Link: Nederland is koploper in narcisme
door Barbora Nevicka, Femke S. ten Velden, Annebel H.B. de Hoogh, Annelies E.M. van Vianen - Universiteit van Amsterdam
Narcistische individuen zijn zelfzuchtig, pretentieus, doen steevast aan zelfverheerlijking en zoeken naar gelegenheden waarin zij hun capaciteiten aan anderen kunnen laten zien (Morf & Rhodewalt, 2001). Het is dan ook goed te begrijpen dat narcisten graag een leiderschapsrol willen vervullen: een leiderschapspositie biedt hun een ideale gelegenheid om anderen te beïnvloeden, zich superieur te tonen, en bewondering te oogsten.
Daarnaast lijken mensen ook narcisten als leiders te willen omarmen. Narcisten bezitten een aantal eigenschappen, zoals zelfvertrouwen, extraversie, een groot gevoel van eigenwaarde en dominantie, waarvan verwacht wordt dat zij typische kenmerken zijn van een effectieve leider. Inderdaad heeft eerder onderzoek dan ook aangetoond dat narcistische individuen als leiders worden geïdentificeerd (Brunell et al., 2008; Nevicka, De Hoogh, Van Vianen, Beersma, & McIlwain, 2011). De vraag is echter of de percepties die mensen van narcisten als leiders hebben, zich ook vertalen in de prestaties van ondergeschikten, zoals die van teamleden. Wij verwachtten dat het positieve imago van narcistische leiders niet zijn weerslag zou krijgen in de prestaties van het team.
Die verwachting werd bevestigd in een experiment (Nevicka, Ten Velden, De Hoogh, & Van Vianen, 2011) waarbij teams van drie personen een besluitvormingstaak kregen opgedragen, een zogenaamde 'verborgen profiel taak' (zie Stasser & Titus, 1985). Het betreft hier een besluitvormingstaak waarbij teamleden unieke informatie moeten uitwisselen om zo tot een kwalitatief hoogwaardige beslissing te komen. Teams met een narcistische leider beoordeelden deze leider als meer effectief dan teams met een niet-narcistische leider.
In werkelijkheid waren narcistische leiders bepaald niet effectiever: zij remden eerder de uitwisseling van essentiële unieke informatie tussen de teamleden. Dit had tot gevolg dat teams met een hoog narcistische leider kwalitatief minder goede beslissingen namen. Hoewel narcistische leiders erg bedreven bleken in het creëren van een positief beeld van hun effectiviteit als leider, resulteerde hun gedrag in werkelijkheid in een minder goede teamprestatie. Met andere woorden: narcistische leiders belemmeren de processen die essentieel zijn voor het nemen van kwalitatief hoogwaardige beslissingen.
De resultaten van dit onderzoek laten een 'donkere kant' van narcistisch leiderschap zien: mensen vellen onjuiste oordelen over de capaciteiten van hun narcistische leider. Zij zien deze leider als effectief, terwijl deze door egocentrisme en dominantie de uitwisseling van relevante informatie in de groep juist afremt. Hierdoor daalt de kwaliteit van de besluitvorming. Narcistische personen zijn vooral bedreven in zelfpresentatie en in het creëren van een positief beeld van hun capaciteiten. Dit lijkt dan ook een belangrijke reden waarom ze tot machtige, prestigieuze en leidinggevende posities weten door te dringen.
- Brunell, A. B., Gentry, W. A., Campbell, W. K., Hoffman, B. J., Kuhnert, K. W., & DeMarree, K. G. (2008). Leader emergence: The case of the narcissistic leader. Personality and Social Psychology Bulletin, 34, 1-14.
- Morf, C. C., & Rhodewalt, F. (2001). Unraveling the paradoxes of narcissism: A dynamic self-regulatory processing model. Psychological Inquiry, 12, 177-196.
- Nevicka, B., De Hoogh, A. H. B., Van Vianen, A. E. M., Beersma, B., & McIlwain, D. (2011). All I need is a stage to shine: Narcissists' leader emergence and performance. Leadership Quarterly, in press, doi: 10.1016/j.leaqua.2011.07.011.
- Nevicka, B., Ten Velden, F. S., De Hoogh, A. H. B., & Van Vianen, A. E. M. (2011). Reality at odds with perceptions: Narcissistic leaders and group performance. Psychological Science, in press.
- Stasser, G., & Titus, W. (1985). Pooling of unshared information in group decision making: Biased information sampling during discussion. Journal of Personality and Social Psychology, 48, 1467-1478.
* Bron: Barbora Nevicka e.a. - Universiteit van Amsterdam - 24 augustus - 2011
door Peter Blansjaar
We plaatsen eerder een artikel over dit onderwerp (Over NPS en gelukkig zijn) en zijn toen uitgegaan van Sigmund
Freuds analyse over gelukkig zijn, een analyse die overigens nog steeds klopt.
Maar in een groot land aan de overkant van onze oceaan
is men ijverig bezig om narcisme te zien als een karaktereigenschap (want het narcisme is sterk stijgend in dat land) en er
is daarom een opvallende behoefte aan een nieuwe definitie!
Of moet men gewoon zeggen dat het extreme materialisme (of narcisme) in Amerika zo'n extreme vorm heeft aangenomen dat narcisme gewoon is,
zoals het gegeven dat het aantal borstvergrotingen onder jonge vrouwen in een aantal jaren met 50% is gestegen o.a. als beloning voor het
behalen van een highschool diploma (The Narcissism Epidemic)
alsof dat niet een extreme vorm van narcisme is! Kennelijk denken veel jonge Amerikaanse vrouwen dat het geluk in de grootte van de borsten
zit. Uiterlijk gaat dus voor alles of m.a.w. narcisme. Gelukkiger zullen ze er niet van worden en een borstvergroting is overigens niet
zonder gevaar voor de gezondheid.
Er is iets goed en vreselijk fout in onze Westerse maatschappij anno 2011. Ik begrijp steeds minder waarom we in ons historisch en
cultureel Europa zo dom zijn om alles wat in Amerika gebeurt zo gemakkelijk en pretentieloos over te nemen!
Alsof onze Europese cultuur niet 2000 jaar ouder is dan die van Amerika en berust op een juist immaterialistisch fundament (denk aan de Griekse
en West-Europses filosofie en de Verlichting). Maar, nee alles wat daar in de USA gebeurt is hot, modern en een must of de hyperspace-idiotie kent
geen grenzen!
Mijn zuster zei laatst als je ex-vriendin alleen in haar mooie opgeknapte keuken zit en kookt voor haarzelf omdat ze 40 jaar alle relaties
kapot heeft gemaakt door haar gewetenloze en narcistisch gedrag, zou ze dan echt gelukkig kunnen zijn(?), zoals ik me onlangs warm
gelukkig voelde door te kijken naar mijn kleinkind, in de zon in de tuin zittend in een stoeltje met een boekje op haar schoot?
Kijk daar zit waarschijnlijk het verschil tussen echt warm lichamelijk geluk ervaren zoals naar je kleinkind kijken of het
alleen cognitief (zonder echt gevoel) beleven van schijngeluk van de narcist met zijn zelfsusser en zelfverheerlijker
zoals mijn ex-vriendin alleen in haar mooie opgeknapte keuken. Materialisme maakt nooit gelukkig, hoe je ook je best doet!
Alleen intermenselijke relaties en spiritualiteit kan ons echt gelukkig maken.
Narcisten kunnen geen écht geluk ervaren omdat ze steeds weer bezig moeten zijn met hun verslavende spiegeling door anderen,
hoe extreem ook te bereiken of welke prijs daar ook voor staat. Het extreme egocentrisme, de kinderlijke behoefte aan spiegeling,
de ontkrachting van elke echte liefdesrelatie, enzovoorts, het maakt niet uit voor de narcist er is maar één ding dat echt
geldt en dat is: er zelf beter van te worden ongeacht de prijs die daar voor staat, zoals de gewetenloze manipulatie en het misbruik van
anderen.
Een humaan geweten, moraliteit, hechting, inlevingsvermogen tonen, sorry kunnen zeggen, reflectie op de eigen tekortkomingen,
een emotionele band met een partner hebben, echte liefde ervaren, enzovoorts, het bestaat allemaal niet voor een narcist.
Het gaat alleen om een zeer primitieve manier om aan de eigen gestoorde behoefte te voldoen.
Een kinderlijke overlevingsstrategie die zo overduidelijk maakt wat er allemaal fout is gegaan in de vroege opvoeding, zoals de onafgemaakte
symbiose en het extreem tekort aan liefde van de moeder en/of het gemis van de aanwezigheid van een echte vader, dat voor de rest van het leven
van de narcist al zijn relaties op een extreme manier negatief beïnvloedt of gewoon kapot maakt met vaak een levensdepressie als eindstadium.
Het voordeel bij de narcist is echter wel dat veel autobiografie 'onbewust' werd ervaren, zoals zonder gewetenswroeging en
met selectieve gevoelsamnesie. En dat is voldoende voor de narcist om vrolijk en gelukkig verder te leven.
Een geluk wat echter veel overeenkomst vertoont met het geluk van een zwakzinnige, maar die laatste
kunnen we dit niet kwalijk nemen gezien zijn beperkte intelligentie en andere tekorten!
De narcist juist wel want die is gewoon 100% toerekeningsvatbaar gezien de overige activiteiten in zijn leven.
* Bron: NPSPartners.nl/Peter Blansjaar - 27 augustus 2011
www.ret-training.nl
RET en cognitieve gedragstherapie (CGT) hebben veel overeenkomsten. Ze zijn beide, min of meer onafhankelijk van elkaar, ontwikkeld in de jaren vijftig van de vorige eeuw en focussen qua aanpak op de relatie tussen wat we denken (cognities) en wat we voelen (emoties). Beiden hebben als uitgangspunt dat emotionele- of gedragsproblemen voornamelijk ontstaan door gedachten die we hebben over bepaalde situaties; we moeten dus anders leren denken (en handelen). RET wordt ook vaak gezien als een vorm van cognitieve gedragstherapie. Wat is dan het verschil?
Het meest in het oogspringende verschil is mogelijk de stijl. Waar men binnen CGT middels een open houding en socratische dialoog samen op zoek wil met de cliënt naar waar het mis gaat, zal men binnen RET, naast een socratische dialoog, soms ook directiever zijn. Afhankelijk van de behoefte van de cliënt zal een RET therapeut soms sneller gokken over wat er mogelijk aan de hand is bijvoorbeeld, zie hierover ook het artikel over bemoeitherapie.
Belangrijker is misschien het filosofische aspect waarin RET verschilt van CGT. Volgens CGT worden emotionele problemen voornamelijk veroorzaakt door bijvoorbeeld gedachtefouten, verkeerde interpretaties of onderliggende basisassumpties. Binnen RET zoeken we, binnen die gedachtes en assumpties, vooral naar een eisende houding. Volgens de filosofie van RET is die eisende, rigide houding ten opzichte van een moeilijke gebeurtenis de veroorzaker van veel emotioneel tumult. RET zal mensen dan ook stimuleren om een meer accepterende houding aan te nemen ten opzichte van bepaalde moeilijkheden, omdat we op die manier productiever kunnen reageren en adequatere emoties kunnen ervaren.
Een ander filosofisch aspect wat specifiek voor RET is, is het aspect van werken aan onvoorwaardelijke zelfacceptatie. Mensen zijn nogal eens geneigd om zichzelf als persoon te veroordelen, wanneer zij een bepaalde taak niet op een goede manier ten uitvoer hebben gebracht. Volgens RET is het logisch gezien onjuist om iemand als persoon te beoordelen of veroordelen, we zitten immers als mens zo complex in elkaar, dat welk oordeel dan ook onze complexiteit geen enkel recht doet. Gedragingen kunnen we beoordelen, maar als persoon blijft iemand menselijk, uniek en in tact. We kunnen mensen leren om zichzelf niet langer met huid en haar in de strijd te gooien, om zichzelf wat losser te zien van hun prestaties en gedragingen en zo'n filosofie brengt veel lucht. In een RET traject zal het werken aan onvoorwaardelijke
Zelfacceptatievaak een belangrijke plek innemen.
Ook een vraag stellen over de theorie of filosofie van de RET? Of wilt u weten hoe u volgens de RET met specifieke moeilijkheden om
kunt gaan? Stel een vraag: info@ret-training.nl
Iedere maand wordt een vraag geselecteerd en met het antwoord op de site gepubliceerd. Vanzelfsprekend is uw privacy gewaarborgd.
* Bron: RET-Training, Groningen/maart 2011 - 12 oktober 2011
Het brein van psychopaten is wellicht zo 'geprogrammeerd' dat het altijd beloont. Zelfs als de persoon daarvoor zichzelf of anderen
in gevaar moet brengen. Dat blijkt uit onderzoek. Het stofje dat deze beloning verzorgt - dopamine - is cruciaal in ziekelijk
gewelddadig gedrag en drugsverslaving.
Uit eerder onderzoek was al gebleken dat psychopaten geen angst en empathie hebben. Ook blijft een normale relatie met mensen vaak
uit. Wetenschappers besloten verder te kijken en niet te focussen op wat psychopaten niet hebben, maar te kijken waar ze teveel
van hebben. "Een gebrek aan gevoeligheid voor straf en een gebrek aan angst zijn niet echt goede voorspellers van gewelddadig of
crimineel gedrag," zegt onderzoeker David Zald.
De onderzoekers deden een hersenscan bij een groot aantal proefpersonen. Deze mensen waren daarvoor op basis van een psychologische
test beoordeeld op hun mate van psychopaat-zijn. De psychopaten waren gewelddadig en crimineel. De 'normale' mensen in de test
functioneerden normaal, maar waren wel manipulatief en agressief. Ook namen ze graag risico's. In de eerste test werd een hersenscan
gemaakt nadat de proefpersonen een dosis amfetamine oftewel speed hadden gekregen. De onderzoekers verwachtten dat de psychopaten in
de test meer door het brein voor de drugs beloond werden. En dat klopt. In hun brein kwam maar liefst vier keer meer dopamine vrij
dan bij de 'normale' mensen.
In een tweede test kregen de proefpersonen te horen dat ze geld kregen als ze hun taak af zouden maken. Terwijl ze hun taak deden,
werd een hersenscan gemaakt. En weer werden de proefpersonen die hoog scoorden in de psychologische test en het stempel psychopaat
hadden gekregen, het hoogst. Hun brein beloonde hen veel extremer voor het afmaken van de taak.
De resultaten wijzen erop dat psychopaten zich zo aangetrokken voelen door de beloning dat de weg er naar toe niet meer deert; het
doel heiligt de middelen. En dat allemaal dankzij dopamine. De neurotransmitter beïnvloedt gedrag en cognitie als het gaat om
motivatie, straf en bevrediging. "Psychopaten worden vaak gezien als koudbloedige criminelen die nemen wat ze willen zonder
over de consequenties na te denken," vertelt onderzoeker Joshua Buckholtz. "Wij hebben ontdekt dat een supergevoelig beloningssysteem
aan het problematische gedrag dat met psychopaten geassocieerd wordt ten grondslag ligt."
De onderzoekers vermoeden dat een psychopaat oogkleppen op krijgt als hij eenmaal met zijn daden bezig is. "Misschien komt het door
de overdreven reactie op dopamine dat psychopaten wanneer ze focussen op hun beloning niet in staat zijn om op andere dingen te letten
totdat ze krijgen wat ze willen."
We hebben eerder op npspartners.nl op de Homepagina onder: "NPS en psychopathie" toegelicht wat de overeenkomsten zijn tussen beide
persoonlijkheidsstoornissen. Vooral dat gebrek aan gevoeligheid voor straf en een gebrek aan angst klopt helemaal niet voor
personen met een NPS.
Maar dat is waarschijnlijk ook de hoofdreden dat velen van hen niet tot justieel misdadig gedrag komen.
Maar dat "gebrek aan gevoeligheid" klopt juist wel voor NPS'ers en kennelijk heeft dat al voldoende consequenties
zoals jarenlange manipulatie, tekort aan empathie, materialisme en het misbruik van anderen op een vaak gewetenloze manier.
Overigens blijkt uit onderzoek in het laatste decennium dat het bij psychopathie (mede door het brainimaging onderzoek)
om een zeer complexe persoonlijkheidsstoornis gaat en waarschijnlijk (net zoals we nu weten over schizofrenie) dat het om een complex
tekort gaat van sturing en regulatie van verschillende hersenonderdelen zoals bij psychopathie o.a. de rol van de frontale hersenen,
de amygdala en andere hersenonderdelen.
Om dit alleen te 'wijten' aan de neurotransmitter dopamine is te eenvoudig en komt niet overeen met de laatste wetenschappelijke inzichten
zie (
Handbook of Psychopathy).
"De resultaten wijzen erop dat psychopaten zich zo aangetrokken voelen door de beloning dat de weg er naar toe niet meer
deert; het doel heiligt de middelen". Nu dit geldt wel weer zo overtuigend voor personen met een NPS daar zullen we verder geen woorden aan
vuil maken, want alle ervaringsdeskundigen zullen dit volmondig bevestigen, zoals steeds weer te lezen is op forums en websites over
dit onderwerp, helaas!
* Bron: scientias.nl -
Caroline Hoek/NPSPartners - 15 maart 2010/24 september 2011
door Piet van der Ploeg
Naarmate we ouder worden, vooral als men tegen de zestig loopt, maakt dat we steeds meer terugkijken op ons leven. Wie waren we?
Wie waren onze vrienden en partners? Hoe was onze carrière en vooral hoe gelukkig zijn we geweest met anderen, vooral
partner(s) en eigen kinderen spelen daarbij een grote rol. Hoe speelt dit bij iemand met een NPS?
We realiseren ons dat niet altijd maar het gaat daarbij vooral om innerlijke gevoelens en ego-integriteit (
E.H. Erikson), die we ervaren bij dit terugkijken. We zullen zelden denken ik was zo
gelukkig want ik woonde toen in dat mooie witte huis, had die bijzondere Alfa, ben toen op reis geweest naar China. Nee, waar het
omgaat is vooral het terugkijken op basis van innerlijke gevoelens zoals over de opvoeding, kindergeluk, schooltijd, tevredenheid en
succes met een werkzaam leven, liefdeservaring met partners, kinderen, familie en vrienden, enzovoorts.
Dat dit in positieve zin niet voor iedereen geldt is helaas maar al te waar. Personen met een NPS hebben namelijk gedurende hun gehele leven
één groot probleem. Dit probleem heet: onvoldoende
ego-lichaamsidentiteit
(met soms alexithymie) en toont zich door
onvoldoende ervaringen met empathie, echte gevoelens en echte liefdeservaringen.
Het bizarre hiervan is dat voor deze personen
(natuurlijk in verschillende mate) hun biografische ervaringen niet of onvoldoende gevoelsmatig (geassocieerd) zijn opgeslagen
in hun geheugen. Dit maakt ook dat personen met NPS vaak geen liefdesverdriet kennen, zo weer een andere relatie kunnen beginnen en soms
zelfs als relationeel-gewetenloos zijn te beschouwen.
De meeste van ons hebben dit juist niet en worden gevoelens tijden hun leven vanzelfsprekend een onderdeel
gemaakt van hun persoonlijk verleden en in het biografisch geheugen opgeslagen. Je zou het ook anders kunnen zeggen. Als ervaringen
gedurende iemands leven wel cognitief maar niet of te weinig gevoelsmatig ingekleurd zijn, gaan deze gevoelens ook verloren, hoe kan
het ook anders want ze waren er immers niet of onvoldoende. En dit is erg!
We merken dit in de omgang met personen met een NPS, doordat als zij over hun verleden vertellen dit als een verzameling van feiten
wordt gepresenteerd, vaak negatief en ontdaan van echte emoties (oppervlakkig affect). Vaak zijn deze
biografische gegevens ook lacunair, zeer beperkt en duidelijk sterk gefocusseerd op wat de narcist bij die ander over wil brengen
i.p.v. dat het gaat om openhartige ervaringen of bekentenissen, want kennelijk zijn daar echte gevoelens voor nodig en daar
ontbreekt het juist aan bij veel personen met een NPS.
Een tweede manier om het voorgaande in te zien is dat pathologische narcisten een opvallende en overdreven aandacht hebben voor
materiële zaken en uiterlijkheden van personen tijdens hun leven. Kennelijk zijn dit zaken die abstract mooi zijn
te benoemen zonder dat daar een innerlijke ervaren gevoelswaarde bij noodzakelijk is.
Zo kwam mijn ex-vriendien vaak niet verder dan het kinderlijke woord: "LEUK".
Narcisten steunen hun hele leven dus op uiterlijkheden maar ook op status, spiegeling door anderen, projectie van het eigen zelfbeeld,
noem maar op. Hun eigen uiterlijk, waarin ze gedurende hun leven veel in geïnvesteerd hebben kan echter niet
voorkómen dat de natuur geen rekening houdt met hun narcistische wens van eeuwige jeugdigheid. Je kunt als narcist wellicht
nog een mooie Renault Megane kopen, je boerderijkeuken opknappen, toch nog een boek schrijven maar je uiterlijk wordt er niet jonger
van en je lichaam niet gezonder. Het gaat er dan júist om bij het ouder worden om het echte contact (intermenselijke gevoelsrelaties)
met de resterende familie, vrienden en kennissen. Maar velen zijn door het jarenlange narcistisch gedrag van de NPS'er vaak afgeknapt
waardoor ook vereenzaamheid voor hen op de loer ligt.
Dus omdat de narcist zijn hele leven vooral gericht geweest is op uiterlijke en materiële zaken, werkt nu het tekort aan
zielsverbondenheid of beter gezegd de noodzakelijke balans tussen denken en voelen bij het ouder worden als een steeds groter
wordende handicap. Daarom zal het niemand verbazen dat hun leven steeds meer een vreselijke nachtmerrie wordt.
De vreselijk wanhoop ligt onvermijdelijk op de loer en maakt de NPS'er steeds negatiever,
wanhopiger en het ontstaan van een depressie is dan vaak het resultaat.
* Bron: npspartners.nl /Piet van der Ploeg - 23 september 2011
datum: vrijdag 25 maart 2011
Een Ghanese baby brengt 24 uur per dag in fysiek contact met zijn moeder door, een Amerikaanse baby twee uur. Geen wonder dat hechting zich verschillend ontwikkelt.
Hechting (zie Bowlby en Mahler) is niet alleen fysiek contact. Het is contact wat te maken heeft met juist fundamentele gevoelens van affectie van wie ben ik, hoe voel ik mij en wie is die ander, enzovoorts. Dus alleen maar fysiek contact is te simpel zoals o.a. Harry Harlow What is love? met apen heeft aangetoond. Daarbij komt dat het niet alleen gaat om kwantiteit maar juist om kwaliteit. Daarnaast lijken mij de tijdverschillen niet erg realistisch en waarschijnlijk uit de lucht gegrepen om het verhaal een populistisch trekje te geven.
