Logo CCGT
  • Home
  • Therapieën
  • Relevante websites
  • Actueel
  • Bronnen
  • Encyclopedisch woordenboek
  • Opleidingen
  • Informatie
Foto CCGT
 


CCGT

Actueel

  • Persoonlijkheidsprobleem: lief en leed in relaties!
  • Groter zelfvertrouwen houdt kinderen uit de problemen
  • Peter Pan moet in therapie
  • Schaamtegevoel houdt gewelddadige relatie in stand
  • Affirmaties werken niet (altijd)
  • Veel apneupatiënten hebben ook insomnia
  • Werkconferentie Palliatieve Terminale zorg in GGz instellingen
  • Verschil PDD-NOS en ADHD moeilijk meetbaar
  • Alcoholafhankelijkheid in NESDA
  • Vier keer zo veel depressie bij partners patiënten met dementie
  • Gedragstherapie kan prikkelbare darm tot rust brengen
  • Minder zorgen dankzij GPS voor mensen met dementie
  • Congres Chronisch Ziek: De praktijk van psychologische interventies
  • Zelfvertrouwen: de balans tussen vaardigheid en waardigheid
  • Narcisme & Leiderschap
  • Samen Flow ervaren
  • De relationele vicieuze cirkel van narcisten
  • Hechting met ouders beïnvloedt gedrag kind op latere leeftijd
  • Resultaten onderzoek CGT bij schizofrenie onvoldoende vertaald naar praktijk
  • Groepssessies CGT voor lage rugpijn
  • Obesitas lijkt op verslaving
  • Persoonlijkheidsproblemen bij jongeren
  • Kind met risicogen eet problemen weg
  • ADHD'er raakt in testsituatie niet sneller afgeleid
  • Activiteiten Pandora stoppen goeddeels
  • Parel voor HEE
  • Alcohol- en cannabisgebruik vergroten kans op spijbelen en schooluitval
  • Behoefte aan meer ondersteuning
  • NVvP Visiedocument
  • Amerikaans onderzoek psychische stoornissen bij jonge kinderen
  • Ouderen aan de fles: de zorgelijke trend zet door
  • Angststoornissen bij ouderen goed te behandelen
  • GGZ Kennisdag 2010 over geestelijk gezonde gemeente
  • Kinderen zijn suggestief voor onwaar negatief bericht
  • Opleiding tot psychiater sterk gemoderniseerd
  • Oudertraining werkt bij ADHD


Persoonlijkheidsproblemen: lief en leed in relaties!

CCGT

Het hebben van een partner met een Narcistische PersoonlijkheidsStoornis, gaat bijna altijd gepaard met heftige periodes in de relatie van aan/uit en verbijste-
ring over het gedrag van uw partner met een NPS.

Vaak treedt bij uw partner 'splitting' op naast idealisatie/devaluatie, loochening en projectieve identificatie. Dit zijn primitieve afweermechanis-
men
, u leest er alles over op onze CCGT-website.

Splitting is een centraal maar bizar fenomeen bij NPS, dat gepaard gaat met heftige angstgevoelens en soms micropsychoses bij uw partner en u ineens doet veranderen van de meest fantastische persoon in een monster.

Er is haast geen onderwerp binnen de klinische psychologie en psychiatrie waar de laatste 50 jaar zoveel over is geschreven als het fenomeen Narcisme. En dat is niet voor niets, het is en blijft een bizar fenomeen ook al begrijp je de achtergrond rationeel, het blijft moeilijk in te voelen, vooral zo'n gedragsfenomeen als splitting.

Als u zich 'slachtoffer' (want u bent niet het echte slachtoffer, maar uw partner) voelt in uw relatie met uw partner met NPS kunt u hier uitgebreide informatie over vinden op de CCGT-website onder: bronnen > capita selecta 2010, zoals bijvoorbeeld de volgende links:
             Narcisme en de Narcistische Persoonlijkheidsstoornis (NPS)
             Diana een vrouwelijke narcist
             Ontstaan, indicatoren en behandeling van een persoonlijkheidsstoornis
             Behandeling NPS met Schematherapie

Voor snel advies over uw relatieproblemen kunt u e-mailen naar: Piet van der Ploeg.
* Bron: CCGT Redactie - 19 juli 2010

