoring van de hormoonbalans. Ook ijzertekorten of een tekort aan het aminozuur tryptofaan kunnen een rol spelen. Op psychosociaal gebied staan vrouwen onder grote druk om een goede en gelukkige moeder te zijn. Juist vrouwen die hoge verwachtingen hebben van het moederschap blijken kwetsbaar te zijn voor een postpartum depressie. De kloof tussen hun verwachtingen en de werkelijkheid kan groot zijn, bijvoorbeeld als het kind veel huilt of vaak ziek is. Ook relatieproblemen of een partner die weinig steun geeft in de periode van de zwangerschap, bevalling en kraamdagen verhogen het risico op het krijgen van een postpartum depressie.
De meeste vrouwen combineren tegenwoordig de zorg voor kinderen en huishouden met een baan buitenshuis. Ze kunnen dan met zichzelf en de omgeving in conflict raken als het ze niet lukt de zware eisen van het moederschap en de rol als werkende vrouw te combineren. Soms hebben de problemen te maken met jeugdervaringen. Ook een zware bevalling met een onverwacht medisch ingrijpen kan zijn tol eisen. Rouwgevoelens, gevoelens van falen en vervreemding van het eigen lichaam kunnen allemaal een rol spelen. Maar bij vrijwel elke vrouw gaat het om een samenspel van fysieke en psychosociale factoren. De oorzaak ligt zelden alleen bij 'de hormonen' of 'de dubbele belasting'.
De duur van een postpartum depressie is bij elke vrouw verschillend. De verschijnselen doen zich vaak in golfbewegingen voor en zijn omstreeks de vierde of vijfde maand vaak het ergst, om na verloop van tijd weg te trekken. Soms gaat dat vanzelf, maar het is goed om actief aandacht aan de klachten te besteden. Een eerste belangrijke stap is dat u en uw omgeving deze klachten serieus nemen. Probeer na te gaan welke veranderingen of problemen in uw leven u parten spelen.
U doet er goed aan uw problemen ook met uw huisarts te bespreken en u lichamelijk te laten onderzoeken. Uw huisarts kan u ook verwijzen naar professionele hulpverleners. Doe als u de zorg in huis niet alleen aankunt, een beroep op de thuiszorg in uw regio, om tijdelijk steun te krijgen bij het huishouden. Praten met lotgenoten kan u helpen uw problemen te accepteren en te begrijpen. Voor informatie kunt u terecht bij het landelijk centrum voor vrouwenzelfhulp stichting Anu, tel: (030) 233 17 77. Zoekt u professionele begeleiding in de vorm van gespreks- of psychotherapie, dan kunt u terecht bij het algemeen maatschappelijk werk in uw regio of stad of een GGz-instelling.
Wilt u meer weten over postnatale depressie of informatie over hulpverleningsmogelijkheden bij u in de buurt, dan kunt u bellen met Korrelatie, tel 0900-1450, of contact opnemen met een GGz-informatiecentrum.
* Bron: Deze tekst is afkomstig van het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid (NFGV). Voor meer informatie en praktische adviezen: Psychowijzer van het NFGV