Prof. Jan Derksen sprak afgelopen vrijdag op uitnodiging van het NPI over Macht en eigenliefde in organisaties. Jan Derksen is psychoanalyticus: sterke eigenliefde heet daar narcisme. Narcisme ontwikkelt zich in de vroege kinderjaren nadat als eerste de hechting zich ontwikkelt.
In de psychoanalyse heet sterke eigenliefde helemaal niet narcsisme. Dat is een verzinsel van Jan Derksen die dit ons probeert aan te praten. Wetenschappelijk bewijs is niet nodig want dat bestaat niet in de psychoanalyse zoals Derksen dat al 30 jaar beleid. Ja, narcisme ontwikkelt zich in de vroege jeugd en hangt samen met hechting en bepaalt voor de rest van het leven de zeer negatieve eigenschappen in de persoonlijkheid en heeft o.a. juist met een tekort aan eigenliefde te maken.
Eerst terug naar de babies: een goede eerste hechting (meestal) aan de moeder is nodig om een oriëntatie op de ander te ontwikkelen. Het is de basis voor vertrouwen in de ander, voor empathie, vriendschap, intimiteit, zorg en samenwerking. Het zorgt voor de drang erbij te willen horen, zelfs voor het ontwikkelen van identiteit. Immers, alleen in de erkenning door een ander weet je dat je bestaat.
Het bovenstaande klopt, maar er is veel meer aan de hand bij babies en hechting hoor! Zo is de invloed van hechting en socialisering de eerste drie jaar na de geboorte van grote invloed op de ontwikkeling van het brein vooral de rechter hemisfeer en het limbisch systeem (emotioneel brein). Dit maakt dat een te sterke negatieve (emotionele en sociale) invloed (zie The Neuroscience of psychotherapy) vaak van grote en definitieve invloed is op de latere persoonlijkheid en het ontstaan van stoornissen zoals o.a. psychopathie, narcisme en sociopathie.
Na de hechting ontwikkelt het narcisme. Het kind voelt zich oppermachtig, het centrum van de wereld. Narcisme is goed en zelfs noodzakelijk, Derksen raakte daar in zijn werk steeds meer van overtuigd. Het is de bron van autonomie, het zelf vormgeven aan je leven, van trots, competitie en assertiviteit.
Hier zie je duidelijk dat Professor Derksen kennelijk nooit echt iets van narcisme begrepen heeft! Deze tekst berust
op grote onzin. Het voorgaande is bijvoorbeeld nog nooit (wetenschappelijk) aangetoond dat narcisme goed en zelfs
noodzakelijk is. Wel het tegendeel. Waarschijnlijker is dat het kind gewoon 'egocentrisch' is en zoekt naar liefde en het
loskomen uit de symbiose met de moeder om het eigen zelf of zijn autonomie te versterken. Als hij via zijn werk hiervan overtuigd is geraakt, raad ik
hem aan toch wat kritischer te zijn want zijn conclusies kloppen niet met wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.
Een emotioneel en sociaal moeder/kind hechtingsproces is zeer complex en zeker niet onder de term 'narcisme' te vatten.
Wel is duidelijk dat het voorgaande goed fout kan gaan met alle consequenties zoals o.a. persoonlijkheidsstoornissen.
(zie Handboek persoonlijkheidspathologie)
Derksen stelt vast dat hechting dunner wordt in onze samenleving, mensen komen losser van hun omgeving te staan. Voorbeelden te over, bvb van studenten die hun leercarrière op verschillende plekken van de wereld inrichten.
Onzin. Hechting dunner weer dat fyscalisme waar S. Freud zo gek op was om psychologie begrippen wetenschappelijk 'inhoud' te geven. Maar dat zal in 2011 niet meer lukken Jan Derksen, via Karl Popper, Kuhn en Lakatos en vele andere kennen we de valkuilen van schijnwetenschappelijkheid zoals waar jij je steeds weer aan schuldig maakt. De klassieke psychoanalyse kun je niet loslaten dat is het grote probleem bij jouw denken.
Maar ook in de gezonde ontwikkeling van het narcisme gaat het meer en meer mis. Ouders verzuimen de realiteitstoets: het kind wordt veel beloond, bemoedigd, de schuld van falen wordt buiten gelegd. Zo ontwikkelen jongeren een onterecht gevoel van onkwetsbaarheid en megalomanie.
Gezonde ontwikkeling van narcisme klinkt als de ontwikkeling van een gezond kwaadaardige tumor. Zou graag nu een keer een wetenschappelijk onderzoek vermeld zien waar het voorgaande onderzocht is. Dat is toch het minste wat je van een Professor psychologie in 2011 mag verwachten! Ontwikkeling van gezond narcisme is een verzinsel van de heren psychoanalytici die van harte populistisch willen doen om publiek te trekken nu al vele jaren is aangetoond dat de psychoanalyse veel weg heeft van de sprookjes van Grimm (Skepsis: Sprookjes van Freud'
Verhoogde gerichtheid op zichzelf en minder op je omgeving: psychotherapeuten hebben er de handen vol aan. En toch is Derksen niet pessimistisch: onze samenleving is zeer ontwikkeld en is in staat te leren en bij de tijd passende opvoeding vorm te geven.
Toch nog wat positiefs! Overigens mijn ervaringen met cliënten en studenten zijn totaal anders. De meeste van mijn cliënten en studenten vind ik vaak dapper, gemotiveerd en staan open voor verandering en zijn meestal heel gericht op hun omgeving omdat dit hun de sociale reflectie geeft om te veranderen. Veranderen wil je immers soms alleen als anderen in je naaste omgeving dit steunen of vereisen. Uit onderzoek blijkt wel dat het narcisme de laatste decennia in Westerse Landen sterk is toegenomen met name ook in de Verenigde Staten (Living in the Age of Entitlement)
De link naar onze veranderende samenwerkingsverbanden ligt voor de hand: inderdaad hechting is dunner. Mensen hechten zich minder aan hun werkgever of aan vaste teams. Maar ik zie de behoefte aan verbinding niet minder worden. De uitdaging zit erin om dat te zien en vorm te geven in meer en tijdelijker verbanden.
Dat hele idee over 'hechting is dunner' is kennelijk nergens op gebaseerd en komt kennelijk gewoon als een artifact
op uit het brein van Jan Derksen. Wat hebben we daar aan vraag je af, helemaal niets denk ik in 2011.
Je begrijpt gewoon niet dat een Professor klinische psychologie zo ongenuanceerd en populistisch met de term narcisme
omgaat. Het is duidelijk Derksen wil iets overbrengen over narcisme maar hij gebruikt uitspraken, woorden en terminologie die nergens op
gebaseerd zijn en zeker niet voortkomen uit empirisch wetenschappelijk gedragsonderzoek. Dat is triest voor een hoogleraar klinische
psychologie in 2011.
* Bron: NPSPartners / redactie Piet van der Ploeg - 18 september 2011
Dat antidepressiva geen wonderen kunnen verrichten, is geen geheim. Maar dat ze qua efficiëntie voorbijgestoken worden door tips & trucs van primitieve volkeren, dat is nieuws. Laat je inspireren door de stammen van Nieuw-Guinea en zeg depressieve gevoelens vaarwel!
In België heeft zo'n acht procent van de volwassenen last van depressieve gevoelens, in Amerika lijdt zelfs één op de vier mensen ooit in z'n leven aan een klinische depressie. En dat ondanks alle antidepressiva die voorgeschreven worden. Je kan je afvragen hoe dat kan: hebben we het niet beter dan ooit?
Kijk je naar primitieve culturen, dan zie je dat daar bijna niemand een depressie heeft. Zo deed antropoloog Edward Schieffelin bijna tien jaar onderzoek naar de gevoelens van leden van het Kaluki-volk - een primitieve stam die leeft in de hooglanden van Nieuw-Guinea. Van de duizenden mensen die hij onderzocht, was er maar eentje depressief. In zijn boek 'De depressiekuur' concludeert psycholoog Stephen Ilardi dan ook dat ons lijf niet ontworpen is voor de moderne maatschappij. En dat de levensstijl van veel primitieve volkeren een antidepressieve werking heeft.
Kortom, we moeten met onze levensstijl back to basics. Op basis van zijn bevindingen ontwierp hij een 'antidepressiekuur': zes stappen die je van depressieve gevoelens afhelpen. Uit onderzoek van de universiteit van Kansas blijkt dat deze kuur maar liefst drie keer zo effectief is als de reguliere behandeling van depressie. Ook als je geen depressieve gevoelens hebt, helpt het stappenplan om je fitter en vrolijker te voelen.
Wist je dat de hersenen voor bijna zestig procent uit vet bestaan? Vetmoleculen spelen dan ook een cruciale rol in de opbouw van hersencellen: ze zorgen ervoor dat je hersenen goed functioneren. Een groot deel van deze vetmoleculen kan het lichaam zelf aanmaken. Een paar van die vetten moeten echter uit ons voedsel komen. De belangrijkste daarvan behoren tot de groep omega 3-vetzuren.
Omega 3-vetzuren komen voornamelijk voor in vis, wild, noten, zaden en bladgroenten - voedsel dat onze voorouders veel vaker aten dan wij. Onze verre voorouders kregen zelfs vijf- tot tienmaal zo veel omega 3-vetten binnen als wij. Omdat de hersenen een regelmatige aanvoer van omega 3-vetzuren nodig hebben om goed te kunnen functioneren, lopen mensen die er te weinig van binnenkrijgen het risico op psychische aandoeningen, waaronder een depressie. Niet voor niets zie je dat, wereldwijd, in landen waar mensen de meeste omega 3-vetzuren eten, depressies het minst vaak voorkomen. Kortom, zorg dat je genoeg omega 3-vetzuren op je bord schept. Eet (veel!) meer vis, noten, zaden en groenten. Ook een voedingssupplement met omega 3-vetzuren, zoals visoliecapsules, kan helpen, zeker als je een boost nodig hebt.
Piekeren is een automatische reactie als er iets misgaat. Op zich is piekeren best nuttig: je overdenkt de situatie en probeert na te gaan wat er misging en wat je had kunnen of moeten doen. Dat kan helpen om in de toekomst niet weer die fout te maken. Maar pieker je te lang, dan verliest piekeren zijn nut. Je hebt alle belangrijke informatie al overdacht, en doorgaan met nadenken leidt dan alleen maar tot negatieve gevoelens. Je blijft balen. Er bestaat dan ook een sterk verband tussen te veel piekeren en het ontstaan en de duur van een depressie.
Hoe meer je piekert, hoe groter de kans op een depressie en hoe langer het duurt eer je er vanaf bent. Voor veel mensen die piekeren, is piekeren iets vanzelfsprekends: ze weten niet anders dan dat ze het de hele dag doen. Het is daarom belangrijk om je bewust te worden van het feit dat je te veel piekert en de momenten waarop je dat doet. Er zijn een heleboel dingen die je vervolgens kan doen om te stoppen met piekeren. Schrijf je zorgen eens op en maak een lijst met actiepunten. Wat kan je doen om dit probleem op te lossen? Blijf niet hangen in het denken, maar voer de actiepunten ook uit. Valt een probleem niet op te lossen, zet het gepieker dan van je af. Dat gaat het makkelijkst als je, op momenten van gepieker, iets doet waarvoor je je aandacht nodig hebt. Dat maakt het immers onmogelijk om nog te piekeren. Vul bijvoorbeeld een kruiswoordpuzzel in of lees een goed boek. Omdat piekeren iets is wat je innerlijk doet, helpt het ook om anderen op te zoeken. De aanwezigheid van andere mensen voorkomt namelijk dat je gedachten te veel naar binnen keren.
Onze verre voorouders kregen veel meer beweging dan wij. Ze liepen kilometers naar een waterbron, en weer terug met zware kruiken water. Ze zochten naar bessen en vruchten, verbouwden hun eigen groenten, jaagden op vee, verzamelden brandhout en bouwden hun eigen onderkomen. In feite bestond het leven van onze voorouders uit een intensief dagelijks regime van conditietraining: elke dag lopen, rekken, strekken, slepen, sprinten, tillen en dragen. Als moderne mens zou je je bijna schamen. Wij zitten de hele dag achter een computer, nemen de auto, hangen 's avonds voor de buis en gebruiken, voor zware klussen, machines. Al die passiviteit verhoogt de kans op depressieve gevoelens.
Uit onderzoek blijkt dat het vooral aerobe bewegingen zijn - bewegingen die je hartslag enkele minuten na elkaar verhogen - die depressieve gevoelens verminderen. Bewegen zorgt ervoor dat de activiteit van belangrijke chemische stoffen, zoals serotonine, in de hersenen toeneemt. Dat zijn stofjes waar de depressieve mens een tekort aan heeft.
Driemaal per week een halfuur na elkaar in een stevig tempo wandelen, blijkt zelfs net zo effectief te zijn als het slikken van antidepressiva. Wie blijft bewegen heeft bovendien minder kans om daarna weer een depressie te krijgen dan wie alleen antidepressiva slikt. Ga dus wandelen, fietsen, dansen, zwemmen of joggen, en doe dat minimaal drie keer per week een halfuur in een pittig tempo. Ben je bang dat je het niet volhoudt? Vraag dan iemand om met je mee te gaan, dat maakt het leuker. Plan bovendien je beweegsessies in in je agenda, zo voorkom je dat bewegen erbij inschiet.
Onze verre voorouders waren bijna de hele dag buiten. Daar speelde het leven zich af. Wij leven heel anders. We sluiten ons de hele dag op in kantoren, fabrieken, huizen, auto's en scholen. Reken daarbij nog slecht weer, en je zal merken dat we soms dagenlang amper in aanraking komen met zonlicht. En dat wreekt zich.
Zonlicht is namelijk belangrijk voor onze hersenen. Intens helder licht stimuleert de productie van de stof serotonine, waar depressieve mensen een gebrek aan hebben. Het kunstlicht in onze kantoren en huizen kan niet op tegen zonlicht. Zonlicht is veel helderder dan kunstlicht, zelfs op een bewolkte dag: gemiddeld is zonlicht maar liefst honderd keer zo sterk! Je ziet dan ook dat - denk maar aan de winter met zijn korte dagen - mensen last kunnen krijgen van depressieve gevoelens. Daarom is het belangrijk om voldoende naar buiten te gaan en het zonlicht op te zoeken.
Maak bijvoorbeeld dagelijks een wandeling. Binnen kan ook een speciale daglichtlamp helpen: dat zijn lampen die zonlicht nabootsen. Zo blijkt de 10.000 lux lamp - met tl-lampen die 10.000 lux wit licht geven - goed te werken. Ben je een avondmens, dan is het raadzaam om elke dag, 's ochtends op hetzelfde tijdstip, een halfuur voor de lamp te gaan zitten. Word je juist steeds te vroeg wakker, dan kan je het best vroeg in de avond (bijvoorbeeld om 18 u) een lichtbad nemen. Na ongeveer een week begin je verschil te merken.
Typerend voor onze verre voorouders was dat ze bijna nooit alleen waren. Bijna elke activiteit was een sociaal gebeuren: koken, jagen, eten, spelen, op de kinderen passen... In die tijd had lid zijn van een groep ook een belangrijke overlevingswaarde: in de strijd met de elementen stond je er samen sterker voor dan alleen. Dus deden mensen alles samen. Eenzaamheid en sociaal isolement kende men amper. Iedereen deed mee: van jong tot oud.
Het contrast met nu is groot. Veel mensen zitten tussen vier muren opgesloten in hun eigen huis. Dankzij voorzieningen zoals supermarkten, koelkasten, uitkeringen en ziekenhuizen overleven we ook in ons eentje wel. Maar we worden er niet gelukkiger van. Want mensen met een klein sociaal netwerk lopen een grotere kans om depressief te worden. Ook al hebben we voor onze directe overleving anderen niet zo hard meer nodig, psychisch en emotioneel hebben we dat wel degelijk. Vanbinnen zijn we nog steeds die groepsmens die erbij wil horen en zich verbonden wil voelen met anderen.
Ben je eenmaal depressief, dan maak je het voor jezelf vaak alleen nog maar erger. Je voelt je lusteloos en moe, en hebt al helemaal geen zin in andere mensen. Het is toch belangrijk om je ertoe aan te zetten anderen op te zoeken, al is het maar via internet. En wie niet depressief is, doet er goed aan zijn vriendschappen te onderhouden. Vind je het lastig om nieuwe contacten te maken? Zoek dan een groep mensen op waarbij niet 'praten' maar 'doen' centraal staat: word bijvoorbeeld lid van een badmintonvereniging of toneelgroepje. Door samen dingen te doen ontstaat er vaak op een heel natuurlijke manier een band. Je zal je er een stuk beter bij voelen.
Onze verre voorouders, die volop deel uitmaakten van de natuur, sliepen ongeveer tien uur per nacht. Ook volwassenen uit de negentiende eeuw sliepen nog zo'n negen uur per nacht. En wij? Als je zeven uur haalt, is het vaak al veel. We houden onszelf overeind door het drinken van koffie, het roken van sigaretten en het eten van suikerrijke snacks. Dat is dom, want genoeg slapen is belangrijker dan je denkt.
Een van de belangrijkste factoren die een depressie in gang zetten, is namelijk een gebrek aan slaap. Ga maar na: heb je een paar nachten na elkaar slecht geslapen, dan zakt je humeur vaak tot een dieptepunt. Heb je voorgaande stappen genomen, dan zal je automatisch ook beter gaan slapen. Zo zorgt genoeg zonlicht ervoor dat je biologische klok beter werkt, waardoor je beter slaapt. En ook bewegen zorgt ervoor dat je beter kan slapen. Stel voortaan het doel voor jezelf dat je de komende maand acht uur per nacht gaat slapen. Denk niet dat je dat niet nodig hebt: veel mensen onderschatten hun behoefte aan slaap. Behoor je echt tot die kleine groep mensen die met minder toekomt, dan leer je dat de komende maand wel.
Probeer het gewoon eens en kijk hoe je je voelt met meer slaap. Denk niet dat je geen tijd hebt voor zo veel slaap. Maak gewoon die tijd. Ben je al depressief, dan kan het zijn dat je juist te veel slaapt, maar te onrustig. Je zal dan je lijf opnieuw moeten leren slapen. Daarvoor is het belangrijk dat je zorgt dat je op een vast tijdstip naar bed gaat en op een vast tijdstip weer opstaat, ook in het weekend. Een vast slaapritme is ook goed als je niet depressief bent. Voor een optimale slaap geldt bovendien: drink 's avonds geen koffie en alcohol meer. Je leert je lichaam zo om terug te keren naar zijn natuurlijke slaappatroon. En dat geeft meer energie en een betere stemming.
'De depressiekuur: 6 stappen om zonder medicijnen van je depressie af te komen', Stephen S. Ilardi. (Uitgeverij Nieuwezijds, € 19,95)
* bron: goedgevoel.be - 2011
door Peter Blansjaar
We beseffen het vaak niet hoe vanzelfsprekend het is om volledig bij zinnen te zijn. Leven bij vol bewustzijn, in de realiteit
staan, denken en voelen, eten, werken, slapen en weer wakker worden. Vaak jaar in jaar uit. Pas als je ziet wat er gebeurt,
zoals bij mijn zoon van 20 jaar, die ineens verward praat, rare associaties maakt, soms dingen vergeet, niet meer kan slapen, is
het vreselijk schikken! Hij was zich onvoldoende bewust hoe belangrijk het is om, zodra het denken en voelen psychotische vormen
gaat aannemen men zo snel mogelijk een antipsychoticum moet gaan slikken.
Hij wilde dit niet en weigerde deze medicijnen in te nemen. Ook niet nadat we twee keer het crisisteam van Rivierduinen thuis
hebben gehad met advies. Op een bepaald moment stapte hij psychotisch in de auto! Ik had geen andere keuze om de politie te
bellen, die hem 'gelukkig' heel snel aanhield. Hij was gelijk voor twee jaar zijn rijbewijs kwijt en verwijt met dit nog wekelijks.
Uiteindelijk ging hij het atypische medicijn Zyprexa slikken en binnen een week waren de psychotische symptomen verdwenen. Daarna volgde, als zo vaak gezien, periodes met stoppen met medicatie op advies, tegen wil en dank zelf stoppen zoals met Haldol omdat de bijverschijnselen haast erger leken dan de symptomen. Steeds weer na het stoppen met medicatie soms na 6 maanden, soms na 3 maanden kwamen de psychoses weer terug. Ook bij hem kwam het besef, dat hoe moeilijk op een leeftijd van 21 jaar het gebruik van medicatie ook is, het is de enige manier om op termijn een psychose te voorkomen. Hij gebruikt tegenwoordig Abilify, soms extra tijdelijk Zyprexa, en Lorazapam voor rust en slapen.
De diagnose is gelukkig geen schizofrenie wat wel de oorzaak van de psychose is zal waarschijnlijk wel duister blijven. Het blijft echter vreselijk voor hem, diagnose of niet.
Ik heb mijn zoon in 1 ½ jaar tijd zien veranderen van een levenslustige, ambitieuze, mentaal sterke jongen in een afhankelijk, obsessief, angstige, soms kinderlijke jongen.
Je denkt dan als vader zal dit ooit weer goed komen? Zo vreselijk is een psychose. De meeste mensen (zoals ook de meeste van mijn familie) hebben geen enkel idee, besef of begrip hoe vreselijk invaliderend een psychose kan zijn, je hele leven staat op zijn kop.
De medicalisering, de gemeentelijk uitkeringinstanties, geen werk en afhankelijkheid, enzovoorts, alles komt op hem af. Hij ervaart het als een maatschappelijk etiket en is doodsbang dat hij binnenkort net als zijn broer met Down-syndroom in een Wajong uitkering terecht komt, wat hij zelf als vreselijk ervaart. Welke jonge man zou dit niet zo ervaren.
Nu maar hopen dat de chemotherapie van de psychiatrie er voor zorgt dat mijn zoon weer de oude wordt! Als vader probeer je alles te doen zoals o.a. hoop hebben voor een betere en gezondere toekomst voor je zoon.
* Bron: CCGT/Redactie, Piet van der Ploeg - 2011
'Not all psychopaths are in jail, some are in the boardroom'. De bekende Canadese psychiater Robert Hare doet al sinds de jaren '70 onderzoek naar psychopathie en adviseerde o.a. de actrice Nicole Kidman hoe ze het best een psychopaat kon spelen.
Nu heeft Hare zich gericht op onderzoek naar 'corporate psychopaths'. Slangen in pakken zoals hij ze noemt. Uit het eerste onderzoek van Hare onder 200 CEO's van grote Amerikaanse bedrijven blijkt dat deze groep hoog scoort op de psychopathie checklist. De psychiater is ervan overtuigd dat fraudeur Bernie Madoff ook psychopate trekken heeft.