Groter zelfvertrouwen houdt kinderen uit de problemen

CCGT

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het lidmaatschap van een club positieve effecten heeft op kinderen. Hun schoolprestaties gaan omhoog, ze gebruiken minder drugs en alcohol en ze sluiten zich minder vaak aan bij "gangs" wanneer ze lid zijn van een club. Deze vooruitgang is te danken aan het feit dat de kinderen een sterker zelfbeeld en daardoor een groter zelfvertrouwen krijgen als ze betrokkenheid zijn bij een club.
De clubs waarover het onderzoek gaat, zijn de zogenaamde "Boys and Girls Clubs". Deze instellingen zijn het best te vergelijken met jongerencentra in Nederland. Hier wordt aandacht besteed aan sport en spel, maar ook aan het aanleren van sociale vaardigheden en aan cursussen zoals seksuele voorlichting. De toegang tot deze clubs is vaak gratis.
Uit het onderzoek blijkt dat de betrokkenheid bij een dergelijke club er voor zorgt dat de jongeren zich de normen en waarden van de club eigen maken. Uit onderzoek naar zelfvertrouwen is al langer bekend dat een laag zelfvertrouwen niet zozeer te maken heeft met negatieve gedachten over het zelf, maar eerder met een onduidelijk zelfbeeld. Wie niet weet wat zijn waarden zijn, heeft geen innerlijk kompas om op te varen en is daarom onzeker bij het maken van keuzes. Door club geeft de kinderen duidelijke waarden en normen, waardoor ze minder vatbaar zijn voor afwijkend gedrag. Wie vanuit de club weet dat drugs slecht voor je zijn, zal zich op straat niet snel laten overhalen tot het gebruik van drugs.
De auteurs bevelen clubs aan om zich duidelijker gaan richten op het vergroten van het zelfvertrouwen. Omdat te bereiken is het van belang om de betrokkenheid van de kinderen bij de club te vergroten. Kinderen die vaker komen en verschillende programma's volgen, hebben het meest baat bij hun lidmaatschap van de club. Het is dus belangrijk dat kinderen vaak aanwezig zijn. Psychologische technieken kunnen ingezet worden om dit te bewerkstelligen. Daarnaast wordt de betrokkenheid bij clubs groter wanneer kinderen zich kunnen binden aan medewerkers. Er dient dus gestuurd te worden op een langdurig dienstverband van de medewerkers.
*Bron: psycholoog.net /Ohio State University (2010, June 12). Youth clubs strengthen kids' self image to keep them out of trouble. ScienceDaily. Retrieved June 14, - 3 juli 2010

Peter Pan moet in therapie

CCGT

Niet volwassen kunnen of willen worden? Wie hier last van heeft, lijdt volgens sommige psychologen aan het Peter Pan-syndroom. Professor Humbelina Robies Ortega van de Universiteit van Granada waarschuwt dat dit syndroom steeds vaker voorkomt.
Volgens de professor voeden ouders hun kinderen te beschermend op waardoor ze niet de vaardigheden verwerven die nodig zijn om het volwassen leven aan te kunnen. Naast dit Peter Pan-syndroom is er ook het zogeheten Wendy-syndroom. Wendy is de vrouw achter Peter Pan. Ze is een moederfiguur en doet alles wat Peter Pan nalaat. Zo neemt Wendy beslissingen en verantwoordelijkheden, waardoor ze Peter Pans gedrag min of meer rechtvaardigt. Om het probleem aan te pakken, is het volgens de professor niet alleen raadzaam voor Peter Pan, maar ook voor Wendy om in therapie te gaan. Mensen die aan het Peter Pan-syndroom lijden:

* Zien de volwassen wereld als problematisch
* Verheerlijken adolescentie
* Zijn vaker van het mannelijk geslacht
* Gaan verantwoordelijkheden uit de weg
* Vinden hun uiterlijk heel belangrijk
* Houden zich niet aan hun beloften
* Hebben weinig zelfvertrouwen
* Kunnen slecht tegen kritiek
* Wisselen vaak van partner

*Bron: psycholoog.net / (University of Granada (2007, May 3). Overprotecting Parents Can Lead Children To Develop 'Peter Pan Syndrome'. ScienceDaily. Retrieved June 13, 2010) - 3 juli 2010

Schaamtegevoel houdt gewelddadige relatie in stand

CCGT

Geweld in een relatie of binnen gezinnen wordt vaak gekarakteriseerd door een patroon van wisselend gedrag. Juist deze wisseling van schaamteloos gedrag en de pauzes waarin er weer liefdevol gereageerd wordt, versterken paradoxaal genoeg de binding met de gewelddadige partner.

Vicieuze cirkel van liefde en geweld

Waarom verlaat je als vrouwzijnde die gewelddadige man niet gewoon? Makkelijker gezegd dan gedaan, want zowel de man als de vrouw lijkt zich vaak in een vicieuze cirkel van liefde en geweld te bevinden. Deze cyclus begint bij een hevige ruzie waarop beide partners een gevoel van schaamte ervaren. Vervolgens gaat deze schaamte bij de man over in een gevoel van woede en bij de vrouw resulteert dit in wrok en verborgen revanche. Een analyse van deze spiraal van schaamte en geweld laat zien dat de partners steeds weer (vergeefse) pogingen doen om de relatie te herstellen. Daarbij zorgt gezamenlijke ontkenning van het geweld en de schaamte voor een gevoel van verbinding. Het verwerken van deze schaamte heeft voor beide partners een andere betekenis.
De vrouw blijkt haar gevoelens van schaamte meer te internaliseren in tegenstelling tot de man die zijn schaamte meer externaliseert door middel van woede-uitbarstingen waarvan hij de oorzaak en schuld bij haar onmogelijke gedrag legt. Het trieste gevolg is een proces van wederzijdse vernedering en beschaming in de vorm van een negatieve spiraal met een eindeloze herhaling van vernedering, schaamte en geweld.