TV uitzending was dinsdag 12 april 21:20 uur Ned. 2: Labyrint (VPRO.NTR) "Zonder geweten"
Ondertussen stort men zich in de wetenschap op de neurobiologie achter psychopathie. Hersenonderzoekers willen deze inzichten gebruiken om de stoornis te voorkomen en te behandelen. Inti Brazil deed hersenonderzoek bij psychopaten in de Pompekliniek in Nijmegen. Hij ontdekte dat zij niet reageren op fouten van anderen, iets wat gezonde mensen wel doen. Bovendien leren psychopaten niet van negatieve feedback, ze veranderen hun strategie niet. Kortom: het 'oepsgebied' in de hersenen van de psychopaat werkt slecht. Hierdoor heeft straffen en groepstherapie geen zin.
Sietse de Boer doet onderzoek naar psychopate ratten. Deze dieren gaan regelmatig door het lint maar vertonen daarbij lichamelijk vrij weinig opwinding, zo vond De Boer. Dit lijkt op het gewetenloze gedrag dat mensen met een psychopate hersenstoornis vertonen. De Boer kijkt op hersencelniveau wat er zich afspeelt bij deze onderkoelde ratten.
Direct na de uitzending kun je doorpraten met wetenschappers in de wekelijkse Labyrint live online discussie. Kijk mee op de site en stel je vragen via Twitter of chat: www.labyrint.nl
Luister ook naar Labyrint op de radio. Iedere zondagavond op radio 1 tussen 20:00 en 21:00 uur.
* Bron: Ggznieuws.nl - 2011
Het is opvallend hoe al die ervaringen van personen (vooral vrouwen overigens) zo herkenbaar zijn als het gaat om het gedrag van hun partners
met extreem narcistische problemen zoals NPS.
Er wordt door professoren klinische psychologie en psychiatrie in Nederland maar al te vaak stellingen geuit over "gezond narcisme".
Voor de goede orde, u weet
als partner beter: Gezond narcisme bestaat niet. Gezond narcisme is zelfs een zeer naïeve stelling als je weet wat NPS-partners alleen
al in Nederland is aangedaan met het veroorzaken van psychische trauma's door narcistische partners is "gezond narcisme" ook gelijk het ontkennen wat
narcisme (zoals in relaties) in de praktijk betekent.
Wij zullen u als partner of geïnteresseerde niet op het verkeerde been zetten en tegengas geven aan de Nederlandse professoren klinische
psychologie en psychiatrie o.a. via deze website NPSPartners.
Om narcisme te begrijpen is het vooral belangrijk om te praten met en te luisteren naar partners
om precies te weten en in te voelen wat de problemen zijn van het pathologisch narcisme. In dit artikel zal ik proberen dit nogmaals te
verduidelijken waarbij ik vooral ook dieper wil ingaan op wat mannen en vrouwen zo stereotype ervaren bij hun partner met NPS. Maar eerst hoe
is het narcisme begonnen en wat zijn de consequenties voor partners.
1. Op de eerste plaats is NPS een sociaalgenese probleem. Dat wil zeggen voor het grootste deel is het persoonlijkheidsprobleem ontstaan in
de vroege ontwikkeling van de persoon. De moeder of opvoeder was 'onvoldoende aanwezig' en voldeed daarom niet aan de natuurlijke behoefte
van het jonge kind. Het gaat daarbij om de not-good-enough mother
(D. Winnicott, 1958), die niet in staat was het kind de
onvoorwaardelijke liefde en hechting te geven wat een kind vanaf haar geboorte, en passend bij de menselijke natuur, nodig heeft om
later als psychisch gezonde volwassene op te groeien. Je zou ook volgens Nietzsche kunnen zeggen: Een mens is een niet afgemaakt dier en dat heeft belangrijke
consequenties voor de kwetsbare en gevoelige beginjaren van de opvoeding. Dit geldt overigens ook voor alle Primaten (apen en mensapen).
2. De situatie zoals hiervoor aangegeven heeft de eerste vijf jaar een belangrijke invloed op de frontale hersenen van het kind.
Zoals vooral het aantal neurale verbindingen van de frontale hersenen met het limbisch systeem (emotiecentrum) via de
rechter hersenhelft (creatief brein, parallelle holistische verwerking, in staat om nieuwe informatie te verwerken vooral ook
intensief gebruikt na de geboorte). Overigens ook de hersenhelft die het meest dicht in verbinding staat met het emotiecentrum zoals de amygdala
(Nebes, 1971) en is meer direct betrokken bij het endocriene en autonome zenuwstelsel als de linker hersenhelft
(Wittling & Pfluger, 1990).
3. De frontale hersenen worden wel het sturende brein genoemd. Voor te stellen als de dirigent van een orkest (E. Goldberg).
De frontale hersenen spelen een bijzonder grote rol in het karakter en de persoonlijkheid van iemand (A. Damasio). Dit mede om zijn sturing en
verbinding van nagenoeg alle delen van het menselijk brein (E. Goldberg).
De problemen die voortkomen uit de voorgaande ontwikkelingen en gebeurtenissen zijn complex, maar worden later benoemd als tekort aan empathie, tekort aan lichamelijk ervaren gevoelens (onvoldoende ego-lichaamsidentiteit) en een tekort aan het herkennen, analyseren en benoemen van emoties (vormen van alexithymie). Het voorgaande leidt o.a. ook tot een vals zelf, gevoel van leegte, angstig kind, arrogantie, splitting en andere primitieve afweermechanismen, egoïsme en een rigide persoonlijkheidsstructuur.
Wat personen met narcistische partners zo stereotype steeds weer zeggen: is hij snapt mijn emoties niet; zijn emoties wisselen
tussen idealiseren en devalueren; hij kan de relatie ineens afbreken; hij is altijd bezig met mentale manipulatie van mij en
hij is altijd bezig om eenzijdig aandacht te krijgen ten koste van alles. Hoevéél ik ook geef aan aandacht en liefde het
is kennelijk nooit genoeg voor hem, oneerbiedig wel: de bodemloze put genoemd.
Als hij over collega's praat of over ex-partners dan is dit of heel positief of heel negatief. Vaak wisselt de mening over die ander in een
korte tijd. Ze willen vaak alles regelen maar dan wel op hun vaak dominante manier. Ze houden daarbij zelden echt rekening met wat die ander wil maar doen wel alsof. De controle houden is voor hun een must of een soort overlevingsstrategie.
Partners met NPS kunnen op een onredelijke manier boos worden over kennelijk niets. Maar het valt op dat ze achteraf weinig begrijpen van
wat de oorzaak is van hun woede uitbarsting. Kennelijk is deze woede in een onbewuste periode ontstaan en niet gekoppeld aan taal.
De N-show is vaak subtiel. De meeste narcisten houden van beeldende kunst, klassieke muziek, opera, mooie locaties zoals een mooi hotel aan het Como meer. Maar dat kan iedereen zich voorstellen. Totdat je ontdekt als partner dat die zogenaamde liefde niets anders is om zijn eigen image-verheerlijker te voeden, want dat is maar al te vaak wat het echt blijkt te zijn. De liefde voor BK, KM, O …. gaat dus weer om het zelf, de eigen image en spiegeling.
Narcisten hebben veel problemen met kinderen. Of ze nu van hunzelf zijn of van hun partner, ze zien ze steeds als concurrenten en zijn jaloers op ze.
Bij vrouwen worden de eigen kinderen vaak als zelfobject (projectief verlengstuk van zichzelf) ervaren en mannen besteden weinig echte aandacht aan hun kinderen. Behalve als hun goede vaderschap op het spel staat. Want dan trekken ze hun kinderen op hun schoot, tegen wil en dank, want dan moeten ze hun kinderen exploiteren ten gunste van hun eigen vaderimage naar anderen toe.
Kinderen voelen vaak haarfijn aan dat hun vader narcistische problemen heeft en benoemen dit ook op hun eigen manier: zoals papa heeft nooit tijd voor mij, hijzelf gaat altijd voor, ik moet altijd precies doen wat hij wil, ik moet met hem rekening houden maar hij doet dat nooit met mij, ik slaap liever niet bij hem, ik wordt soms bang van hem, enzovoorts.
Verder valt op het gewetenloze gedrag, vooral in intieme relaties. Zoals vreemdgaan, de ander belazeren, misbruik maken en agressief bejegenen.
En dan vooral de beledigende onschuld achteraf spelen bij het ontdekken. De ontwikkeling van het geweten heeft te maken met hoe goed het
ego in contact staat met het eigen ervaren gevoel of de eigen ervaren lichamelijkheid. Vooral dit laatste fenomeen is bij de meeste mensen
(gelukkig maar) zo vanzelfsprekend aanwezig dat je als gemiddelde leek daar nooit bij stil staat! Totdat je iemand tegenkomt, die hierin ernstig tekortschiet, zoals iemand met een pathologische vorm van narcisme.
Partners van narcisten zeggen zo vaak: hun gedrag is niet alleen extreem ontdaan van echt gevoel, emoties en empathie maar het gedrag
is ook zo kinderachtig. Het is alsof ze zijn blijven steken in een vroegere periode uit hun jeugd. Daarbij valt ook op dat ze niet echt creatief zijn en hun gevoelslogica klopt vaak niet.
Zoals de voorgaande voorbeelden aangeven zie je dat een gezonde balans van denken en voelen, helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Erger, vaak snap je dat helemaal niet! Je kan het niet invoelen, bedenken of dat het überhaupt zou kunnen bestaan. Het ligt kennelijk zover weg van je eigen gevoel en denken dat je er eigenlijk geen echte voorstelling van kan maken hoe dat werkt bij je narcistische partner. En dat is erg en eng. Maar ook gelijk de grote valkuil in een relatie met zo'n partner.
De valkuil is erg groot. Want narcisten kunnen (vooral in het begin) heel charmant overkomen, zijn vaak knap, intelligent en succesvol in hun werk. Echter een narcist valt vroeg of laat altijd door de mand en dan is het schrikken, door het grote contrast en de enorme teleurstelling zoals de eigen investering, de te vergeefse liefde, het liefdesverdriet en andere emoties.
De omgang van een persoon met extreem narcisme gaat bijna altijd gepaard met zekere 'afbraak' van je eigen zelfbeeld en ondermijning van het zelfvertrouwen. Dit komt vooral omdat men steeds weer aan het inleveren is. Je geeft alles, compenseert je eigen gedrag tegen wil en dank, maar
helaas het levert steeds weer niets op en dat is doodvermoeiend!
De manipulatie van de narcist is extreem slim, dwangmatig en gebaseerd op opvallende minachting voor de ander. Het ligt ook altijd aan die ander, wat je als partner ook doet! Er is ook zelden enige zelfreflectie bij een narcist en dus ook weinig voor hem om van te leren. Sorry zeggen is voor een narcist extreem moeilijk mede door zijn zwakke zelfbeeld en zijn arrogantie.
Partners uit het verleden worden vrij consequent gedemoniseerd en het gaat vaak vooral om negatieve herinneringen. Als er positieve herinneringen zijn, zijn ze opvallend gekoppeld aan de 'positieve' invloed van de narcistische partner. Het geheugen met ervaringen is overigens weinig emotioneel ingekleurd en erg lacunair. Het lijkt erop dat hun ervaringen vaak eenzijdig feitelijk en rationeel werden ervaren en met weinig of onvoldoende gevoelsassociaties. Rationaliseren is voor hun vaak ook daarom een redmiddel omdat hun gevoelsassociaties ontbreken.
Aandacht en zorgzaamheid is wat helemaal niet past bij een narcist. Voor een narcist bestaat er geen echte liefde naar die ander toe, want het gaat immers steeds weer om de eigen liefde of de Narcissus vijver! Hoewel ook die zelfliefde net zo onecht is als de liefde naar anderen toe.
Immers waarom is anders zijn zelfbeeld zo zwak, de behoefte aan extreme spiegeling van het zelf en de angst zo groot bij de meeste narcisten? Dat is immers in tegenspraak met elkaar. Dit maakt echter wel heel duidelijk waar het omgaat: een extreme manier van afweer die geleerd is in de vroege jeugd.
Verder is pathologisch narcisme, gedrag gebaseerd op één groot toneelstuk waarin met heel veel overtuiging, almacht en
arrogantie de hoofdrol monoloog wordt bezet. Andere personen in zijn toneelstuk zijn slechts pionnen en hebben alleen ten doel
zijn grootsheid op deze wereld extreem te bevestigen (narcistische imaging). En als de ander dat niet meer kan of de narcist er geen behoefte
meer heeft aan deze narcistische spiegeling, blijkt de ander een disposable te zijn: afgedankt als een stuk vuil en met gedrag
met extreme gevoelloosheid en gewetenloosheid! Het is daarom ook niet zo vreemd dat NPS op dezelfde AS-II, Cluster B van de DSM-IV staat, samen met de antisociale persoonlijkheidsstoornis.
Het is daarom ook niet voor niets, gezien het voorgaande, dat alle ervaringsdeskundigen met narcisten zeggen: afstand nemen,
wegwezen, bescherm jezelf en denk vooral aan jezelf. Want dat is heel hard nodig om te 'overleven' na een relatie met een
extreme narcist.
Veel tijd gaat het wel kosten. Maar als je afstand neemt van je narcistische partner ben je altijd de 'overwinnaar' van je partner die
maar extreem blijft dwepen met zijn oude problemen uit zijn jeugd als volwassene, waar niemand meer iets mee kan.
Hoe ouder de persoon met narcisme wordt, hoe erger het probleem ook wordt voor hem. Dit mede omdat bekenden, vrienden en familie steeds beter doorkrijgen bij wie het echte relatieprobleem steeds weer ligt. Daarnaast wordt de narcistische spiegeling (het uiterlijk) steeds minder door ouderdom en dit lijdt maar al te vaak tot stress, psychosomatische klachten of depressie.
Dus het moet je gewoon geen pijn meer doen en je moet medelijden hebben met je narcistische partner. Immers hij voelt bij benadering niet wat jouw investering is geweest in de relatie, zoals de extreme negatieve emoties en het liefdesverdriet na al die jaren en dat is pas echt erg om als mens te missen. In-mens erg is dat en het symboliseert het narcisme in extreme mate. Veel succes in de onthechting als je veel dingen herkent in jouw relatie met je partner!
* Bron: CCGT redactie/Piet van der Ploeg - 2011
door Peter Blansjaar
We plaatsen eerder een artikel over dit onderwerp (Over NPS en gelukkig zijn) en zijn toen uitgegaan van Sigmund
Freuds analyse over gelukkig zijn, een analyse die overigens nog steeds klopt.
Maar in een groot land aan de overkant van onze oceaan
is men ijverig bezig om narcisme te zien als een karaktereigenschap (want het narcisme is sterk stijgend in dat land) en er
is daarom een opvallende behoefte aan een nieuwe definitie!
Of moet men gewoon zeggen dat het extreme materialisme (of narcisme) in Amerika zo'n extreme vorm heeft aangenomen dat narcisme gewoon is,
zoals het gegeven dat het aantal borstvergrotingen onder jonge vrouwen in een aantal jaren met 50% is gestegen o.a. als beloning voor het
behalen van een highschool diploma (The Narcissism Epidemic)
alsof dat niet een extreme vorm van narcisme is! Kennelijk denken veel jonge Amerikaanse vrouwen dat het geluk in de grootte van de borsten
zit. Uiterlijk gaat dus voor alles of m.a.w. narcisme. Gelukkiger zullen ze er niet van worden en een borstvergroting is overigens niet
zonder gevaar voor de gezondheid.
Er is iets goed en vreselijk fout in onze Westerse maatschappij anno 2011. Ik begrijp steeds minder waarom we in ons historisch en
cultureel Europa zo dom zijn om alles wat in Amerika gebeurt zo gemakkelijk en pretentieloos over te nemen!
Alsof onze Europese cultuur niet 2000 jaar ouder is dan die van Amerika en berust op een juist immaterialistisch fundament (denk aan de Griekse
en West-Europses filosofie en de Verlichting). Maar, nee alles wat daar in de USA gebeurt is hot, modern en een must of de hyperspace-idiotie kent
geen grenzen!
Mijn zuster zei laatst als je ex-vriendin alleen in haar mooie opgeknapte keuken zit en kookt voor haarzelf omdat ze 40 jaar alle relaties
kapot heeft gemaakt door haar gewetenloze en narcistisch gedrag, zou ze dan echt gelukkig kunnen zijn(?), zoals ik me onlangs warm
gelukkig voelde door te kijken naar mijn kleinkind, in de zon in de tuin zittend in een stoeltje met een boekje op haar schoot?
Kijk daar zit waarschijnlijk het verschil tussen echt warm lichamelijk geluk ervaren zoals naar je kleinkind kijken of het
alleen cognitief (zonder echt gevoel) beleven van schijngeluk van de narcist met zijn zelfsusser en zelfverheerlijker
zoals mijn ex-vriendin alleen in haar mooie opgeknapte keuken. Materialisme maakt nooit gelukkig, hoe je ook je best doet!
Alleen intermenselijke relaties en spiritualiteit kan ons echt gelukkig maken.
Narcisten kunnen geen écht geluk ervaren omdat ze steeds weer bezig moeten zijn met hun verslavende spiegeling door anderen,
hoe extreem ook te bereiken of welke prijs daar ook voor staat. Het extreme egocentrisme, de kinderlijke behoefte aan spiegeling,
de ontkrachting van elke echte liefdesrelatie, enzovoorts, het maakt niet uit voor de narcist er is maar één ding dat echt
geldt en dat is: er zelf beter van te worden ongeacht de prijs die daar voor staat, zoals de gewetenloze manipulatie en het misbruik van
anderen.
Een humaan geweten, moraliteit, hechting, inlevingsvermogen tonen, sorry kunnen zeggen, reflectie op de eigen tekortkomingen,
een emotionele band met een partner hebben, echte liefde ervaren, enzovoorts, het bestaat allemaal niet voor een narcist.
Het gaat alleen om een zeer primitieve manier om aan de eigen gestoorde behoefte te voldoen.
Een kinderlijke overlevingsstrategie die zo overduidelijk maakt wat er allemaal fout is gegaan in de vroege opvoeding, zoals de onafgemaakte
symbiose en het extreem tekort aan liefde van de moeder en/of het gemis van de aanwezigheid van een echte vader, dat voor de rest van het leven
van de narcist al zijn relaties op een extreme manier negatief beïnvloedt of gewoon kapot maakt met vaak een levensdepressie als eindstadium.
Het voordeel bij de narcist is echter wel dat veel autobiografie 'onbewust' werd ervaren, zoals zonder gewetenswroeging en
met selectieve gevoelsamnesie. En dat is voldoende voor de narcist om vrolijk en gelukkig verder te leven.
Een geluk wat echter veel overeenkomst vertoont met het geluk van een zwakzinnige, maar die laatste
kunnen we dit niet kwalijk nemen gezien zijn beperkte intelligentie en andere tekorten!
De narcist juist wel want die is gewoon 100% toerekeningsvatbaar gezien de overige activiteiten in zijn leven.
* Bron: NPSPartners.nl/Peter Blansjaar - 2011
De hersenen van mensen met psychopathie reageren nauwelijks als zij anderen fouten zien maken, blijkt uit een publicatie van
onderzoekers van het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour in Biological Psychiatry januari dit jaar. Ook het zien van
correct gedrag levert minder respons op dan bij gezonde mensen. Fouten die de psychopaten zelf maken daarentegen activeren de
betrokken hersengebieden wel net als dat bij anderen gebeurt.
Veel onderzoek is er nog niet gedaan naar de hersenfuncties van psychopaten en er zijn dan ook nog veel vragen onbeantwoord. Waar komt hun antisociale gedrag en de gestoorde verwerking van emoties vandaan? Waarom reageren ze vaak impulsief en zijn ze zo ongevoelig voor straf? En hoe komt het dat ze zo weinig empathisch en gewetenloos zijn?
Het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour van de Radboud Universiteit en de Pompekliniek in Nijmegen hebben samen een langlopend en uitgebreid onderzoek opgezet om deze vragen te beantwoorden. De hoop is dat een beter begrip van de hersenfuncties van psychopaten uiteindelijk zal leiden tot effectieve behandelmethodes - want die zijn er nu niet of nauwelijks.
De Pompekliniek is een TBS-kliniek waar voornamelijk patiënten met ernstige persoonlijkheidsstoornissen, waaronder psychopathie zijn opgenomen. Een van de behandelvormen is groepstherapie. Groepstherapie gaat uit van de gedachte dat je kunt leren van reacties van anderen, en van de fouten van anderen, zoals gezonde mensen dat doen. Maar werkt dat wel bij iemand met een psychopathische stoornis? Dat is maar sterk de vraag.
Cognitief psycholoog Inti Brazil - een van de promovendi in het project - deed EEG-metingen om de reacties in het brein op het zien van fouten bij anderen te onderzoeken. Bij gezonde mensen wordt een gebied midden voorin de hersenen, de anterieure cingulate cortex (ACC), actief als zij zelf een fout maken of anderen een fout zien maken. Om deze reden wordt dit gebied ook wel het 'oepsgebied' genoemd. Deze activiteit na fouten waarschuwt ons dat er iets mis is, zodat we ons gedrag aan kunnen passen of kunnen leren het zelf de volgende keer anders te doen.
Uit eerder onderzoek van deze onderzoeksgroep bleek dat de activiteit in dit oepsgebied bij psychopaten normaal reageert nadat ze zelf een fout gemaakt hebben: ook zij vertonen de eerste automatische reactie op eigen fouten. In tweede instantie echter - als de fout verwerkt wordt en het waarschuwingsignaal gebruikt moet worden om hun gedrag aan te passen of te leren - is hun hersenactiviteit en hun gedrag wel anders dan bij gezonde proefpersonen. (Psychological Medicine 2010)
Vanwege het afwijkende sociale gedrag bij mensen met psychopathie was de belangrijke vervolgvraag hoe de breinreacties er uit zien in sociale situaties. Om dit te onderzoeken liet Inti Brazil zijn proefpersonen in de Pompekliniek, waar een EEG-lab speciaal voor het project is ingericht, tegenover iemand plaatsnemen. Die voerde een taak uit met twee joysticks, waarbij eenvoudig te zien was of er een fout gemaakt werd of niet. Er bleek een groot verschil te zijn tussen de patiënten en de gezonde controlegroep: het EEG-signaal dat de reactie van de ACC op de fout van de ander representeert is bij de psychopaten de helft zwakker.
Oftewel: het brein van een psychopaat reageert nauwelijks op de fouten van anderen. Ook als ze de tegenspeler correct zien reageren is de respons veel lager dan die van gezonde proefpersonen. Het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Biological Psychiatry publiceerde deze bevindingen deze maand online.
Inti Brazil: 'We zien in ons leven honderden, duizenden handelingen van anderen. Goed en fout. Als je dat van kinds af aan niet kunt aflezen wordt je heel anders gevormd dan wanneer je wél van het gedrag van een ander kunt leren. Dat zou aan de basis kunnen liggen van het ongewenste sociaal gedrag bij psychopathie. Ook voor de effectieve behandeling van psychopathie is het heel belangrijk om de achterliggende hersenprocessen te begrijpen. Groepstherapie ligt in elk geval niet erg voor de hand.'
A Neurophysiological Dissociation Between Monitoring One's Own and Others' Actions in Psychopathy.Biological Psychiatry, doi:10.1016/j.biopsych.2010.11.013. Inti A. Brazil, Rogier B. Mars, Berend H. Bulten, Jan K. Buitelaar, Robbert J. Verkes, en Ellen R.A. De Bruijn.
Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour , Radboud Universiteit Nijmegen
Neural correlates of error-related learning deficits in individuals with psychopathy. Psychological Medicine (2010) doi:10.1017/S0033291709992017. Von Borries, A. K. L., Brazil, I. A., Bulten, B. H., Buitelaar, J.K., Verkes, R. J., & De Bruijn, E. R. A.
* Bron: Radbout Universiteit- 2011
Het hebben van een partner, familielid of collega met ernstige narcistische problemen of NPS gaat bijna altijd gepaard
met heftige periodes in de relatie van aan en uit en de extreme verbazing en verontwaardiging over het gedrag van die ander.
Narcisme heeft te maken met tekorten van het eigen zelfbeeld, waarbij compensatie plaatsvindt door het functioneren van een extreem vals-zelf en de noodzaak
van compensatiespiegeling door anderen. Verder valt op een tekort aan echte emoties en het niet in contact staan met het eigen gevoel of
de eigen ervaren lichamelijkheid ofwel een tekort aan ego-lichaamsidentiteit.
De persoon is er verder van overtuigd een grootsheid te bezitten die in
geen enkele verhouding staat met de werkelijkheid. Status attributen zijn daarom essentieel om hun gevoel
van grootsheid te voeden.
Uiteraard is de mate waarin iemand onderhevig is aan zijn eigen narcistische problemen net zo divers als mensen verschillend zijn.
Maar de psychische kern is steeds het "eenzame ongelukkige kind" dat zich afschermt met een vals-zelf bestaande uit
de zelfverheerlijker en zelfsusser ter compensatie van tekorten in het eigen ervaren zelfbeeld.
De narcistische persoonlijkheidstoornis (70% zijn mannen) is volgens de DSM-IV de som van meerdere narcistische symptomen,
waarbij de relationele aspecten zoals jaloersheid, pathologisch liegen, tekort aan empathie, hooghartigheid, bewondering opeisen,
en het misbruik maken van anderen opvallende fenomenen zijn.
Dit hangt nauw samen met de
primitieve afweermechanismen
zoals:
splitsen,
idealisatie/devaluatie, omnipotentie,
loochening,
projectieve identificatie.
Er is haast geen onderwerp binnen de klinische psychologie en psychiatrie waar de laatste 50 jaar zoveel over is geschreven
als het verschijnsel narcisme. En dat is niet voor niets, het is en blijft een moeilijk te vatten ontwikkelingsstoornis.
Dit komt mede omdat het gaat om volwassenen die ineens op zo'n extreme manier emotioneel kunnen reageren dat het voorzetten
van de relatie onmogelijk wordt gemaakt. Het feit dat het vaak gaat om onbewuste processen (van vooral angst)
maak het ook onmogelijk voor de persoon om met taal duidelijk te maken wat er gebeurt, laat staan zelf te
reflecteren op het 'trauma' van de eerste jaren na de geboorte.
Niemand wordt in principe geboren met een narcistische persoonlijkheidsstoornis (erfelijkheid is nooit aangetoond), dat wil
zeggen het wordt iemand aangedaan in de eerste jaren na de geboorte door ouders of verzorgers, omdat, zoals Winnicott dat zegt:
'De moeder of verzorger niet voldaan heeft als
good-enough mother tijdens de
vroege jeugd.' Balint noemt dit zelfs de
basic fault.
Als u zich een 'narcistisch slachtoffer' voelt (terwijl de persoon met NPS het echte slachtoffer is) in uw relatie
met uw partner, familielid of collega kunt u hier uitgebreide informatie over vinden op de CCGT-website onder:
bronnen > capita selecta 2010
* Bron: CCGT redactie/Piet van der Ploeg - 2011
Wat betekent dat voor mensen: gelukkig zijn? Dat is niet eenvoudig te beantwoorden. Wat we wel weten welke basisvoorwaarden er
moeten zijn om überhaupt gelukkig te kunnen zijn. Dus indien iemand voldoet aan deze basisvoorwaarden is dat geen
automatisme om gelukkig te kunnen zijn.
Sigmund Freud gaf als basis voorwaarden o.a. drie dingen: 'In staat zijn om te werken', 'Liefde kunnen geven' en 'Creatief
kunnen zijn' (hij noemde dit laatste 'spelen'). En dat klopt volgens mij nog steeds.
Als we deze drie eigenschappen namelijk onderzoeken komt de eerste erop neer energie te hebben (zoals gezondheid) om te
werken, structuur te aanvaarden en om sociale relaties te kunnen onderhouden. Dit laatste is immers ook een belangrijke basisvoorwaarde om in het werk als volwassene
te slagen. Dit wordt soms vergeten maar iedereen die werkt of gewerkt heeft weet hoe belangrijk het is relaties te kunnen
onderhouden in het werk met collega's.
Liefde kunnen geven heeft ook direct met relaties te maken. Maar je zou kunnen zeggen op een veel dieper niveau
van (gevoels)intimiteit. Hierbij wordt de persoonlijkheid op de proef gesteld. Men moet iets van zijn eigen
persoonlijkheid echt geven, ook vanuit voldoende eigen zelfliefde, om ook liefde te kunnen geven en te
ontvangen.
Bij creativiteit speelt ook de persoonlijkheid een rol maar hierbij gaat het er vooral om opdat het gevoelskind lichamelijk
gefundeerd is. Het gaat hier eigenlijk net zoals bij liefde zou je kunnen zeggen om voldoende ego-lichaamsidentiteit. Of
het ego moet voldoende in contact staan met de eigen ervaren lichamelijkheid (gevoel) anders is creativiteit niet goed mogelijk.
Het meest essentiële probleem bij de Narcistische Persoonlijkheid Stoornis (NPS) is dat het eenzame en
ongelukkige kind (het Eigen Zelf) is opgeborgen in de tijd van het jeugdtrauma
(< 3 jaar na de geboorte). Daardoor is in diezelfde tijd een Vals Zelf ontstaan wat voor de rest van het leven het
Eigen Zelf afschermt of compenseert als overlevings-
strategie door o.a. Imagebuilding met behulp van de 'Zelfsusser', de
'Zelfverheerlijker' en de levensnoodzaak van 'Externe Spiegeling'. Dit lijdt tot een bijzonder lage of onvoldoende
ego-lichaamsidentiteit.
We zien dat personen met een NPS vaak bijzonder goed kunnen functioneren in hun werk, alhoewel de personen vaak koel,
autoritair en afstandelijk overkomen lukt het de meeste personen, zeker als ze intelligent zijn, voldoende
opleiding hebben of macht hebben, goed om vele jaren achtereen een baan te hebben en te werken. Dit hoewel stress en psychosomatische
klachten vaker voorkomen bij personen met NPS.
Maar op het vlak van de ego-lichaamsidentiteit ontstaat het echte probleem. Het niet in contact staan met de eigen ervaren lichamelijkheid
of gevoel maakt personen arrogant, egoïstisch, gevoelloos (of zonder empathie), gewetenloos en vaak agressief.
Dat maakt dat personen met NPS niet in staat zijn om echt (gevoels)zaken in een intieme relatie uiteindelijk te delen.
Ze zullen het aangaan van intieme relatie wel steeds weer proberen, soms vele jaren met redelijk succes, want ze hebben
liefde (spiegeling) van een partner hard nodig.
Uiteindelijk vallen ze altijd door de mand, want het Vals Zelf is meedogenloos Duivels, of de Wolf vermomd in
Schaapskleding. Ze zijn hierdoor niet in staat tot echte hechting (de symbiose met de moeder is niet afgemaakt).
Ze hebben onvoldoende echte Eigenliefde (zwak Zelfbeeld) doordat het Vals Zelf een Gekunsteld Zelf is, hij wordt immers
niet voor niets 'vals' genoemd. Ze hebben dus een partner wél nodig maar dat is heel wat anders dan liefde geven en ontvangen.
Deze eigenschappen maken dat personen met een NPS niet alleen niet creatief zijn maar ook niet in staat liefde
te geven of echte liefde te ontvangen en dat is zo fundamenteel bij intieme relaties dat ze ook nooit echt gelukkig
kunnen worden.
Ze missen dus iets fundamenteels als persoon en dat is in-mens triest als we bedenken dat de eigen
Not-Good-Enough Mother het jeugdtrauma heeft veroorzaakt (erfelijkheid bij NPS is nooit aangetoond),
wat maakt dat je als volwassene de basisvoorwaarde mist om echt gelukkig te kunnen worden.
Wat moet je dan in-mens veel als mens missen! Als gelukkig kunnen zijn je,
je leven lang wordt onthouden! Vreselijk toch!
* Bron: CCGT redactie/Piet van der Ploeg - 2011
Hieronder mijn verhaal. Waarom? Omdat ik andere wil behoeden voor de hel die ik heb meegemaakt! Lees mijn verhaal en houd ogen en oren open!
Ex partner met NPS ( Narcistische Persoonlijkheidsstoornis). Ongeveer zes jaar geleden ben ik gescheiden. Ik ben met mijn twee jonge kinderen verhuisd naar een leuk huisje. Ik had een goede baan, een leuk huis en co-ouderschap met mijn ex man, wat heel goed liep. Mijn leven was prima in orde.
Een jaar of drie terug ging het toch kriebelen….wil ik altijd alleen blijven? Dat idee vond ik niet fijn. Een vriendin raadde mij voor de gein aan eens op internet te gaan zoeken. Ik heb mij aangemeld bij een datingsite.
Na een maand hield ik het wel voor gezien. Naar mijn idee waren er weinig serieuze mannen aanwezig. Op de valreep ontmoette ik R. We zijn gaan mailen en chatten. Het leek de perfecte man voor mij. Geïnteresseerd, dol op en actief met zijn kinderen. Noem maar op. Alles wat ik zocht in een man had hij gewoon!
Een paar weken later hebben we elkaar voor het eerst gezien. De eerste tien minuten dacht ik Nee, dit is hem niet. Hij praatte erg veel over zichzelf en er kwam naar voren dat hij met vrij veel mensen problemen had. Zijn ex-vrouw ( de moeder van zijn twee kinderen), de buren, collega's, zijn moeder). Hij ratelde aan één stuk door en ik raakte de draad snel kwijt.
Toch heb ik ingestemd met een tweede ontmoeting. Achteraf denk ik dat ik niet waar wilde hebben dat hij niet zo leuk was als hij leek. Zijn overdreven praten weet ik aan zenuwen voor onze ontmoeting.
Van het één kwam het ander ik ontmoette al snel zijn kinderen en dat klikte perfect. Mijn kinderen en zijn kinderen konden ook vanaf dag één goed met elkaar opschieten. Er bleven wel wat dingetjes die ik niet zo leuk vond aan hem, maar ach…. niemand is toch perfect? Ook weet ik dat weer aan zijn werkeloosheid op dat moment.
Een jaar na onze eerste ontmoeting zijn we gaan samenwonen. Ik ben, 40 km verderop bij hem ingetrokken met mijn kinderen. Hij had een redelijk groot koophuis, groot genoeg voor ons en onze kinderen ( zijn kinderen waren er ook de helft van de week). R startte zijn bedrijf op en alles leek voor de wind te gaan. Zo kabbelde het een jaartje verder met wat ups en wat downs.
Een jaar geleden begon R. echter steeds raarder gedrag te vertonen. Hij werd steeds dominanter, ging ineens allerlei regels instellen en kreeg regelmatig een woede uitbarsting om erg kleine dingen. Omdat hij letterlijk dag en nacht werkte dacht ik dat hij overspannen werd. Toen het in korte tijd erger en erger werd ben ik eens op internet gaan speuren. De kenmerken die hij ging vertonen deden mij denken aan Asperger ( een autistische aandoening). Alles moest zoals HIJ het wilde, ik deed nooit iets goed, mijn kinderen deden nooit iets goed, geen inlevend vermogen, alleen maar praten en nooit luisteren!
Toen hij op een gegeven moment in een ruzie mijn zoontje mishandelde omdat deze het voor mij opnam ben ik weg gevlucht. Ik heb een weekend bij mijn moeder gelogeerd. Mijn baan was ik inmiddels al kwijt. Deze relatie kostte mij zo enorm veel energie ik was overspannen en kon er echt niet meer bij werken!
Na duizend sorry's en beloftes over dat hij hulp zou zoeken ben ik terug gegaan. Ik hield van deze man en was overtuigd van zijn goede bedoelingen, ondanks alle ellende. Samen zijn we ( uiteindelijk onder zijn protest) naar zijn huisarts gegaan. Deze raadde een psychiatrisch onderzoek aan omdat R. al vaker met deze klachten bij hem was geweest. Daar schrok ik van!!! Dat wist ik niet! De reden die hij opgaf voor zijn scheiding was dat zijn ex-vrouw zo labiel , depressief en altijd overspannen was.
Maar goed, tevens heb ik gezorgd dat wij ondersteuning kregen van maatschappelijk werk. Het leek een paar weken iets beter te gaan, maar van de een op de andere dag was zijn gedrag weer terug en dan tien keer erger! De grootste ruzie, een weekend lang, omdat ik bijv. huzarensalade had gekocht voor bij het gourmetten. Dat hoort niet. Is mijn vlees niet goed genoeg voor jou? De tuin waaraan hij niets deed had ik opgeruimd en gedaan. Wekenlang bonje, omdat ik het zand had geharkt en dat vond hij niet mooi. Mijn kinderen, die inmiddels veel vriendjes hadden in de nieuwe woonplaats, mochten van hem ineens niet meer na schooltijd afspreken, want dat vond hij niet nodig. Hoe leg je ze dat uit???
Een redelijk gesprek was niet meer mogelijk. Hij deed in zijn ogen nooit wat verkeerd, alles was mijn schuld ( of op het werk de schuld van bazen, collega's of thuis de schuld van de buren, zijn ex-vrouw R. zag zichzelf altijd als slachtoffer van de hele wereld). De ene woede uitbarsting op de andere volgde. Ik liep op mijn tenen en mijn laatste loodjes. Mijn god, als ik maar niet per ongeluk wat doe wat hem niet zint. Als mijn kinderen maar niet iets doen wat hem niet zint en mijn kinderen waren bang dat hij mij of hen wat aan zou doen.
Een dag voor de verjaardag van mijn jongste ben ik weg gevlucht. Hij kreeg zo'n agressieve aanval, bedreigde mij in die mate, dat ik met niets alleen mijn hondje naar de school van de kinderen ben gegaan, ze op heb gehaald en gevlucht ben.
Achter gebleven met niets, helemaal niets. Ik heb niet eens een woning met mijn kinderen ( en nog maar de vraag of ik er op korte termijn één krijg). Wat er na de beëindiging van de relatie nog allemaal is gebeurd zal ik jullie besparen.
Uit het onderzoek bij de psychiater is gebleken dat hij een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft. Helaas zien mensen die hier aan lijden niet dat er iets mis met hen is. De hele wereld is gek, behalve zij. Hij zal dus ook nooit in therapie gaan en er zal nooit verbetering komen. Sterker nog deze aandoening schijnt met het klimmen der jaren alleen maar erger te worden.
Gebroken en berooid ben ik achter gebleven, maar ik heb één groot voordeel op hem. Ik weet dat ik mijzelf redden kan, dat het een tijd zal duren maar dat ik mijn leven weer op orde krijg!
Geloof me dit is mijn verhaal nog maar héél in het kort. Leven met een narcist is een ware hel!
Ik wil van uit mijn ervaring dan ook iedereen waarschuwen. Negeer niet signalen die er zijn Narcisten kunnen zich een tijd lang mooi voordoen, maar de ware aard zal altijd boven komen. Voor mij is het te laat, ik heb de signalen genegeerd. Hopelijk kan ik met mijn verhaal anderen behoeden voor een groot drama!
Intieme emotionele relaties zijn de basis voor hechtingsrelaties. Het prototype van hechting is de moeder-kind relatie. Hechtingsrelaties
zorgen voor een veilige haven (bevordert het gevoel van veiligheid als men spanning of angst ervaart) en een veilige basis
(bevordert het vertrouwen om actief de wereld om zich heen te onderzoeken). Afgezien van het grote belang van hechting in de eerste levensjaren,
hebben we allemaal veilig gehechte relaties nodig voor de rest van ons leven.
Naast het bevorderen van een veilige haven en veilige basis hebben hechtingsrelaties nog een andere essentiële functie: zij maken het mogelijk te leren mentaliseren, dat wil zeggen het gevoelig worden voor en het ervaren van mentale toestanden (zoals wensen, gevoelens en gedachten) bij zichzelf en bij anderen. Kunnen mentaliseren is van essentieel belang voor het menselijk zelfbewustzijn en voor het onderhouden van gezonde relaties met anderen.
Hechting speelt om twee redenen een rol bij het hebben van een trauma:
1. Een hechtingsrelatie kan het gevoel van veiligheid herstellen als men een traumatische ervaring heeft gehad;
2. Hechtingrelaties kunnen een bron zijn van opvallende trauma's.
Gebaseerd op onderzoek met kinderen kunnen we vier hechtingsvormen onderscheiden.
Veilige gehechtheid, zoals basisvertrouwen, brengt met zich mee een gevoel van vertrouwen dat de hechtingspersoon reageert op momenten dat
men spanning of angst ervaart. Als men zich 'beschadigd' voelt of in de steek gelaten kan men onveilige hechting ervaren.
Vermijdende gehechtheidpatronen houdt in dat men er niet op vertrouwd dat anderen voldoen aan de beschikbare
hechtingsbehoefte en je het helemaal zelf moet proberen op te lossen.
Ambivalente hechtingspatronen zien we bij personen die behoefte hebben aan sterk emotioneel en vastklampend hechtingsgedrag
(ook wel allemans vriendgedrag genoemd) terwijl men daarnaast frustratie en wrok toont.
Jeugdtrauma's kunnen leiden tot ernstige onveilige hechtingspatronen zoals gedesorganiseerde hechting, zich uitend in
de angst voor het aangaan van hechtingsrelaties en het niet in staat zijn adequaat gedrag te tonen om met anderen een gehechte
intieme relatie aan te gaan en te onderhouden. We zien dit met name bij personen met persoonlijkheidsstoornissen zoals BPS of NPS
en het optreden van de onbewuste afweermechanismen zoals o.a. splitting en idealisatie/devaluatie.
Ofschoon men levenslang behoefte heeft aan veilige hechtingsrelaties zijn deze relaties sterk aan ontwikkelingen onderhevig in ieders
leven. Ofschoon de basis voor hechting vroeg in het leven wordt gelegd door de belangrijkste eerste verzorgers, wordt hechting
verder ontwikkeld met verschillende andere personen: zoals broers en zussen, grootouders, neven, nichten, ooms en tantes, vrienden,
collega's, intieme partners en anderen zoals professionals als huisartsen, leraren en psychologen. We kunnen overigens ook belangrijke
hechtingsrelaties hebben met huisdieren.
Hechting duidt altijd op ruimte voor verandering en groei. Personen die getraumatiseerde hechtingsrelatie hebben meegemaakt stoppen zelden met het weer opnieuw aangaan van relaties; ondanks de trauma's zijn de meeste personen in staat een netwerk van redelijk veilig gehechte relatie aan te gaan en in stand te houden.
* Bron: CCGT redactie/Piet van der Ploeg - 2011
door Nina Brown
Dit verhaal gaat over narcistisch ouders, maar het gaat natuurlijk ook op als je een narcistische partner hebt. De meeste ouders
doen het erg goed, maar helaas zijn er ook ouders die door hun eigen problematiek het hun kinderen wel erg moeilijk maken.
Lijden één of beide ouders aan "Ouderlijk destructief narcisme" dan heeft dat vaak grote gevolgen voor de kinderen,
gevolgen die tot in hun volwassenheid kunnen blijven bestaan.
Wat voor deze volwassenen met narcistische ouders het meest verwarrend is, is dat zij voelen dat er iets is dat niet klopt,
zonder dat ze daar de vinger op kunnen leggen. Ze kunnen boos zijn op en gefrustreerd zijn over hun ouders en tegelijk erg hun best
doen om het hun ouders naar de zin te maken in de hoop dat ze eindelijk liefde en waardering zullen krijgen.
Sommige kinderen zijn ook als ze volwassen geworden zijn bang voor elk contact met hun ouders, proberen om het contact met hen
te vermijden. Anderen proberen om als gelijke met ze om te gaan, om toch weer heel snel in de oude ouder-kind patronen terug te
vallen of ervaren op zijn minst een heleboel nare gevoelens en gedrag in het contact me hun ouders wat ze weer van zichzelf afkeuren.
Extra beschadigend is dat kinderen van narcistische ouders vaak niet het negatieve effect ervaren dat het narcisme van hun ouders
heeft op hun gevoel van eigenwaarde, hun zelfbeeld, de relaties die zij met anderen onderhouden en hun tevredenheid over hun leven
in het algemeen. Deze effecten zijn vaak verborgen en niet makkelijk te herkennen.
Wat is destructief narcisme?
Een aantal kenmerken van narcistische ouders:
(Ze hoeven niet allemaal te bestaan, en omgekeerd duidt een enkele eigenschap nog niet op destructief narcisme.)
* Ongevoelig voor de behoeftes en gedachten van anderen.
* Sterk op zichzelf gericht en geheel in beslag genomen door wat voor henzelf belangrijk is.
* Onverschillig naar anderen.
* Gebrek aan inlevingsvermogen of empathie.
* Geen gevoelskern bij zichzelf voelen.
* Oppervlakkige emoties zoals moeilijk verdriet of ander gevoel tonen.
* Niet in staat zinvolle betrekkingen met anderen aan te gaan.
* Sterke behoefte aan aandacht en bewondering.
* Zichzelf zien als uniek en speciaal.
* Arrogant, op anderen neerkijkend.
* Neiging tot autoritair gedrag, xenofobie of racistisch.
* Geven orders en verwachten dat anderen die onmiddellijk opvolgen.
Mensen met destructief narcisme roepen bij hun kinderen (maar ook bij anderen) gevoelens op van aanzienlijke frustratie, boosheid
en incompetentie. De kinderen en andere slachtoffers worden beschuldigd, bekritiseerd, onderuitgehaald; ze worden betekenisloos
gemaakt in en voor het contact met iemand met een dergelijk narcistisch patroon.