Vrouwen schamen zich meer

Vrouwen hebben over het algemeen meer schaamtegevoel dan de mannen. De veronderstelling is dat vrouwen meer internaliseren door zelfverminking, zelfbeschadiging en zelfverachting. De mannen projecteren hun schaamte daarentegen meer naar buiten toe door middel van geweld. Een verklaring voor het gewelddadige gedrag van deze mannen is dat zij meer schaamtevolle gebeurtenissen hebben meegemaakt in hun jeugd dan de 'normale' man. Wanneer deze schaamte dan weer wordt opgeroepen, zijn zij eerder geneigd over te gaan op gewelddadig gedrag.
Psychoanalytici bevestigen deze link tussen schaamte, narcisme en hechting. Schaamte uit zich dan op een gewelddadige manier, omdat de positie en het ideaalbeeld van de gewelddadige man binnen de primaire groep (ouders of geliefde) in het geding is. Het gevolg is een narcistische krenking van de man waarin bij ontkenning van het ideaalbeeld door betrokkenen een kwetsbaar en schaamtegevoelig zelfbeeld ontstaat.
De man heeft het gevoel tekort te schieten en probeert dit te compenseren door een onnatuurlijk hoog zelfbeeld van zichzelf te koesteren en hiernaar proberen te leven. Bij hun vlucht in narcisme zetten mannen vrouwen op en voetstuk. Dreigen vrouwen van dit voetstuk te vallen, dan is geweld (die voortkomt uit narcistische woede) het gevolg.
*Bron: psycholoog.net/ Groen, M. (2003). De Samenhang van schaamte en geweld. Tijdschrift voor psychotherapie, 29, 255-269)

Affirmaties werken niet (altijd)

CCGT

Veel zelfhulpboeken raden de lezer zogenaamde affirmaties aan. Wie zich beter wil voelen, moet dan elke dag zeggen: "Elke dag word ik beter en beter". Al eerder bleek uit onderzoek van Wood en anderen dat de werking van die affirmaties niet onomstreden is. Uit dit onderzoek bleek dat mensen met veel zelfvertrouwen door het werken met affirmaties meer zelfvertrouwen krijgen. Echter, voor mensen met een laag zelfbeeld gaat dit niet op. Zij krijgen zelfs minder zelfvertrouwen als ze steeds tegen zichzelf zeggen dat ze perfect zijn.
Deze maand verschijnt een onderzoek dat op een andere manier vragen stelt bij de werkzaamheid van affirmaties. Senay en anderen lieten twee groepen mensen anagrammen oplossen. De eerste groep moest voor het oplossen van het anagram tegen zichzelf zeggen: "ik kan het oplossen". De andere groep mensen moet zich afvragen: "kan ik het oplossen?" Het bleek dat de tweede groep beter presteerde in het oplossen van de anagrammen.
In een ander, meer abstract deel van het onderzoek moest één groep "zal ik" schrijven en een tweede groep "ik zal". Daarna moesten ze wederom anagrammen maken. De twee onderdelen van het onderzoek (het schrijven en het oplossen van anagrammen) werden gepresenteerd alsof ze volstrekt los van elkaar stonden. Desalniettemin presteerden de mensen die "zal ik" schreven beter dan de mensen die "ik zal" schreven.
De onderzoeken suggereren dat affirmaties vooral invloed hebben op ons gevoel en niet op onze prestaties. Wanneer beide niet met elkaar in de pas lopen, gaat dat op de lange termijn schuren. Mensen die elke ochtend tegen zichzelf zeggen: "ik ben een koning", terwijl ze in een krot wonen, gaan op den duur lijden onder het verschil tussen hun gewenste en hun daadwerkelijke situatie. Wie echter vragen stelt, gaat ook daadwerkelijk beter presteren. Dat zorgt voor een daadwerkelijke groei. Affirmaties lijken dus meer een korte termijnoplossing, terwijl een open, onderzoekende houding zorgt voor verbetering op de lange termijn.
*Bron: psycholoog.net /Senay, I., Albarracin, D. Noguchi, K. (2010). Motivating Goal-Directed Behavior Through Introspective Self-Talk. Psychological Science

Veel apneupatiënten hebben ook insomnia

CCGT

Bij slaapapneu treden er tijdens de slaap veelvuldig ademstops of apneus op. In een artikel in het april nummer van het Amerikaanse tijdschrift Journal of Clinical Sleep Medicine wordt een overzicht gegeven van het voorkomen van insomniaklachten bij patiënten met slaapapneu. Hoe zit het met apneupatiënten in ons eigen land?