Door deze gevoelens te onderkennen en te ervaren dat anderen soortgelijke gevoelens oplopen bij deze patiënten, kun je het
gedrag van mensen met een destructief narcisme doorzien. Een andere manier om te bepalen of je een ouder hebt of hebt gehad met een
narcisitsich gedragspatroon is aan de hand van de volgende vragen, misschien herken je een of meer van je eigen gedragingen:
* Heb je het gevoel dat je verantwoordelijk werd gesteld voor de gevoelens van een of beide ouders?
* Leken je ouders meestal onverschillig voor jouw gevoelens of ontkenden ze deze?
* Werd je vaak bekritiseerd, minderwaardig geacht, of als betekenisloos gezien?
* Wanneer een ouder ergens boos over was, was jij dan vaak het slachtoffer van zijn/haar negatieve gevoelens?
* Was je erg vaak bezig om het je ouders naar de zin te maken, terwijl je het gevoel had daar bijna altijd in tekort te schieten?
Zeiden je ouders dingen als:
* Wil je niet dat ik mij plezierig voel?
* Ik voel me mislukt als jij.
* Je hoort voor mij te zorgen.
* Als je werkelijk om me gaf, dan zou je doen wat ik wil.
* Had je het gevoel dat je ouders je nooit goed genoeg vonden?
* Als je al iets zei over de ongevoeligheid van je ouders, vonden ze dan dat je ondankbaar was, het verkeerd zag, en dat je
je moest schamen en schuldig voelen?
* Lieten je ouders je vaak merken dat je ze veel voor jou opofferden en dat je daarvoor waardering moest tonen?
De manieren waarop kinderen van narcistische ouders probeerden te dealen met hun ouders, voornamenlijk meegaan en verdedigen,
blijven vaak in de volwassenheid bestaan, ze handelen ook zo naar anderen toe:
Meegaan
* Ze spenderen een groot deel van hun tijd met het zorgen voor anderen.
* Ze zijn voortdurend alert om zich zo te gedragen dat anderen zich goed voelen.
* Passen zich erg goed aan.
* Voelen zich verantwoordelijk voor de gevoelens en het welzijn van anderen.
* Hebben de neiging zichzelf af te keuren en zich te verontschuldigen.
* Doen hun uiterste best om harmonie te bewerkstelligen en gevoelens van anderen te verzachten.
* Hebben zelden het gevoel dat aan hun eigen behoeftes wordt voldaan.
Verdedigen
De verdedigende reactie van kinderen van narcistische ouders is er een van trotseren en uitdagen, terugtrekken en
onverschilligheid. Ze doen hun uiterste best om te voorkomen dat ze worden gemanipuleerd, verstrikt raken in of verzwolgen worden
door verwachtingen en gevoelens van anderen. Ze willen niet verantwoordelijk worden gesteld voor anderen, voor hun financiële
en/of emotionele welzijn.
Samengevat
Proberen om het mensen tot het uiterste naar de zin te maken en tegelijk niet verantwoordelijk willen zijn voor die anderen. Toegeeflijkheid én verzet.
Levensthema's
Het effect van het hebben van ouders met een destructief narcisme kan leiden tot de volgende levenservaringen bij de kinderen:
* Een algehele ontevredenheid over zichzelf en het verloop van zijn/haar leven.
* Voortdurend proberen om een emotionele harmonie met anderen te vinden, maar daar niet in slagen.
* Een constant bezig zijn met eigen zwakke kanten en tekortkomingen.
* Een gebrek aan betekenisvolle en bevredigende relaties.
* Anderen niet kunnen toestaan om dichtbij te komen of intiem te worden.
* Geen zin en doel in het leven zien.
* Vaak problemen met familie, vrienden en collega's.
* Een voortdurend gevoel van alleen te staan, niet verbonden te zijn met anderen.
* Zich overspoeld voelen door verwachtingen van anderen.
De relatie van de volwassene met zijn narcistische ouder
Wanneer het contact niet totaal verbroken wordt zie je vaak de volgende reacties:
* Proberen om als een volwassene met zijn ouders om te gaan.
* Uitleggen hoe de houding van de ouder een negatief effect op ze heeft.
* Op een hardere wijze de ouder confronteren met zijn/haar ongevoeligheid en exploiterende houding.
* Proberen niet van streek te raken wanneer ouders kritiek geven of je een schuldgevoel willen bezorgen.
Doorgaans heeft dat geen enkel positief effect en voelen deze kinderen zich achteraf nog meer gefrustreerd, boos of schuldig.
Het is moeilijk om te accepteren dat een poging om zulke ouders tot inzicht te brengen of een enigszins houdbare relatie te
onderhouden gedoemd is te mislukken. Het werkte niet in het verleden, en het zal niet werken in de toekomst. Er is eenvoudigweg
niets wat je kunt doen om hen te veranderen.
Als één of beide ouders een narcistische opstelling hebben of hadden is het enige wat je kunt doen:
* Je zelf zo veel mogelijk beschermen, emotioneel afstand nemen van je ouders.
* Inzien dat jouw gevoelens van tekortschieten, e.d. niet terecht zijn.
* Je egoïstischer opstellen naar anderen (om zodoende je eigen narcisme dat waarschijnlijk onvoldoende
ontwikkeld is te herstellen naar een gezond narcisme).
* Je minder proberen aan te trekken van kritiek van anderen.
* Jezelf positief benaderen (affirmaties e.d.).
* Je realiseren hoe pijnlijk het is dat je nooit die ouders hebt gehad en zult hebben die je nodig had en waar je bewust of
onbewust naar verlangt of verlangd hebt.
* Bron: Nina W. Brown/CCGT redactie - 2011
Om een partner te herkennen als Narcistisch of met een NPS is het van belang te letten op de gebruikte afweermechanismen.
Afweermechanismen dienen als bescherming van het ego of zelf. Ieder mens gebruikt ze om door het geweten verboden impulsen,
ongewenste krenkingen en akelige of traumatische herinneringen uit het bewustzijn weg te houden. Je kunt ze zien als
overlevingsstrategieën onstaan in bedreigende situaties zoals uit de vroege jeugd met een not-good-enough moeder.
Als de situatie later echter verandert zoals in de volwassenheid met een partner, kunnen dezelfde strategieën niet meer
als hulp, maar als een grote hindernis in het dagelijk leven gaan werken en juist een probleemwereld creëren
en een relatie met een partner moeilijk of soms onmogelijk maken op den duur.
Al naar gelang de integratie van de eigen persoonlijkheid (zoals schaling ware zelf … onechte zelf) gebruikt het ego
rijpere of mindere rijpe afweermechanismen zoals:
verdringing, isolering, rationalisatie, projectie, verschuiving, ontkenning, identificatie en reactievorming.
Mensen met persoonlijkheidsstoornissen zoals NPS en BPS gebruiken deze ook, maar daarnaast ook de primitieve afweermechanismen (zie onderstaande links) zoals:
splitsen,
idealisatie/devaluatie, omnipotentie,
loochening,
projectieve identificatie.
Iemand met een redelijk gezonde persoonlijkheid zal zich vrij gemakkelijk bewust kunnen worden van het mechanisme van afweer
en ook van hetgeen wordt afgeweerd. Dit vermogen kan dan behulpzaam zijn bij het oplossen van ruzies en conflicten en de omgang
met zichzelf en anderen vergemakkelijken.
Iemand met een persoonlijkheidsstoornis zoals NPS mist vaak dit vermogen tot introspectie en beleeft conflicten vooral als
komend uit de buitenwereld (egosyntoon genoemd), vandaar dat het voor hen veel moeilijker is een conflict uit te praten
met een partner en de reden dat ze vaak herhaaldelijk in dezelfde soort conflictsituaties terechtkomen, zoals meestal ook blijkt
uit relaties met eerdere partners.
Het is daarom voor u als partner belangrijk om in kaart te brengen hoe uw narcistische partner omging met ex-partners. Uiteraard
niet via uw narcistische partner, want die heeft u meestal een rad voor ogen gedraaid op dit gebied. Uit deze informatie via
ex-partners blijkt maar al te vaak dat de narcistische partner eerder precies hetzelfde gedrag vertoonde en dit
is dan voldoende en een overtuigend bewijs dat het niet aan u ligt als partner bij de ontstane problemen in uw relatie.
Vanuit het cognitieve en schemagerichte model denkt men dat vooral primitieve afweermechanismen nauw samenhangen
met een disfunctionele manier van denken, voelen en handelen door Vroeg Ontwikkelde Schema's
(Zie:
Schemaptherapie) ontstaan in de vroege jeugd, zoals door not-good-enough holding na de geboorte.
* Bron: CCGT Redactie/Piet van der Ploeg - 2011
De komende maanden gaan we op deze en website NPSPartners verder in op allerlei onderwerpen die samenhangen met het ontstaan en de ontwikkeling van het pathologisch narcisme of NPS. Ik ben als psycholoog steeds weer verbaasd over hoe sommige personen, in dit geval D.W. Winnicott, dingen hebben ontdekt bij kinderen die van grote en blijvende waarde zijn gebleken voor een beter begrip van jeugdtrauma's in de eerste jaren na de geboorte zoals bij NPS. Daarom hier eerst een biografie van deze bijzondere kinderarts en psychoanalyst.
Engels kinderarts en kinderpsychiater die bijzonder veel theoretisch en praktisch werk heeft gedaan voor de kinderpsychiatrie en
de psychoanalyse.
Diverse termens zoals 'false self'', 'holding environment', 'good-enough mother' en 'transactional object' worden tegenwoordig nog veel gebruikt en zijn van hem afkomstig.
Nadat hij besloten had dokter te worden ging hij in Cambridge studeren, onderbrak echter zijn studie om in de Eerste Wereldoorlog als assistent-chirurg te dienen op een torpedojager. Hij maakte in 1920 zijn studie af en in 1923 werd hij als arts aangesteld bij het Paddington Green Kinderziekenhuis in Londen. In 1927 werd Winnicott toegelaten bij het Brits Psychoanalytische Instituut, en kwalificeerde zich als psychoanalyst voor volwassenen in 1934 en als psychoanalyst voor kinderen in 1935.
Twee decennia lang bleek Winnicott een uitzonderlijk combinatie te bezitten van enerzijds kinderarts en anderzijds psychotherapeut. Zijn ervaring met de behandeling van psychisch gestoorde kinderen en hun moeder, was de basis voor bijzonder originele theorieën. In verband met de korte tijd die hij had per individuele cliënt ontwikkelde hij 'therapeutische consultaties'. Melanie Klein kwam in 1926 als kinderpsychoanalyste in Londen wonen en had spoedig diverse aanhangers waaronder Joan Rivière, waarbij Winnicott in leeranalyse ging.
Het uitgangspunt van Melanie Klein, dat het eerste levensjaar van het jonge kind van uitzonderlijk belang is voor de latere psychische gezondheid werd gedeeld door Winnicott. Dit uitgangspunt week echter wat af van de ideeën van Sigmund Freud en zijn dochter Anna die in 1938 beiden, als Nazi-vluchtelingen uit Oostenrijk in Londen kwamen wonen.
Er dreigde een breuk, binnen het Brits Psychoanalytische Instituut, tussen de orthodoxe Freudianen en de Kleinianen; maar in 1945 aan het einde van Tweede Wereldoorlog werd een typisch Brits compromis gesloten, een soort van vriendschappelijke driedeling in Freudianen, Kleinianen en een middengroep, waartoe Winnicott behoorde.
Voor Winnicott was de Tweede Wereldoorlog van belang omdat dit hem de mogelijkheid bood om ernstig gestoorde kinderen te behandelen,
die overgebracht werden naar Londen en andere grote steden, echter met achterlating van hun familie. Hij werd psychiatrisch adviseur
voor het 'Government Evacuation Scheme', en werd geïnspireerd om vernieuwend te denken over de belangrijkheid en de waarde van
de moederrol bij het opvoeden van jonge kinderen.
Hij werd zich ook bewust van het feit dat psychotherapie meer was dan, 'het maken van de juiste interpretatie op het juiste moment'
en het belang, van wat hij 'management' noemde.
Na de Tweede Wereldoorlog was Winnicott 25 jaar arts in dienst van de
kinderafdeling van het Psychoanalytisch Instituut; twee termijnen directeur van het Brits Psychoanalytische Sociëteit;
lid van UNESCO en WHO studiegroepen. Trad vaak op als docent en spreker, was schrijver en had een privépraktijk.
Winnicotte bleef tot 1960 in het Paddington Green Kinderziekenhuis werken.
* Bron: Encyclopedisch woordenboek van de psychologie/redactie CCGT - 2011
Winnicott ziet een 'good enough' moeder als een sleutelrol voor aanpassing aan de baby, waardoor het kind controle ervaart,
'omnipotentie' en troost ervaart in contact te zijn met de moeder. Deze 'holding environment' stelt het jonge kind in staat
op zijn eigen manier meer autonomie van het zelf te ervaren.
"The good-enough mother...starts off with an almost complete adaptation to her infant's needs, and as time proceeds she
adapts less and less completely, gradually, according to the infant's growing ability to deal with her failure" (Winnicott, 1953)
De 'not good enough' moeder leidt tot een onechte zelf stoornis bij het kind.
"In the cases on which my work is based there has been what I call a true self hidden, protected by a false self.
This false self is no doubt an aspect of the true self. It hides and protects it, and it reacts to the adaptation failures
and develops a pattern corresponding to the pattern of environmental failure. In this way the true self is not involved in
the reacting, and so preserves a continuity of being." (Winnicott, 1955-6)
Winnicott ziet ook, de alle kleinste spiegeling en interactie tussen de moeder en het kind als essentieel voor de
ontwikkeling van het kinds zijn eigen innerlijk wereld. Na het beginstadium van hechting met de moeder ontstaat een illusie
van grootsheid (omnipotentie) en dit gaat over in de fase van 'relatieve afhankelijkheid', waarbij het kind zich de
afhankelijkheid bewust wordt en ook verlies ervaart. Doordat de moeder gedoseerd periodes inlast waarbij ze het kind alleen
laat, leert ze het kind een gezond gevoel van onafhankelijkheid te ervaren. Doordat de moeder zich niet aanpast bij elke behoefte
van het kind wordt ze geholpen zich aan te passen aan de realiteit van haar omgeving.
Winnicott onderscheidt essentiële aspecten bij de kindomgeving zoals: vasthouden (holding), aanraken (handling) en
moederspiegeling(object-presenting). De moeder kan het kind dus vasthouden, aanraken en als persoon spiegelen, hetzij door
haarzelf, met haar borst of door een ander persoon. De 'good-enough' moeder doet dit naar algemene tevredenheid van het kind.
Het doel en resultaat van het 'good-enough' moeder zijn is het kind het gevoel van verlies te leren ervaren in plaats van de
schok van het 'te laten vallen'. Hierdoor leert het kind beter te voorspellen wat verlies betekent en hier meer controle over te
krijgen. Hierdoor vindt de overgang in geleidelijke stappen plaats waarbij de moeder een belangrijke rol speelt naar de tussenfase
van verlies ervaren.
"The baby quickly learns to make a forecast: 'Just now it is safe to forget the mother's mood and to be spontaneous, but
any minute the mother's face will become fixed or her mood will dominate, and my own personal needs must then be withdrawn
otherwise my central self may suffer insult.'
Immediately beyond this in the direction of pathology is predictability, which is precarious, and which strains the baby
to the limits of his or her capacity to allow for events." (Winnicott, 1967)
De laatste ontwikkelingsfase naar onafhankelijkheid is nooit het absoluut ervaren van het alleen zijn van het kind, omdat
het nooit compleet alleen gelaten wordt. Ons gehele leven zijn we als mensen afhankelijk van anderen, zoeken gezelschap en
willen we ons verbonden voelen met anderen. De meeste van ons voelen zich eenzaam als we voor langere tijd geïsoleerd
zijn van anderen.
* Bron: CCGT redactie/Piet van der Ploeg - 2011
In het werk van D.W. Winnicott wordt een fundamenteel verschil gemaakt tussen het ware zelf (true self) en het onechte zelf (false self).
Het ware zelf is een mentaal en gevoelsmatig gebalanceerd zelf o.a. gekoppeld aan een natuurlijk lichaamsgevoel en voldoende ego-lichaamsidentiteit. Als de moeder (hierna ook verzorger) voldoende inspeelt op de primaire wensen, eisen en gevoelsintegriteit van het jonge kind na de geboorte wordt de ontwikkeling en groei van het ware zelf gestimuleerd. Er is dan volgens Winnicott sprake van een good-enough holding omgeving. Echter als de moeder om welke reden dan ook onvoldoende in staat is om de primaire wensen, eisen en gevoelsintegriteit van het jonge kind na de geboorte voldoende te stimuleren dan ontstaan bij het kind diverse reacties zoals angst, omgekeerde liefde- en aandachtspiegeling, fysiologische reacties, enzovoorts met uiteindelijk de kans op het ontwikkelen van een onechte zelf.
In deze not-good-enough holding omgeving faalt de moeder om de noodzakelijk en onvoorwaardelijke aandacht en liefde te geven.
De oorzaak van dit falen bij de moeder kan te maken hebben met het feit dat ze zelf te weinig liefde heeft ontvangen, ernstige sociale omstandigheden zoals armoede en oorlog of het verslaafd zijn aan drugs of drank. Dit alles leidt bij het jonge kind tot het niet bevredigen van de noodzakelijk primaire levensvoorwaarden. Effect hiervan is dat het kind probeert zich aan te passen om de liefde van de moeder toch te kunnen ontvangen. Maar door deze onnatuurlijke manier van omgekeerde spiegeling wordt de kans op een onechte zelf vergroot.
Het zal waarschijnlijk duidelijk zijn dat de ernst van de problemen bij de moeder, de intelligentie en het aanpassingsvermogen van het jonge kind een grote rol spelen in hoeverre de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind later minder of meer pathologisch wordt en in extreme vorm kan leiden tot een persoonlijkheidsstoornis zoals BPS of NPS in de volwassenheid.
Men kan het onechte zelf dus zien als een soort kunstmatige afscherming van het angstige kind, zoals het onvoldoende in contact staan met de eigen gevoelens en de overdreven behoefte later om alsnog gespiegeld te worden. Het jonge kind heeft dus door de omgekeerde liefdesspiegeling naar de moeder een zeer hoge prijs betaald, want er is soms onvoldoende of geen sprake meer van het bereiken van een compleet geïntegreerd en integer zelfbeeld met alle gevolgen later als volwassene. Deze problematiek die Winnicott eerder beschreef wordt op een knappe en een nagenoeg biografische wijze beschreven door Alice Miller in haar boek Het drama van het begaafde kind.
* Bron: CCGT redactie/Piet van der Ploeg - 2011
Het woord alexithymie betekent letterlijk: geen woorden hebben voor emoties. Alexithymie is een term uit 1973 van Sifneos maar werd eerder door MacLean,
bij psychosomatische patiënten in 1949 beschreven.
We proberen in dit artikel te verduide-
lijken waarom personen uiteindelijk
gefrustreerd worden door hun partners met NPS en zijn/haar alexithymische karaktertrekken.
Nagenoeg elke partner van een persoon met ernstige narcistische klachten doet verslag van opvallende uitspraken, die op geen enkele wijze kloppen met
de bedoelde of de te verwachten gedragsreacties later. Het betreft dan vooral uitspraken over emoties en gevoelszaken zoals normaal passend bij een
intieme relatie met een partner. Verder doen de meesten ook verslag van wreed egoïsme, kilheid, geweld, woede, misbruik, mishandeling,
plotseling verbreken van contact en een ernstig te kort aan ervaren gevoelswarmte en empathie, allemaal zaken die een evenwichtige relatie uiteindelijk definitief
onmogelijk maakt.
Het verwerken van emoties met de zintuigen en hersenen vanaf de geboorte is een zeer complex gebeuren. Bekend is dat in de eerste drie jaar na de
geboorte het jonge kind zijn omgeving verwerkt met behulp van het impliciete (non-verbale) geheugen. De kwaliteit van de emotionele ervaringen
van het kind in die jaren, zijn later een maat voor de psychische gezondheid, zoals te zien bij de aanwezigheid van primitieve afweermechanismen
(zie elders op de site) op latere leeftijd. Deze afweermechanismen zijn dus niet-talig ingekleurd en voor de persoon dus later ook niet te verbaliseren.
Het is bekend dat als er sprake is geweest van een trauma in de jeugd dit van invloed is op de latere alexithymische symptomen van de getraumatiseerde
persoon. Aangezien we NPS kunnen zien als een jeugdtrauma, aangedaan door de not-good-enough mother (verzorgers) is het ook zeer begrijpelijk
dat de meeste personen met NPS alexithymie problemen hebben zonder zich daar zo echt bewust van te zijn.
De onvoldoende spiegeling van de moeder, het niet geven van onvoorwaardelijke liefde, enzovoort aan het kind, hebben geleid tot een tekort in
de emotionele geheugenopslag van essentiële gevoelsschema's bij het jonge kind. Gevoelsschema's die later ook niet of onvoldoende door het expliciete
geheugen verbaal gemaakt kunnen worden.
Je zou kunnen zeggen het tekort aan ervaren gevoelsspiegeling door het kind wordt later in de volwassenheid
omgezet in een tekort aan eigen spiegeling naar anderen toe.
Of anders: het effect hiervan is dat de persoon met NPS dus wel gevoel uit,
rationaliseert of analyseert maar het door een tekort aan contact met het gevoelde lichaam en de bijbe-
horende gevoelsschema's dit
zelf niet of onvoldoende voelt.
Deze veronderstelling klopt met wat globaal in de hersenen gebeurt zoals het feit dat bij de laterale hersencommunicatie bij lesies of het
ontbreken van de verbindingsbrug (corpus callosum) alexithymie een opvallend verschijnsel
wordt bij patiënten.
De linker hersenkwab is bij de meeste mensen het verbale en analytisch brein en het rechterdeel het non-verbale en emotionele brein dat
in direct contact staat met het limbisch systeem (emotioneel middenbrein) en de lagere hersendelen zoals hersenstam (het dichts bij de
lichaamsfuncties). Je zou dus kunnen zeggen dat de gevoelde emoties 'wel geuit worden' maar niet of onvoldoende lichamelijk als zodanig
'ingevoeld' of 'lichamelijk worden ervaren' door een gemis aan analytische verwerking van het linker brein.
Wat overigens ook bekend is dat mensen met alexithymie door stress en spanningen een onverwachte en heftige gevoelsdoorbraak kunnen krijgen.
Deze affectdoorbraak wordt doorgaans door de persoon zelf niet begrepen. Voorbeelden zijn huilbuien of woede uitbarstingen (Krystel 1982/1983).
Een belangrijk voorbeeld bij NPS is de narcistische woede (Eng.: narcissistic rage).
Bij interpersoonlijke relaties worden anderen door personen met alexithymie gezien als een duplicaatversie van de persoon zelf, dat wil
dus zeggen, niet als een compleet ander wezen. Dit wordt 'reduplicatie' genoemd (Shands, 1958) en te zien als een stoornis in de
individuatie. Zoals bekend speelt bij het ontstaan van persoonlijkheidsstoornissen het separatie-individuatieproces (Mahler, 1975)
na de geboorte een grote rol en dit verklaart mede de link tussen alexithymie en NPS.
Alexithymie hangt ook samen met het stagneren van de ontwikkelingen in objectrelationele zin en is onder andere te zien in het
ontbreken van oedipale triangulaties en in de verwarrende superego-ontwikkeling. Enerzijds is er een hang naar strikte moraliteit
en regels. Deze regels zijn echter vooral verstandelijk, ontdaan van relativiteit en echte menselijkheid. Anderzijds kan de gewetensfunctie
een collaps ondergaan met voor de betrokkene onbegrijpelijke wreedheid (Krystel, 1982/198; Trijsburg, 1988). Een NPS voorbeeld
is het plotseling wreed en gevoelsgestoord verbreken van een langdurige relatie met een partner zoals bij splitting.
Verder is bij NPS nog herkenbaar het opvallend vermogen tot rationaliseren, extern gerichte manier van denken, met een beroep op feiten en
bijzonderheden. Ook het van emoties ontdane biografische verhaal (vaak lacunair) over het verleden is opvallend en symptomen die veel
overeenkomsten hebben met alexithymie.
Het feit dat personen met NPS zeer slecht of geen langdurige intieme relaties kunnen onderhouden komt vooral door hun alexithymische symptomen (ook wel EQ genoemd) die dit nagenoeg onmogelijk maken. Hier enkele links naar artikelen over alexithymie:
* Bron: Piet van der Ploeg - CCGT Zoetermeer - 2010
Corine de Ruiter is hoogleraar Forensische Psychologie aan de Universiteit van Maastricht. Zij is tevens verbonden als
senior onderzoeker aan het Trimbos Instituut (landelijk kenniscentrum voor geestelijke gezondheidszorg) in Utrecht.
Hoe is je carrière in de psychologie begonnen?
Na de middelbare school heb ik een jaar met een studiebeurs aan een liberal arts college in de VS gestudeerd. Je kreeg
daar vrijheid in het samenstellen van je vakkenpakket en de mogelijkheid te experimenteren. Ik heb toen verschillende vakken
gevolgd waaronder History of the English language, American history en ook Introduction to psychology I en II.
Ik vond het direct ontzettend boeiend. Met name de kant van de functieleer, over de werking van het brein, sprak mij aan.
Psychologie was veel exacter dan ik had gedacht. Ik dacht dat psychologie vooral ging om het praten met mensen. Dankzij de
kennismaking in Amerika wist ik dat het vak ook bestaat uit psychofysiologie en neuropsychologie. Toen ik terugkwam ben ik
psychologie gaan studeren in Utrecht.
Amerika is overigens als geheel een inspiratiebron geweest; het land boeit mij mateloos. Daar is in mijn ervaring veel meer
ruimte voor innovatie en debat dan in Nederland. Tijdens je studie werd je uitgedaagd en kreeg je goede feedback. Er waren
veel meer docenten per student en dat brengt een groot verschil in wat er mogelijk is met zich mee. Goed onderwijs zie ik
toch vooral als een investering in de volgende generatie. Momenteel, in onze huidige maatschappij waarbij inhoud en
kwaliteit er steeds minder toe lijken te doen, gaat het niveau van het onderwijs hard achteruit. Het onderwijs vervlakt,
en we leveren minder goede mensen af. Het gaat te veel om afvinklijstjes en je punten halen. Wat dat betreft ga ik tegen
de stroom in. Ik probeer nog steeds om veel tijd en aandacht te geven aan mijn studenten maar dat kan alleen doordat ik
met mijn deadlines schuif en er veel extra tijd in stop. We hebben een mooi curriculum, en de studenten zijn nog steeds
enorm gemotiveerd, maar we kunnen steeds minder investeren, de geldkraan gaat steeds meer dicht.
Een voorbeeld is de tweejarige master Forensic Psychology aan de Universiteit Maastricht (UM). Het is gewoonweg niet
mogelijk om in één jaar de studenten voldoende kennis en expertise bij te brengen over risicotaxatie, de soort problematiek
die de forensische patiënten hebben, het juridische kader waarin je moet werken en hen dan ook nog stage te laten lopen
en een thesis te laten schrijven. Ondanks dat we ervoor hebben gepleit dat het twee jaar moet worden, financiert de overheid
maar één jaar. De UM betaalt nu zelf de studiefinanciering voor het tweede jaar. Het belang van een tweejarige opleiding zit
ook in het filteren van mensen. Door de student al goed voor te bereiden op wat er in de forensische praktijk gaat komen,
voorkom je ten eerste dat zij intern opgeleid moeten worden bij de instellingen en bovendien voorkom je dat ze toch wat
anders gaan doen, omdat het anders is dan wat ze hadden verwacht. Het financieren van één jaar van een tweejarige opleiding
geeft blijk van korte termijn denken en een tekort aan kwaliteitsstreven. Hierover is de UM een rechtszaak tegen het ministerie
van OCW begonnen. We gaan daarin door tot het eind; als het moet tot de Raad van State.
Na mijn afstuderen ben ik onderzoek gaan doen naar de behandeling van angststoornissen aan het UMC Utrecht, daar ben ik
ook op gepromoveerd. Pas na negen jaar ervaring in de klinische psychologie ben ik de forensische kant op gegaan doordat ik
hoofd van de afdeling onderzoek en diagnostiek werd bij de Van der Hoevekliniek in Utrecht. Ik kreeg de opdracht om een
standaard testbatterij te introduceren in de inrichting om metingen van het resultaat van de behandeling te verrichten. Het
was een enorm uitdagende klus. De bestaande instrumenten die gebruikt worden in de algemene psychiatrie, zoals de SCL-90,
leken mij totaal niet nuttig voor deze categorie patiënten. Ik ben daarom weer de boeken in gedoken en heb de grote
experts uit de forensische psychiatrie en psychologie uit Canada en Amerika naar de kliniek gehaald. Zelf had ik die kennis
niet. Deskundigen als Robert Hare, Reid Meloy, Philip Resnick hebben hun kennis toen direct overgedragen. We zijn vervolgens
met de psychopathiechecklist gaan werken en zijn de risicotaxatie-instrumenten, zoals de HCR-20 en SVR-20 gaan vertalen.
Voor een deel werkten we hieraan samen met de Pompestichting. Bij de Nederlandse vertaling van de HCR-20 hebben we in
2000 bijvoorbeeld gezamenlijk een symposium in Nijmegen georganiseerd over risicotaxatie. Daar waren ook onderzoekers
aanwezig als David Cooke, Chris Webster, en Stephen Hart.
In die negen jaar ervaring in de algemene psychiatrie heb ik geleerd evidence-based te werken. Dat betekent dat je
moet aantonen dat wat je doet werkt. Toen ik in de tbs kwam vielen de schellen van mijn ogen. Er werd nauwelijks onderzoek
gedaan. Iedere casus werd beschouwd als een N=1-studie en de Pro Justitia-rapportage werd overgenomen als voorgeschiedenis
van de patiënt, zonder daarbij kritisch te zijn over de kwaliteit van de rapportage. Bovendien is Pro Justitia-onderzoek
gericht op toerekeningsvatbaarheid en straftoemeting, terwijl het gebruikt werd voor een ander doel, namelijk het opstellen
van behandelplannen. Je hebt dan een andere testbatterij nodig. Ik ben er trots op dat wat we daar toen zijn gestart met
Routine Outcome Monitoring en dat dat nu nog steeds loopt. Bij de Van der Hoevenkliniek doen ze nu standaard een assessment
aan het begin, wordt er heel goed vastgesteld wat er met iemand aan de hand is en maken ze risicotaxaties in een
multidisciplinair team bestaande uit een groepsleider, een hoofd-behandeling en een onderzoeker. Volgens onderzoek is dat
ook verreweg de beste methode om risicotaxaties te doen. Doordat we in die periode van ongeveer 1995 tot 2002 zoveel
mogelijkheden hebben gehad in de Van der Hoevekliniek hebben we een sterk fundament kunnen leggen voor de integratie van
onderzoek en praktijk. Dat kun je ook wel mijn missie noemen: wetenschappelijk onderzoek doen in de praktijk, wat direct
relevant is voor die praktijk, en wat leidt tot een kwaliteitsverbetering.
Dat sluit goed aan op de doelstellingen van het EFP (Expertisecentrum Forensische Psychologie).
Hoe kijkt u aan tegen de rol van het EFP om gemeenschappelijk wetenschappelijk onderzoek en de lerende praktijk te stimuleren?
De doelstellingen van het EFP zijn natuurlijk heel goed en nuttig, maar het probleem van het EFP is dat het geen stevige
academische inbedding heeft. De onderzoeken die het EFP coördineert in het forensische veld zouden veel meer gekoppeld
moeten worden aan universitair onderzoek.
Mijn ideaal is dat je onderzoek koppelt aan de universiteit want dan kun je veel krachtiger onderzoek doen. Je hebt
daar makkelijker toegang tot de internationale vakliteratuur dan bij de klinieken. Onderzoek en onderwijs is de
core-businness van een universiteit. Bij financiering van wetenschappelijk onderzoek door het ministerie en de klinieken
kunnen er belangen spelen die strijdig zijn met de wetenschappelijke onafhankelijkheid.
En daar zie je ook weer de kracht van Amerika. Daar zou dit niet zo georkestreerd zijn. Ze staan daar voor
wetenschappelijke onafhankelijkheid. Een onderzoeker kan echt vanuit de kennis
opereren. Die hoeft niet bang te zijn dat hij daar morgen door zijn baas op wordt aangesproken. Het lijkt me belangrijk dat
er onafhankelijke mensen zijn. Mensen die belangeloos zijn, bij wie het gaat om de zaak en niet om geld of
patiënten aantallen. Dat is ook de reden dat het in Amerika bijvoorbeeld wel lukt om gevangenen met psychopathie
MRI-onderzoek te laten ondergaan. De onderzoeksgroep van Kenneth Kiehl aan de University of New Mexico doet dit soort
onderzoek onder psychopaten. Dit onderzoek is gegrond in de universiteit en daardoor is het voor justitie-inrichtingen
ook minder bedreigend.
In Nederland lukt dat niet. Klinieken, ministeries, iedereen vindt er wat van. Als Pietje van
kliniek A bij kliniek B in de dossiers kijkt dan geeft dat gelijk problemen. Soms moet je niet willen polderen, wil je
tot de top behoren in de wetenschap. Universitair onderzoek moet het motortje zijn waaruit dergelijke veranderingen en
vernieuwingen worden geïnitieerd.
Dat veel van de klinieken particulier zijn brengt wel een bepaalde dynamiek met zich mee. Ze moeten zich blijven
ontwikkelen en blijven onderscheiden. Joint ventures tussen klinieken en universiteiten zijn prima. Ik ben heel erg
voor het koppelen van onderzoekscentra van klinieken aan de academische wereld. Een goed lopend project is het
SFT-onderzoek van David Bernstein. Dat gaat goed omdat het vanuit de universiteit gestart is. Dat loopt vanuit een
aantal klinieken en David Bernstein komt van buiten. Die kant zou het EFP nog meer moeten opgaan.
Het tbs-systeem staat onder druk. Als antwoord hierop hebben de 13 fpc's in september de Nota Vernieuwing Forensische
Zorg gepresenteerd. Hoe kijkt u tegen die aanbevelingen aan?
Papier is geduldig en papier produceren is ook niet moeilijk. Maar ik zeg: laat het nu eerst maar eens zien. Er zijn al
heel veel goede voornemens. De zeventien verbeterpunten die de commissie-Visser heeft geformuleerd in 2006 zijn nog
steeds geldig. Voer die eerst maar eens uit.
Dat het systeem stagneert staat vast, en dat er veel angst is over de tbs ook. Maar de klinieken valt hier zelf ook
iets te verwijten. Ze moeten proberen de angst los te laten en te gaan voor een betere kwaliteit van zorg. Er ligt nu
teveel nadruk op veiligheid maar we mogen de kwaliteit van de zorg niet vergeten. De forensische zorg heeft twee kanten:
beveiligen en behandelen. En die gaan als het goed is hand in hand. Ik heb heel veel les gegeven in klinieken over hoe
je risicotaxatie en behandelvooruitgang aan elkaar kunt koppelen. Daarvoor moet je de inhoud in gaan. Het gaat niet om
nota?s schrijven. Laat de klinieken eerst hun primaire werk goed doen, dat kan echt stukken beter. Ik vind dat klinieken
veel meer moeten investeren in het laten zien dat wat ze doen werkt, met objectieve gegevens. In plaats van het verzinnen
van allerlei nieuwe structuren. Wat ik zelf ook een goede ontwikkeling vind, en wat volgens mij ook een goede methode is
voor een kliniek om het vertrouwen te winnen van de algemene bevolking, is meer aandacht voor slachtofferproblematiek.
Zo heeft de Van der Hoevenkliniek - en ik zeg erbij: het is niet omdat ik daar ooit gewerkt heb - haar hele jaarverslag 2009
gewijd aan slachtoffers van tbs'ers en/of ex-tbs'ers. Dat is lef hebben: steeds bezig zijn met kritisch naar jezelf kijken,
hoe kan ik mezelf verbeteren? Dat verdient navolging.
Het tbs-systeem is het waard om voor te vechten?
Absoluut! Zeker in deze tijd, waarin er steeds meer evidentie is dat de psychopathie een hersenafwijking is. Ik schrik
dan ook van de plannen van het nieuwe kabinet, om minimumstraffen in te voeren en in het algemeen langer te gaan straffen.
Een gebrek aan empathie heeft alles te maken met hoe het brein functioneert, daar kunnen die mensen niks aan doen. Die
boodschap komt nog niet aan in Den Haag, maar politiek is ook een vak apart.
Hoe veel politici tegen forensisch psychiatrie en tbs aan kijken is kortzichtig. Ook daarvoor zouden
de klinieken de wetenschap meer kunnen gebruiken. De klinieken zijn natuurlijk ook afhankelijk van Den Haag. En onderzoekers
op een bepaalde manier ook, maar toch minder. Dus gebruik wetenschappers om te zeggen dat wat het kabinet beweert totale
onzin is.
Hoogleraar neurobiologie Dick Swaab heeft net een nieuw boek uitgebracht: Wij zijn ons brein. Het is voor
neurowetenschappers inmiddels heel duidelijk dat het brein honderd procent verantwoordelijk is voor het menselijke gedrag,
dus ook voor het
criminele gedrag. Je moet daarom ook kijken naar andere manieren van interveniëren om te voorkomen dat mensen opnieuw
in de fout gaan, naast mensen opsluiten en de sleutel weggooien. Je moet iedere gelegenheid aangrijpen om die boodschap te
laten doordringen. En de nieuwe bevindingen uit de psychologie en de neurowetenschap hebben implicaties voor het strafrecht.
Wat betekent het voor een juridisch begrip als toerekeningsvatbaarheid?
Wat betekent het voor straffen versus behandelen? Zo heb je aan de University of California, Santa Barbara, een groep
neurowetenschappers, criminologen, juristen en psychologen die samenwerken aan het zogenaamde neuroscience and law project.
Dat zouden we in Nederland ook moeten doen. Als je aan het grote publiek kan laten zien, bijvoorbeeld met plaatjes, dat het
brein van mensen die geen empathie of schuldgevoelens hebben niet reageert op plaatjes van verdrietige of angstige gezichten,
dan wordt het voor hen heel tastbaar en misschien begrijpelijk. Je kunt bijvoorbeeld met behulp van de scanner laten zien dat
er bij kinderen van zes à zeven jaar met zogenaamde Callous-Unemotional (emotioneel onverschillig) trekken iets
niet optimaal
functioneert in hun brein. Zo'n jongen met CU trekken is vaak agressief en antisociaal; pest en intimideert andere kinderen. Hij
doet nare dingen, maar dat komt ergens door. Het onderscheid tussen mad en bad is een idee fixe waar we vanaf moeten. Ik kan
me niet voorstellen dat we over 100 jaar nog steeds op dezelfde wijze bezig zijn met deze thematiek. Die roep om strenger
straffen kan dan toch niet meer bestaan? We doen nu toch ook niet meer aan aderlaten? De geneeskunde heeft zich toch ook
ontwikkeld?
Je moet wel bereid zijn om out of the box te denken. In een mooie BBC-documentaire over psychopathie zegt de bekende
neurowetenschapper Adrian Raine bijvoorbeeld dat hij ervan overtuigd is dat wij over een aantal jaren brainchips gaan inbrengen
bij psychopaten, om op die manier bij hen empathie te creëren. Je zou mensen voor de keuze kunnen stellen: Je hebt geen
empathie, dat komt doordat je amygdala in je brein niet goed functioneren, dat zie je op dat plaatje. We hebben nu een methode
om die amygdala wel te laten werken. Als je dat wilt proberen, kun je wellicht op termijn weer naar buiten.
Ik vind dat niet
onethisch. Het is eerder een probleem om mensen hun leven lang op te sluiten, zonder enige keuze. Misschien zit ik anders in
elkaar dan de meeste mensen, maar ik vind het echt heel erg dat er mensen opgegeven zijn en op de longstay-afdeling zitten.
Dát zouden we juist niet moeten willen. Mensen met obsessief-compulsieve stoornis, die de hele dag door handen wassen bijvoorbeeld
en alleen een last zijn voor zichzelf, daar doen we wel deep brainstimulation mee, als geen enkele andere methode blijkt te
helpen. En mensen met externaliserende problematiek, zoals psychopathie, zouden dat dan niet kunnen krijgen. Ik volg die
redenatie niet. Het gaat hier over de ontmenselijking van de forensische patiënt. Daarover zeg ik altijd: er zijn geen
andere mensen; er zijn alleen maar mensen. Behandeling is een mensenrecht.
Volgens mij heeft ieder mens, ook al heeft hij een breinafwijking die er toe leidt dat hij heel nare dingen doet, recht
op zorg en op investeringen in wetenschappelijke kennis over de ziekte die de persoon heeft. Dat geldt voor mensen met aids
of voor mensen met terminale kanker, en dus ook voor deze mensen. Ik kom regelmatig in de gevangenis en ieder mens heeft een
verhaal. Dat verhaal is de moeite waard om gehoord te worden, wat iemand ook gedaan heeft. Het kan namelijk iedereen overkomen.
Ooit sprak ik hierover met Joost Eerdmans van de LPF. Zijn mening was opsluiten die hap. Waarop ik hem vroeg:
Joost, wat als jij een kind hebt dat op een gegeven moment, bijvoorbeeld door cannabis, psychotisch wordt en vervolgens een
geweldsdelict pleegt. Wat als hij dan berecht wordt en tbs krijgt opgelegd? Zeg je dan ook dat je zoon daar maar moet
blijven zitten tot Sint Juttemus en weg met die sleutel? Daarop had hij natuurlijk niks te zeggen, want dan komt het ineens
heel dichtbij. En dat is waar het om gaat. Het is niet zo ver van je bed als je denkt.
Je treedt vaak op in de media, soms niet tot dank van vakgenoten. Wat wil je bereiken en hoe ga je om met die kritiek?
If you can't stand the heat, get out of the kitchen, zeg ik altijd. Er is een bepaalde moed voor nodig om bepaalde dingen
te doen. En dat doe ik. Als er eens iemand anders is, graag hoor. Het is niet altijd prettig dat, terwijl je lekker aan het
werk bent, de telefoon weer roodgloeiend staat als er een ernstig misdrijf is gebeurd. Soms lig ik ook liever op tijd in bed,
zeker als ik weer vroeg college moet geven, dan dat ik tussen elf en twaalf uur 's avonds nog bij een praatprogramma zit.
Mijn streven bij mediaoptredend is in elk geval om aan een lekenpubliek helder uit te leggen wat het mogelijke verband
is tussen allerlei psychische problemen en crimineel gedrag. Meestal zijn de media alleen maar in mijn verhaal
geïnteresseerd als er een incident is. Als ik hen bel met het bericht dat ik leuke onderzoeksresultaten te melden heb,
dan geven ze niet thuis. Dus die momenten moet ik dan maar gebruiken. Collega's hebben dan de kritiek dat ik te veel op
gevallen in ga. Terwijl ik altijd heel voorzichtig probeer te zijn om überhaupt iets te zeggen over gevallen. Ik probeer dan
uit te leggen: het kan dit zijn, maar het kan ook iets anders zijn. Ik refereer daarbij aan groepsgegevens. Mijn streven is
meer begrip voor de psychiatrische patiënt die mogelijk delicten pleegt, te creëren. Maar ook de verspreiding van
forensisch psychologische kennis, want die is voor iedereen in een bepaalde mate relevant, omdat we er als burger gewoon mee
te maken hebben.
Ik geloof heel erg in diathese, antithese en synthese. Dus dat je echt verder komt als je een goed debat hebt, waar
argumenten worden gewisseld. In Nederland is die debatcultuur er nauwelijks; alles wordt gelijk in het persoonlijke getrokken.
Dat zie je veel minder in Angelsaksische landen waar de studenten er juist in opgeleid worden. Je leert daar om de persoon en
het onderwerp waar je het wel of niet met elkaar over eens bent, gescheiden te houden. Ik kan het natuurlijk totaal niet eens
zijn met kliniekdirecteur X, die iets beweert. Dat betekent nog niet dat ik die persoon verfoei. Hier wordt het al snel tot
een persoonlijke vete gemaakt. Maar ik heb met niemand in de forensische sector een probleem. Zij misschien wel met mij, maar
so be it.
De fysieke ruimte in de USA nodigt misschien ook uit tot meer mentale ruimte. In Nederland zitten we allemaal letterlijk
en figuurlijk op elkaars lip. Voor mij is de wereld heel groot, ik kijk graag over grenzen heen. Ik stimuleer internationale
samenwerking in onderwijs en onderzoek. Vanuit de ruimte bekeken lopen er over de aardbol geen grenzen. Kijk, uiteindelijk
willen we allemaal hetzelfde: een veilige samenleving. Ik wil dat proberen te bereiken door interventies vanuit de
gedragswetenschappen en de biomedische wetenschappen, niet alleen door mensen strafrechtelijk te vervolgen.
* Bron: Andrea Toorop, Renske de Zwart/CCGT redactie -2010
EFP
Vandaag zondag 17 oktober 2010 is een bijzondere dag. Iemand die mede schuldig is aan seksuele misstanden (kennelijk al eeuwen lang),
genocide, heksenverbranding, homohaat, enzovoorts heeft het recht om iemand heilig te verklaren.
U raadt het waarschijnlijk al: de Paus.
En wié wordt er dan heilig verklaart? Mary MacKillop (zie foto) een non uit Austratlië die al in 1870 ontdekte dat een priester kinderen
seksueel misbruikte. Toen ze dit feit melde bij het bisdom, werd ze geëxcommuniceerd. Excommuniceren, afsnijding of in de ban doen is het
uit een kerkelijke gemeenschap uitstoten van iemand die volgens de gezagsdragers volhardt in de zonde. Dat betekent dus dat het melden van een
misstand, néé een misdrijf, gepleegd door een priester een zonde is. Dit klopt natuurlijk helemaal niet want dan mogen we immers
alle politieagenten, officieren van justitie en noem maar op wel zondig verklaren!
Maar toen de bisschop op sterven lag kreeg hij spijt en werd Mary MacKillop weer in genade aangenomen. Hij kwam kennelijk dichter bij de dood
en dus ook dichter bij de keuze tussen de hel of de hemel en was waarschijnlijk bang dat hij in de hel zou komen. Vreselijk toch voor die bisschop!
Als het voorgaande verhaal door een patiënt bij een psychiater verteld zou worden zou heel waarschijnlijk de diagnose luiden:
"hallucinaties met waandenkbeelden oftewel ernstige persoonlijkheidspathologie met blasfemische kenmerken".
Hoe is het toch mogelijk dat 140 jaar na dato iemand heilig verklaard wordt die nota bene toen al het misbruik binnen de katholieke kerk
heeft aangekaart, in de ban werd gedaan en alle Pausen daarna daar nooit iets meegedaan hebben zoals afschaffing van het celibaat?
Daar kan maar een antwoord op gegeven worden: BLINDE ROOMSE MACHT.
En dan te bedenken dat een Paus een persoon heilig kan verklaren! Alleen dat al is het lijden aan een blasfemische waan. Heilig verklaring door de Paus
is niets anders dan een godslastering, omdat uit naam 2000 jaar misdadig optreden wordt goedgekeurd en dan het recht menen te hebben iemand heilig te verklaren.
Ik hoop dat u het begrijpt maar wij in ieder geval niet, want zouden we Stalin, Hitler of Pol Pot ook zo'n recht geven als ze nog zouden leven of personen die deze
voorgaande massamoordenaars zouden vertegen-
woordigen?
Ik denk dat niemand dat zou begrijpen maar bij de Paus zijn we oh zo tolerant.
Diagnose: een meervoudige psychopathologische stoornis bij de Paus.
Voor het CCGT weer een bewijs dat het paapse katholicisme recht heeft op een plaatsing op As II van de DSM-V.
* Bron: CCGT redactie/Piet van der Ploeg - 2010
Vandaag 30 september 2010 is een bijzondere dag. Zoals de CCGT redactie in een voorgaande actualiteit al aangaf is
de Paus medeschuldig aan het seksueel misbruik van jonge kinderen door katholieke priesters.
Vandaag is een rechtzaak gestart tegen het eigen en zeer laakbare gedrag in de tijd dat hij nog geen Paus was.
Over Narcistisch ontkennen gesproken. Je kunt wel je excuses aanbieden (zoals onlangs in Londen) maar dat is veel te laat
voor al die slachtoffers van seksueel misbruik door katholieke priesters decennia lang.
Die slachtoffers hebben daar namelijk geen boodschap meer aan! De Paus maakt zichzelf medeschuldig aan misbruik en dekt zijn
eigen priesters! De rechtzaak begint. De CCGT redactie wacht af of het katholieke Paapse bolwerk van 2000 jaar misbruik, moorden, hitler's
holocaust ondersteuning en ander fascistoïde en narcistisch optreden, nu eindelijk aan de kaak wordt gesteld.
Zeer waarschijnlijk wordt weer de dader gespaard en het slachtoffer vergeten of beter katholiek 'geofferd' om het
machtsblok van de katholieke kerk in stand te houden.
Of anders: "Omdat God bestaat is alles toegestaan" of
"Religie komt voort uit een primitieve, genealogische en gedateerde rationaliteit" (M. Onfray, 2005).
Het wordt tijd dat in 2010 katholiek gelovige mensen, eens Montaigne, Feuerbach, d'Holbach, Nietzsche, Onfray, Dawkins, Dennett,
Darwin, enz. gaan lezen om er achter te komen hoe hypocriet de Paus met zijn kardinalen functioneert.
Feuerbach krijgt gelijk als hij stelt dat: "Theologie een 'psychische pathologie' is". "En dat godsdienst vooronderstelt een breuk van
de mens met zichzelf en het scheppen van een imaginaire wereld waarin een fictieve waarheid wordt geplaatst en wordt dus
de perfecte manier om te bevreemden". Is dit bevreemden niet precies wat de katholieke kerk doet naar de misbruikte kinderen en
hun ouders die vertrouwen stelden in hun priesters en leraren?
Met gezond verstand kun je er gewoon niet bij! Maar voor het ontwikkelen van de ratio is in de katholieke kerk nooit veel aandacht geweest.
Immers kennis geeft macht en de macht moet juist bij de Paus en zijn discipelen blijven. We zien nu overduidelijk waartoe deze
macht, zoals: het opleggen van het celibaat, een vrouwvijandig beleid, niet toestaan van voorbehoedsmiddelen, enz. m.a.w. streng
in de katholieke leer, een geloof dat in het geheel niet meer aansluit bij de tijdgeest, een achterlijk geloof dus!
* Bron: CCGT Redactie/Piet van der Ploeg - 2010
In 2010 is onder de rubriek bronnen >
capita selecta 2010 bij het CCGT speciaal
aandacht besteed aan het begrip narcisme zoals: Wat is narcisme? Wat is een narcistische persoonlijkheidsstoornis?
En hoe werkt therapie bij een narcistische stoornis?
Opvallend is, dat ook in het jaar 2010, het narcisme heel bijzonder in het nieuws is geweest. Zoals het seksueel misbruik
van de facistoïde en machtsmisbruikende katholieke kerk en hun narcistische priesters.
Een kerk die al 2000 jaar geboekt staat als misbruikend en geweldadig zoals heksenverbranding, kruistochten, inquisitie,
heilige oorlogen (Atheologie, M. Onfray) waardoor honderdduizenden mensen zijn vermoord.
Het celibatair leven van priesters is de hoofdoorzaak voor het seksueel misbruik, daar kan geen misverstand over zijn.
Maar priesters, die bewust zelf voor de Liefde van God hebben gekozen, blijven zelf verantwoordelijk voor
hun pedofiele gedrag. Het is overduidelijk dat het magisch denken (Liefde voor God) voor veel priesters geen vervanging is
voor hun seksuele driften die immers natuurlijk zijn en biologisch bepaald door androgene hormo-
nen.
Wat hun gedrag narcistisch maakt is dat ze misbruik hebben gemaakt van het vertrouwen, die katholieke jongeren en
hun ouders hadden in hun eigen priesters of leraren in Nederland en België.
Overigens ook in andere landen zoals in Verenigde Staten, werd dit misbruik al eerder aan de kaak gesteld,
maar kwam de katholieke kerk er vanaf door een financiële boetedoening en gingen de pedofiele priesters vrij uit.
Je vraagt je af hoe een rechtssysteem zo met twee maten kan meten. Een verstandelijk gehandicapte de doodstraf geven
(Virginia, 23 september 2010) maar honderden priesters, die seksueel misbruik maken van jongeren (soms vele decennia lang)
vrijuit laten gaan. De macht van de katholieke kerk is ook na 2000 jaar nog overduidelijk zichtbaar!
Het ergste van alles is dat nu ook in Nederland weer nagenoeg alle misbruikende pedofiele priesters weer de gerechtelijke dans
ontspringen omdat veel misbruik verjaard is. Kennelijk ben je in Nederland beter af als dader dan als slachtoffer, want bij slachtoffers
verjaren de seksuele littekens vaak juist niet.
De hoofdschuldige blijft de Paus (als afgezant van God!) met zijn Kardinalen in Rome en hun geloofsleer,
die er na 2000 jaar nog steeds in slaagt door hun machtsmisbruik, magische- en spirituele arrogantie of gestoorde geloofsovertuiging,
miljoenen mensen voor de 'gek' te houden of beter te misbruiken. Alsof dat geen extreem narcisme is?
Het ontkennen, zo opvallend bij het narcisme, maakt dat de katholieke kerk het symbool is geworden van het ziekelijk
(pedofiele en machtsmisbruikende) narcisme. Er is overi-
gens geen geloof zoals Islam, Jodendom of Hindoeïsme
dat in enige mate vergelijkbaar is met dit katholiek pedofiele narcisme.
Het zet ons als redactie van het CCGT aan het denken wat Narcisme nu eigenlijk echt is?
Het gaat immers veel verder dan een tekort aan een eigen zelfbeeld van mensen! Narcisme wordt ook geïnstitutionaliseerd,
zoals bij de katholieke kerk. Dat is nu weer erg duidelijk geworden in 2010 door de openbaring van seksueel misbruik in Nederland
en elders gedurende vele decennia, een praktijk die waarschijnlijk al een veel langere geschiedenis kent.
Erg dat dit voor de mensheid 2000 jaar moet duren om er achter te komen waar het katholicisme eigenlijk voor staat:
"Het toestaan van narcistisch seksueel misbruik van jonge en onschuldige mensen door katholieke priesters".
* Bron: CCGT redactie/Piet van der Ploeg - 2010
Onlangs had ik een gesprek met een clënt en was verbijsterd over haar antwoorden op mijn vragen.
De antwoorden zijn zeer herkenbaar maar toch steeds weer confronterend als je ziet wat een vrouw als mijn cliënt wordt aangedaan,
jaar in jaar uit, door iemand met een persoonlijkheidsstoornis.
Wat mannen en vrouwen is aangedaan in de vroege jeugd is voor velen doorslaggevend en bepalend voor hun latere
levensproblemen, vooral in hun relaties.
De good-enough mother of de basic fault is vaak een niet te onderschatten fenomeen uit de jeugd.
Als een moeder van een man of vrouw met een persoonlijkheidsstoornis zou beseffen wat ze haar kind heeft aangedaan na de geboorte
en wat de gevolgen hiervan zijn voor zowel haar kind, partner en anderen, zou ze zich zeer schuldig moeten voelen.
Maar zeer waarschijnlijk kan ze ook dat niet want dan was het allemaal zo anders gelopen en beter geweest.
Ik hoop van harte dat u de antwoorden niet herkent in uw relatie!
Klik en leest u maar op de onderstaande link:
*
Vijf jaar een relatie. Een vrouw met een man met NPS?
* Bron: CCGT Redactie/ Piet van der Ploeg - 2010
Het hormoon oxytocine is bij zwangere vrouwen verhoogd en het wordt ook gebruikt om weeën op gang te brengen. Daarnaast is bekend dat het vertrouwen opwekt in de medemens, vandaar de naam knuffelhormoon. Traumadeskundigen denken dat het ook wel eens van dienst kan zijn bij patiënten met een posttraumatisch stress-syndroom: mogelijk worden het veiligheidsgevoel en het vertrouwen in de behandelaar erdoor vergroot.
Ruim zeven procent van de mensen die een schokkende gebeurtenis meemaken, ontwikkelt een posttraumatische stress-stoornis (PTSS). Ze hebben langdurig last van angstgevoelens, nachtmerries, concentratieproblemen en herbelevingen.
Voor deze groep is cognitieve gedragstherapie een gangbare behandeling. Het is een kortdurende, gestructureerde therapievorm waarbij gekeken wordt naar gedachten, gevoelens en gedrag. Patiënten leren anders te reageren op prikkels die ze aan het trauma doen denken. Enerzijds roepen therapeuten de gedachten aan de gebeurtenis bewust op door in detail erover te praten, anderzijds leren ze de patiënt anders te reageren. Bijvoorbeeld door strategieën om angst te hanteren. Patiënten leren de aan het trauma gerelateerde angsten los te koppelen. Zo worden herinneringen aan het voorval een volgende keer minder angstig. Door de herbeleving worden vaak gaten in hun herinnering opgevuld, wat ook weer bijdraagt aan het los kunnen laten.
In tien à twaalf sessies leren de patiënten hun reacties op de meegemaakte schokkende gebeurtenis weer terug te brengen tot normale proporties zodat ze controle krijgen over hun eigen leven en weer goed kunnen functioneren.
Miranda Olff, hoofd van het onderzoeksprogramma Psychotrauma van het AMC, wil nu onderzoeken of door toediening van een lage dosis oxytocine aan de patiënt voorafgaand aan de sessie, de cognitieve gedragstherapie wordt vergemakkelijkt. In een review in CNS Spectrums dat deze maand verschijnt, kondigt zij de nieuwe studie aan.
'Het is bekend dat oxytocine een gunstig effect heeft op de bloeddruk en het stresshormoon cortisol. Ik verwacht dat door het hormoon de angsten minder heftig zullen zijn en de sociale binding tussen behandelaar en patiënt wordt versterkt', aldus Olff.
De patiëntengroep voor de nieuwe gerandomiseerde, gecontroleerde trial bestaat uit mensen die een eenmalig, afgebakend trauma hebben meegemaakt zoals een ongeluk of overval. Ze krijgen ruim een half uur voor de sessie een lage dosis oxytocine toegediend via een neusspray. Vervolgens meten de onderzoekers een aantal biologische effecten die betrekking hebben op het angstniveau, zoals de hartslag en de bloeddruk en veranderingen in bepaalde delen van de hersenen. Olff verwacht dat door de oxytocine het aantal sessies kan worden teruggebracht van tien à twaalf naar vier of vijf. Een controlegroep krijgt de standaard cognitieve therapie aangeboden. Beide patiëntengroepen bestaan uit zo'n zestig à zeventig personen. De studie zal ongeveer twee jaar in beslag nemen.
Oxytocine is een klein eiwit dat voornamelijk wordt aangemaakt in de hypothalamus. Het brengt signalen over, bijvoorbeeld naar de baarmoeder zodat de weeën op gang komen. Daarnaast werkt het in de hersenen als neurotransmitter (een boodschapperstof die signalen doorgeeft) en komt het bijvoorbeeld vrij bij sociaal contact. De aanmaak van oxytocine wordt gereguleerd door het 'vrouwelijke' hormoon oestrogeen. Doorgaans hebben vrouwen daarom meer oxytocine en oxytocinereceptoren dan mannen.
Dat sekseverschil is voor onderzoekster Olff reden om tijdens de nieuwe studie ook te kijken of zij verschillend reageren op de toediening van oxytocine. Olff: 'Het is bekend dat PTSS twee keer zo vaak bij vrouwen voorkomt als bij mannen. Daarnaast weten we dat vrouwen sneller sociale steun zoeken na een trauma en meer behoefte hebben om over hun emoties te praten. Ook de hormoonspiegels van mannen en vrouwen verschillen. Met deze feiten in ons achterhoofd is het dus interessant om vast te kunnen stellen of beide geslachten verschillend reageren op oxytocine tijdens de cognitieve gedragstherapie.'
Er zijn de laatste jaren heel wat onderzoeksresultaten bekendgemaakt over oxytocine. Onlangs kwamen er nieuwe - minder positieve - bevindingen naar buiten over het knuffelhormoon. Het zou mensen alleen liever en aardiger maken tegenover leden van de eigen groep. Tegenover buitenstaanders zou het juist agressie kunnen oproepen. Olff heeft niet het idee dat die bevinding haar onderzoek zal beïnvloeden: een patiënt ervaart zijn behandelaar doorgaans niet als tegenstander. Ze verwacht dan ook meer van het positieve effect van oxytocine. 'Het werkt als een neurotransmitter en wekt een sterk gevoel van vertrouwen op. Daarnaast dempt het angstgevoelens. Dat zijn nou juist zaken die essentieel zijn bij cognitieve gedragstherapie waarbij je in een één op één situatie behandelt. 'Het zou toch mooi zijn als zo'n relatief onschuldig middel in een lage, veilige dosis goed zou werken?'
* Bron: AMC/ Edith Gerritsma & Miranda Olff
Ons zelfbeeld is niet onze werkelijke authentieke identiteit, maar slechts een sociaal gebonden denkbeeld; deel van ons ego en van onze persoonlijkheid. Die- of datgene, wat we ons inbeelden te zijn in relatie tot anderen. Het is over het algemeen een denkbeeld waar we ons mee identificeren om door anderen goedgekeurd en gewaardeerd te worden. En in feite is het dus slechts een (veranderlijk) fantasiebeeld.
Omdat ons zelfbeeld slechts een veranderlijk fantasiebeeld is, kan ons zelfbeeld dus ook niet onze authentieke identiteit zijn. Niet degene die we ervaren te zijn, geheel los en onafhankelijk van enig denkbeeld. Niet degene die je ervaart wanneer je intens gelukkig bent, of wanneer je schoonheid ervaart, of wanneer je heel intens ergens van geniet, of wanneer je liefde ervaart. Want je zelfbeeld is dan even volkomen onbelangrijk geworden, losgelaten, en totaal vergeten. Vanuit je zelfbeeld ben je dus niet degene die je werkelijk bent in je onveranderlijke essentie; en zo dus ook niet werkelijk integer.
Degene die we normaal ervaren te zijn is een mengsel van onze authentieke identiteit met een zelfbeeld met betrekking tot een bepaalde sociale omstandigheid. Tegenover vrienden spelen we een heel andere rol als bijvoorbeeld tegenover onze moeder, of tegenover iemand van de belastingdienst, of tegenover een klein meisje, of een vijandig persoon.
Ons zelfbeeld is dus ook niet een "totaalplaatje" van onszelf, zoals wel eens beweerd wordt; want ons zelfbeeld verandert steeds naar gelang onze sociale omstandigheden. Dit mengsel van onze essentie met ons zelfbeeld en zelfbeoordeling is ons ego; een veranderlijk "ik".
Om heerlijk vrij en onbevangen te kunnen genieten van je bestaan en zo veel mogelijk geluk te kunnen ervaren in je leven, is het zoals
reeds eerder uitgelegd belangrijk je ego (je neppe identiteit) zo min mogelijk belangrijk te maken, en zo veel mogelijk te leven vanuit
je integriteit. Je "onechtheid" staat je beleving van geluk anders in de weg.
Hoe belangrijker we ons zelfbeeld maken, hoe minder ons vermogen om werkelijk totaal en intens te kunnen genieten van ons bestaan.
Leven vanuit "ego-centrisme" creëert een ellendig bestaan.
Zijn in je authentieke identiteit heeft ook heel veel te maken met lachen; want wanneer je werkelijk spontaan en hartelijk lacht is er de mentaal ontspannen toestand die nodig is om authentiek jezelf te kunnen zijn. Je kunt dan even je kunstmatige persoonlijkheid vergeten, en iets van je werkelijke integriteit ervaren. In je authentieke identiteit kun je dus ook nooit stoer, macho of egocentrisch zijn maar wel integer.
Hoe meer we ons bewust worden van onze verschillende zelfbeelden of persoonlijkheden en onze authentieke identiteit, hoe beter we ook kunnen begrijpen wat egocentrisme is.
Belangrijkmaking van degene die je niet werkelijk bent.
Twee soorten
Er zij twee verschillende soorten van negatieve zelfbeelden:
1. Een negatief zelfbeeld uit een negatieve zelf- beoordeling of zelf-veroordeling.
2. Wanneer je jezelf inbeeldt dat je een gevaarlijk of mensvijandig persoon bent.
Minderwaardigheid
De eerste soort negatief zelfbeeld creëert gevoelens van minderwaardigheid, onzekerheid en negativiteit, die je nog erger dan de meeste andere zelfbeelden belemmeren om vrij en onbevangen te kunnen genieten van je bestaan.
Bij een negatief zelfbeeld beoordeel je "jezelf" als negatief; en je veroordeelt jezelf bijvoorbeeld op grond van gemaakte fouten; of op je lichaam wat niet zo is als je vindt dat het zou moeten zijn; of je opleiding die je niet genoeg vindt; of je carrière in je leven enz..
Wanneer je dit als gewoonte blijft doen, blijf je leven in een negatief zelfbeeld en hierdoor ook in een subtiele vaak onbewuste negativiteit.
Het heeft weinig zin jezelf langs de suggestieve weg aan te praten dat je o.k. bent wanneer je niet begrijpt wat de precieze oorzaak is van je negatieve zelfbeeld.
Wat nodig is, is te komen tot een helder inzicht in het ontstaan van je negatieve zelfbeeld, en tot het besef te komen dat je ook o.k. kunt zijn compleet met al je gemaakte fouten en onveranderbare eigenschappen, of tekortkomingen.
Totale zelfaanvaarding is voor iedere mens een voorwaarde om vrij en onbevangen te kunnen genieten van zijn of haar leven.
Met betrekking tot een negatief zelfbeeld is het ook belangrijk te begrijpen dat iedere mens van nature een fundamentele behoefte heeft aan veiligheid, waardering en verbondenheid. Dit zijn diepmenselijke behoeften waar we ons over het algemeen niet zo erg bewust van zijn.
Wanneer het ons echter in het verleden veel ontbroken heeft aan waardering (of goedkeuring) en wanneer we wel veelvuldig zijn afgekeurd, of veel gestraft, dan heeft dat een versterkt verlangen in ons gecreëerd naar goedkeuring en verbondenheid.
En ook heeft het dan een versterkte angst in ons gecreëerd voor afkeuring, waardoor we het dan overbelangrijk maken hoe anderen ons beoordelen.
Hierdoor willen we dan graag een ideaal persoon zijn die door ieder- een goedgekeurd of bewonderd kan worden. Wanneer we dan in de gaten krijgen dat dat om allerlei redenen niet mogelijk is, kunnen we uit frustratie onszelf gaan beoordelen als negatief.
Voor wie in het verleden veel is afgekeurd en/of gestraft heeft dat ook nog een tweede effect. Je bent dan ook nog ingeprogrammeerd met het idee dat je niet goed bent, een kreng bent, niets waard bent, er niets van jou terecht komt, stom bent, slecht bent etc.
Wanneer zulke dingen maar vaak genoeg tegen kinderen worden gezegd, dan blijft daar op den duur iets van hangen wat je je gehele leven met je mee kunt slepen, wanneer je dat niet in de gaten hebt.
Vaak ligt de oorzaak van een negatief zelfbeeld dus in veelvuldige, of sterke afkeuring door ouders, leerkrachten, broers, zussen enz. maar ook veel pesterij op school kan een oorzaak zijn. Je bent dan door anderen ingeprogrammeerd met het idee dat er iets mis met je is. Zo komt een negatief zelfbeeld dus vaak voort uit het egocentrisme van anderen, die echter ook weer zo waren opgevoed.
Wanneer je echter gaat beseffen dat er in feite nooit iets mis met je was, maar wel met degenen die je met dat idee hebben opgezadeld, gaat dat negatieve zelfbeeld op den duur vanzelf oplossen.
Ook wanneer ouders teveel van hun kinderen verwachten en kinderen hebben dat ideaalbeeld niet waar kunnen maken kan een negatief zelfbeeld ontstaan. En ook wanneer je zelf teveel van jezelf hebt verwacht wat je niet hebt kunnen waarmaken kan dat een negatief zelfbeeld creëren; je kunt jezelf dan gaan zien als een "loser", een mislukkeling.
Wanneer dit laatste het geval is , probeer jezelf dan te realiseren wat werkelijk van wezenlijk belang is in je leven.
Nog een veelvoorkomende oorzaak van een negatief zelfbeeld ligt in onze moderne westerse cultuur. Het is onze jeugd- en lichaamscultuur uit commercie en filmwereld. Veel populaire films en reclame maken gebruik van bepaalde standaard ideaalbeelden. Vooral als jongere kun je je er gemakkelijk door laten beïnvloeden en je eigen lichaam als negatief gaan beoordelen.
Niemand voldoet echter aan alle "ideale" afmetingen en andere ideaal- kenmerken.
Bovendien hebben karakteristieke afwijkingen juist hun eigen schoonheid; en iedere man of vrouw heeft ook nog zijn of haar eigen smaak.
Daarom zie je ook vaak de aantrekkelijkste mannen rondlopen met de lelijkste vrouwen; en vaak ook de mooiste vrouwen met de miserabelste mannen.
Bedenk dat ideaalbeelden elkaar alleen vinden in de film; vrijwel nooit in de werkelijkheid. Totale zelfaanvaarding maakt je tot een vrijer en gelukkiger mens, en daardoor voor anderen ook aantrekkelijker. En voor wie wat ouder is is het in dit verband ook goed te beseffen, dat de meeste mensen het als prettiger ervaren een positief oud mens te ontmoeten dan een negatief jong mens.
Ik ben gevaarlijk
Een negatief zelfbeeld waarbij je jezelf ziet als een gevaarlijk, of zelfs mensvijandig persoon; en over het algemeen heb je een hekel aan mensen. Bijna voortdurend loop je dan rond in een soort "boosheids-ego".
Dit negatieve zelfbeeld is ook weer terug te voeren naar onze fundamenteel menselijke behoeften aan veiligheid, waardering en verbondenheid. Het ontstaat wanneer het je in je verleden ontbroken heeft aan veiligheid en/of menselijke verbondenheid (emotionele verwaarlozing). Bijvoorbeeld wanneer je ouders erg egocentrische en/of strenge mensen waren, en je behoefte aan menselijke verbondenheid hierdoor ernstig gefrustreerd was.
Wanneer het een kind ontbreekt aan gevoelens van veiligheid, of wanneer het zich niet verbonden kan voelen met ouders, verzorgers, broers of zussen, ontstaat angst; en al snel ontwikkel je dan als kind reeds een agressieve respectloze overlevingsmentaliteit.
Vanuit deze angst kun je dan ook al snel een gevaarlijk zelfbeeld en een gevaarlijk en negatief wereldbeeld creëren, waarin je iedereen als een potentiële vijand ziet. Uit dit negatieve zelfbeeld en die agressieve respectloze overlevingsmentaliteit ga je je dan zeer egocentrisch en vaak ook mensvijandig gedragen.
Ook van een schoolopleiding zal dan niet veel terecht kunnen komen, en er ontstaat ook nog een negatief zelfbeeld van de eerst genoemde soort: ik ben een mislukkeling; een loser; ik ben kansloos; ik ben niets waard. Uit frustratie kun je dan een crimineel ego en zelfbeeld ontwikkelen; want je leven is toch al verloren. En bovendien kun je dan in het criminele milieu door andere criminelen goedgekeurd en gewaardeerd worden.
Leven in zulk een negatief zelfbeeld en wereldbeeld betekent echter een ellendig leven; en wanneer iemand het dan heeft over gelukkig leven of over genieten van je bestaan zul je dan waarschijnlijk niet eens weten waar het over gaat. Zo kun je het slachtoffer zijn van het egocentrisme van je ouders, die waarschijnlijk zelf ook zo opgevoed waren.
Egocentrisme creëert zo ook egocentrisme. En deze negatieve spiraal kan alleen omgekeerd worden wanneer iedere mens zich bewust wordt van zijn of haar eigen egocentrisme en de gevolgen van egocentrisch en negatief gedrag voor anderen.
Zingeving
Wanneer we aan ons leven ook een praktische en uiterlijke zin kunnen geven, en we iets kunnen betekenen voor anderen of de wereld waarin wij leven, creëert dat een positief zelfbeeld en kan dit ons negatieve zelfbeeld verdringen en op den duur doen vergeten.
Uit een positief zelfbeeld ontstaat zelfaanvaarding en het is dan ook gemak-
kelijker te komen in een onbevangen mentaal ontspannen
toestand die een voorwaarde is voor het ervaren van een positieve levenskwaliteit.
* Bron: www.mensinwereld.nl - 2010
In Statusangst onderzoekt Alain de Botton een ver-
schijnsel waarmee iedereen in de westerse wereld op de een of andere manier te maken krijgt.
Een gebrek aan waardering van onze medemens, al te hoogge-
spannen verwachtingen van wat het leven ons te bieden heeft, een te grote afhankelijkheid van de mening van anderen: het zijn allemaal factoren die ons het gevoel kunnen geven tekort te schieten.
In een samenleving waarin onze waarde wordt afgemeten aan onze materiële wapenfeiten en ons maatschappelijk aanzien, zijn we ons pijnlijk bewust van de noodzaak om te slagen en te presteren. 'Statusangst' is de prijs die we betalen voor de erkenning van dit voor iedereen zichtbare verschil tussen een succesvol en een onsuccesvol leven.
Maar er zijn manieren om die angst te overwinnen en vrede of zelfs vervulling te vinden in een volgens de heersende normen onaanzienlijk bestaan. Alain de Botton reikt ons aan de hand van voorbeelden uit de filosofie, de kunst en de literatuur mogelijkheden aan om te ontsnappen aan de waardeoordelen van anderen en om ons zelfbeeld voortaan te laten bepalen door waarheden van een minder tijdelijke en stoffelijke aard.
Alain de Botton besluit zijn boek met de vaststelling dat niets ons verplicht het heersende statussysteem te onderschrijven. De vrees in de ogen van anderen te falen en ons te schande te maken, is bovendien niets anders dan een natuurlijk gevolg van de ambities die we koesteren, de voorkeur die we hebben voor bepaalde resultaten, en van een respect voor anderen mensen: "Statusangst is de prijs die we betalen voor onze instemming met een algemeen aanvaard verschil tussen een succesvol en een mislukt leven". Relativeren is dus de boodschap.
Alain de Botton (Zurich, Zwitserland, 1969) debuteerde in 1993 met 'Proeven van liefde', een aanstekelijke geschiedenis van een verliefdheid en alle rampspoed die daarmee gepaard gaat. Vervolgens schreef hij 'De romantische school' en 'De Biograaf'. De drie boeken samen vormen een trilogie over de liefde. Dr. Love, de bijnaam van De Botton, brak internationaal door met het boek 'How Proust Can Change Your Life'. Hierin neemt hij de beroemde romancyclus van Marcel Proust onder de loep. In het onlangs verschenen 'De troost van de filosofie' behandelt hij de tekortkomingen van mensen aan de hand van een zestal grote filosofen. Naar aanleiding van dit boek maakte hij een televisieserie voor de BBC
* Uitgeverij: Atlas - ISBN 9045010496 - prijs € 22,50
door Floris Blom
Sinds de start van mijn loopbaan in 1980 heb ik successievelijk leiding ontvangen van acht directeuren. Eén van hen was in mijn ogen geschikt voor zijn functie. De overige zeven waren, om uiteenlopende redenen, niet in staat hun organisatie adequaat te leiden.
Over drie van hen durf ik te beweren dat zij te kampen hadden met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Bij alle drie ben ik in onmin vertrokken. Eenmaal speelde ik, met twee collega-managers, de rol van klokkenluider en ging mijn vertrek gepaard met een bestuurlijke crisis die zelfs de landelijke media haalde.
De resultaten van een onderzoek dat het Amerikaanse tijdschrift The Economist in augustus 2006 publiceerde, wijzen uit dat managers meer dan de gemiddelde mens een narcistische persoonlijkheid hebben. Dat is begrijpelijk. Je moet meer dan gemiddeld van jezelf overtuigd zijn om überhaupt een hogere leidinggevende functie te willen ambiëren. Een zekere mate van narcisme is niet ongezond; narcistische trekjes heeft ieder mens. Narcisme kan als stuwende kracht fungeren achter een mens en daarmee zijn/haar organisatie. Soms echter zijn de narcistische trekken uitvergroot aanwezig en vertoont de persoon in kwestie problematisch, dwingend-overheersend gedrag jegens zijn omgeving. Dan spreken we van een narcistische persoonlijkheidsstoornis.
Wie (m/v) aan deze stoornis lijdt, beschouwt zichzelf als geniaal en superieur. Hij overdrijft zijn goede eigenschappen en prestaties. Hij is op zoek naar aandacht en bevestiging en hij wil gevreesd worden. Hij manipuleert en gebruikt anderen om zijn doel te bereiken. Hier komt bij dat hij een onderontwikkeld inlevingsvermogen heeft. Hij houdt geen rekening met de gevoelens, behoeften of opvattingen van anderen, voelt zich boven de wet verheven en ontsteekt in blinde woede bij tegenspraak of tegenwerking. Hij selecteert zijn naaste medewerkers vooral op het vermogen en de bereidheid om zijn hielen te likken en ja te knikken.
Het gedrag van de hypernarcistische directeuren met wie ik te maken heb gehad was precies zoals ik hierboven beschreven heb. Voor medewerkers is zo'n baas een ramp: hij is alleen maar uit op bewondering, hij regeert met de knoet en hij kan geen kritiek verdragen. Ik heb de cultuur binnen een organisatie, nadat een directeur met een narcistische persoonlijkheidsstoornis aan het roer kwam, in korte tijd zien veranderen van ontspannen (maar gedreven) naar angstig en roerloos. Niemand durfde tegen te spreken of initiatieven te ontplooien, bang om te worden afgebrand. Want voor je het weet, zo citeerde men de man aan de top, "ligt je jas op straat". Het tegendeel van inspirerend leiderschap.
Hoe ga je met een narcistische baas om? Sommigen beweren: door hem de hemel in te prijzen. Zeggen dat hij
fantastisch bezig is. Een schepje bovenop de misplaatste eigendunk doen, waar hij toch al zoveel last van heeft. Zo krijg je
de narcist op je hand, waardoor je de ruimte krijgt met je eigen voorstellen te komen en meer je eigen gang te gaan. Dit is mij
vele bruggen te ver. Het betekent namelijk, dat je je opvattingen moet verloochenen. Recht praten wat krom is. Ik pas ervoor. Naar mijn
mening moet de hypernarcistische leider het veld ruimen, en wel onmiddellijk. Uiteindelijk is zijn gedrag funest voor de organisatie. Kritische
geluiden moeten gehoord worden, want zij dragen bij aan afgewogen besluitvorming. Ik weet hoe weinig kansrijk een van onderaf geïnitieerde
'afzettingsprocedure' meestal is. Als er geen enkel zicht is op het vertrek van de kwelgeest, moet je als ondergeschikte maar gewoon kiezen:
je aanpassen of wegwezen. Ik kan erover meepraten.
* Bron: Floris Blom/CCGT redactie/Piet van der Ploeg -2010
Partners van patiënten met dementie hebben een vier keer zo grote kans op depressie verge-
leken
met mensen met een partner zonder dementie, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL
en VUmc in het American Journal of Geriatric Psychiatry.
Met de vergrijzing neemt ook het aantal mensen met dementie toe. Het merendeel van hen woont thuis en
wordt verzorgd door een familie-
lid, meestal de partner. De zorg voor een demente partner is echter zwaar
en veroorzaakt vaak gezondheidsproblemen, vooral psychische zoals een depressie of angststoornis. Het is
daarom belangrijk deze zorgende partners te helpen, primair voor hun eigen welbevin-
den, maar ook om de
zorg voor hun partner met dementie te kunnen volhouden. Uit eerder onderzoek van het NIVEL en Alzheimer
Nederland is bekend dat mantelzorgers van dementiepatiënten ernstig overbelast zijn. Als de voornaamste
verzorger uitvalt, is de patiënt aangewezen op professionele zorg of moet deze worden opgenomen.
Vergeleken met mensen met een partner zonder dementie blijken partners van patiënten met dementie
een vier keer zo grote kans op depressie te hebben. En ze hebben een twee keer zo grote kans antidepressiva
voorgeschreven te krijgen, zo blijkt nu uit onderzoek met gegevens van het Landelijk Informatie Netwerk
Huisartsenzorg. NIVEL-afdelings-
hoofd Francois Schellevis: "Deze resultaten onderstrepen het belang van
aandacht voor de belasting van de primaire verzorger van mensen met dementie." De onderzoekers volgden
6 jaar lang de medische gegevens van 218 partners van patiënten met dementie. Voor iedere deelnemer
aan het onderzoek zochten ze voor de controlegroep twee partners van mensen zonder dementie uit dezelfde praktijk.
Ten tijde van het onderzoek telde het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) 71 geautomatiseerde
huisartspraktijken met meer dan 320.309 ingeschreven patiënten. LINH gebruikt anonieme gegevens uit de
elektronische patiëntendossiers van deze praktijken over aandoeningen, verrichtingen,
geneesmiddel-voorschriften en verwijzingen.
* Bron: Nivel/Trimbos Instituut - 2010
Narcistische persoonlijkheid brengt problemen met zich mee, maar leidt soms tot opvallende persoonlijke resultaten. Narcistische persoonlijkheden
hebben vaak aanleg voor charismatisch leiderschap. Ook kan een narcistische leider door zijn narcisme sterk gemotiveerd
worden om uitstekende resultaten te behalen. Toch heeft narcistisch leiderschap vaak negatieve en soms destructieve uitwerkingen
op organisaties wanneer 'volgelingen' van de charismaticus slachtoffer van zijn werkwijze worden.
In zijn scriptie Narcisme en leiderschap geeft E.F. Klingen, student arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit
van Amsterdam, een overzicht van de literatuur op het gebied van narcisme, werk en leiderschap. Wat zeggen het onderzoek en
de bredere literatuur van de laatste jaren over de rol van narcisme op het werk en leiderschap binnen organisaties? Met name de
vraag waarom slechts sommigen fungeren als bron van inspiratie voor hun achterban en hen tot buitengewone prestaties aanzetten.
Het begrip narcisme is afkomstig van de Griekse mythe van Narcissus. Een jonge man die alleen op zichzelf verliefd kon worden en daar uiteindelijk aan ten onder ging. Narcistische individuen worden gekarakteriseerd door een sterke egocentriciteit, fantasieën van macht en een groot zelfvertrouwen. Narcisten beschouwen zichzelf als anders, bijzonder, uniek en superieur of beter dan anderen. Narcisme bestaat in vele gradaties. In de ergste gradatie, die van de narcistische persoonlijkheidsstoornis, heeft de narcist veel problemen met relaties; ze wantrouwen anderen, kunnen agressief zijn, geven vaak anderen de schuld van problemen en hebben de neiging te heersen, te manipuleren of te misleiden. In een mildere vorm kan een narcist doormiddel van zijn charme, zelfvertrouwen en onafhankelijkheid veel voor elkaar krijgen binnen een organisatie. Het overdreven positieve en opgeblazen zelfbeeld van de narcist strekt zich uit over vele levensperiodes. De narcist zal dan ook zeker zijn karakteristieke eigenschappen en vaardigheden meenemen naar de werkomgeving.
Deze literatuurscriptie handelt over leiders die een milde vorm van narcisme bezitten. Meerdere onderzoekers stellen dat een
milde vorm van narcisme onder (top)managers waarschijnlijk eerder regel is dan uitzondering. Narcisten worden gedreven door een
intense behoefte aan macht en bewondering. Juist zij zullen, meer dan anderen, bereidt zijn veel op te geven om een machtspositie
te bereiken. Vertonen deze narcistische managers effectief leiderschap? Of maken deze eigenschappen een leider schadelijk voor de
organisatie of de werknemers? Welke aspecten van de narcist maken hem tot een risico voor de organisatie? Welke unieke vaardigheden
van de narcist kan een organisatie juist zeer goed gebruiken? Is het mogelijk de voordelen te plukken en de nadelen te ontwijken? Zijn
narcistische leiders de nieuwe helden van een veranderend organisatielandschap? Of berokkenen ze meer schade aan de organisatie dan dat
zij goed doen?
* Bron: Onderwijsinstelling Universiteit van Amsterdam (UvA)- 2010
Narcisten wisselen regelmatig van levensgezel. Een narcist houdt het over het algemeen niet lang uit bij een en dezelfde partner.
De relatie gaat goed zo lang de narcist bewonderd wordt, op een voetstuk geplaatst wordt en alle aandacht krijgt. Heeft hij het idee niet
(meer) nummer één te zijn dan zal hij in eerste instantie manipulatie en emotionele chantage gebruiken om zijn 'plaats nummer 1'
terug te winnen. Lukt dit niet dan slaat zijn gedrag langzaam om in agressie.
Veelal zijn partners van narcisten na korte of lange tijd zo moe getergd dat zij zelf besluiten de narcist te verlaten, met als gevolg vaak
stalkingsgedrag van de narcist.
De narcist zal in dit stadium per ommegaande op zoek gaan naar een nieuwe partner; zeker als hij merkt dat zijn wapens geen effect meer hebben
op de voorbije liefde. Deze nieuwe partner zal hij aan zich binden door onder andere de slachtofferrol aan te nemen en haar de hemel in te prijzen.
'Jij kan mij redden' 'Zonder jou ben ik niets'. Ook laat hij niets achterwege deze nieuwe verovering te overtuigen van zijn goede karakter en bedoelingen.
Tegelijkertijd zal hij haar tot bondgenoot maken in de 'strijd' tegen zijn voorbije liefde. Hij zal proberen deze voorbije liefde zwart
te maken; alles was haar schuld! Zeker gevoelige vrouwen zullen hier vatbaar voor zijn. Zij voelen zich vereerd; zij gaan zich opstellen als 'redder'.
De narcist schuwt geen middel om zijn voorbije liefde neer te zetten als 'vals', 'gestoord', 'helemaal gek' of 'frigide'. Hierbij bereikt
hij zonder scrupules de mensen uit zijn omgeving, die inmiddels vaak ook verward zijn, omdat zij al langere tijd bloot staan aan emotionele
chantage en manipulatie. De narcist bezit het vermogen anderen te doen geloven waarvan anderen in zijn omgeving intuïtief aanvoelen dat het niet klopt!
Een nieuwe partner gaat in haar verliefdheid vaak mee in deze denkwijze. Ook zij raakt in staat van verwardheid zonder het door
te hebben. Zijn tegenstrijdigheden en schijnbare (eigen) krenking om de kleinste dingen; zijn projecteren van eigen gebreken en
tekortkomingen op de ander, doen praktisch iedereen in deze fase belanden.
Daarnaast is er nog de geveinsde belangstelling, waarvan men als men goed kijkt merkt dat deze niet oprecht is en enkel onderdeel is
van het grote spel van de narcist om zijn nieuwe partner aan zich te binden. Heeft de narcist in de gaten dat hij zijn nieuwe
liefde 'vast heeft gehaakt', zal ook zij onderdeel worden van deze nimmer eindigende cirkel van de narcist.
Gedragspatronen van narcisten (man of vrouw) zijn vrijwel identiek. Dat maakt ze, als je eenmaal door hebt hoe ze te werk gaan, zeer voorspelbaar.
Overal waar hij/haar staat kan men dit vervangen door zij/zijn. Het meest opvallende verschil bij vrouwen is dat zij duidelijk
minder openlijk agressief zijn (zoals stalking) maar juist al haar seksuele charme, verleidelingskunst en de zogenaamde 'zorgzame' vrouw proberen te veinzen.
Maar narcistische vrouwen vallen uiteindelijk net zo door de maand als narcistische mannen.
* Bron: CCGT/Hoogleraar Moleculaire Psychiatrie Prof. Dr. W.P. Peters - 2010
Persoonlijkheidsproblemen bij jongeren zijn betrouwbaar vast te stellen en hangen samen met disfunctioneren op verschillende belangrijke levensgebieden.
Zo blijkt uit het proefschrift 'Adolescent personality pathology:
A dimensional approach', waarop psycholoog Noor Tromp op 25 maart hoopt te promoveren
aan de VU. De resultaten van het onderzoek weerspreken de in de klinische praktijk heersende gedachte dat persoonlijkheidsproblemen en -stoornissen
onder de 18 jaar niet betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Tromp ontwikkelde een vragenlijst voor jongeren om dimensies van persoonlijkheidsproblemen in kaart te brengen. De dimensies in deze vragenlijst sluiten
nauw aan bij de beschrijving van persoonlijkheidspathologie voor volwassenen in de voorlopige versie van de DSM-V, de nieuwe editie van het standaard
diagnostisch handboek dat vorige week online verscheen.
Tromp onderzocht twee grote groepen jongeren met behulp van vragenlijsten en gestructureerde interviews. De eerste groep bestond uit jongeren in
behandeling bij psychiatrische instellingen. Vier van de tien jongeren in deze groep voldeden aan de criteria van een persoonlijkheidsstoornis.
Depressieve en Borderline persoonlijkheids-
stoornis kwamen het meeste voor (bij respectievelijk 20% en 17% van de groep). Deze cijfers zijn vergelijkbaar met
percentages bij volwassenen. Onderzoek bij deze groep liet zien dat individuele verschillen in persoonlijkheidsproblemen beter in kaart gebracht
worden met de vragenlijstdimensies dan met het huidige DSM-IV classificatiesysteem.
De tweede groep bestond uit bijna 1700 middelbare scholieren. In deze groep hingen persoonlijkheidsproblemen samen met zwakke schoolprestaties,
psychiatrische behandeling, middelenmisbruik, traumatische ervaringen en gebrek aan sociale steun. Hieruit blijkt de ondermijnende rol die
persoonlijkheidsproblemen kunnen spelen in het leven van jongeren.
De nieuwe vragenlijst kan gebruikt worden voor signalering van persoonlijkheidpro-
blemen bij jongeren in de algemene bevolking en vormt een waardevolle
aanvulling op bestaande diagnostische procedures in jeugdpsychiatrische instellingen.
Vroege signalering van persoonlijkheidspathologie kan leiden tot behandeling in een eerder stadium dan momenteel gebruikelijk.
* Bron: Vrije Universiteit Amsterdam - 2010