19935 mensen vulden op onze Nederlandse website een vragenlijst in waarin gevraagd werd naar slaapklachten. Er werd met name gekeken naar de belangrijkste klachten van vier vaak voorkomende slaapstoornissen: insomnia, apneu, narcolepsie en bewegingsproblemen tijdens de slaap. Bij 4,4% van de respondenten wezen de klachten duidelijk op slaapapneu. De gegevens van 867 personen met duidelijke symptomen van slaapapneu werden verder onderzocht. Van deze groep bleek meer dan de helft één of meer symptomen van insomnia te hebben.

De groep met apneusymptomen rapporteerde meer slaperigheid overdag en deed ook vaker een dutje dan de groep met insomniasymptomen. Daartegenover deed de apneugroep er minder lang over om in slaap te vallen, was minder lang wakker en sliep langer door dan de groep met insomniaproblemen. Een groep respondenten die naast alle apneuklachten ook alle insomniaklachten hadden bleek een slaappatroon te hebben dat meer leek op dat van de groep met alleen insomniaklachten.

Onze Nederlandse data en de data in de recente publicatie tonen aan dat veel apneupatiënten lijden aan insomnia met vergelijkbare problemen als vermoeidheid, verminderd functioneren overdag, slecht slaapgedrag, etc. Het is bekend dat apneupatiënten zich vaak niet houden aan de voorgeschreven behandeling met het CPAP apparaat. Een reden kan zijn dat deze behandeling misschien wel de apneu vermindert, maar dat de insomniaproblemen blijven bestaan, zodat de patiënt ontevreden blijft met zijn slaap. In het internationale artikel werd ook gevonden dat bij apneupatiënten met CPAP die ook behandeld werden met gedragstherapie voor insomnia, zowel de apneu als de insomnia verbeterden.

Redactioneel
Wilt u nog verder lezen? De volgende referenties zijn gebruikt:
Journal of Clin. Sleep Medicin, 2010, Vol. 6(2), bldz 196-204.
Journal Sleep, 2007, Vol 30 (Abstr. Suppl), A166.
Wij vinden een goede informatievoorziening over slaap erg belangrijk. Via deze mail willen we u op de hoogte houden. Indien u vragen of opmerkingen heeft kunt u contact opnemen via een email naar: nieuwsbrief@somnio.eu
Dr. Winni Hofman, hoofdredacteur
* Bron: nieuwsbrief@somnio.eu - 21 mei 2010

Werkconferentie Palliatieve Terminale zorg in GGz instellingen

CCGT

Op 27 mei organiseert het Trimbos-instituut een werkconferentie over Palliatieve Terminale zorg in GGz instellingen.
Het Trimbos-instituut heeft recent een studie naar palliatieve terminale zorg in GGz-instellingen afgerond. De resultaten uit deze studie bevestigen eerdere bevindingen dat de huidig geboden palliatieve terminale zorg in GGz-instellingen verbeterd zou kunnen worden door kennis en ervaringen betreffende palliatieve terminale zorg uit andere werkvelden te betrekken in de zorgverlening.
De volledige resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd op een werkconferentie op 27 mei 2010. Naast de presentatie van de resultaten zullen een tweetal andere presentaties gegeven worden die aansluiten bij het thema.

Deze werkconferentie zal geleid worden door dhr. Kuipers, psychiater en directeur van de Pompestichting. Gaat uw interesse uit naar daar waar psychiatrie en palliatieve zorg elkaar ontmoeten? Dan bent u van harte uitgenodigd bij deze werkconferentie aanwezig te zijn. Gedurende deze werkconferentie is volop gelegenheid elkaar te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen.

Aan deelname zijn geen kosten verbonden. De werkconferentie vindt plaats van 14.00 - 18.00 uur in de kapel van Zon en Schild, Utrechtseweg 266 te Amersfoort. U kunt zich aanmelden door een e-mail met uw contactgegevens te versturen naar Sarah Horjus.
Klik hier voor meer informatie over inhoud en programma van de werkconferentie.
* Bron: Trimbos Instituut - 19 mei 2010

Verschil PDD-NOS en ADHD moeilijk meetbaar

CCGT

Aan PDD-NOS en ADHD worden verschillende gedragsken-
merken toegeschreven. Toch zijn deze stoornissen klinisch nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Dat stelt Karin Gomaris in haar promotieonderzoek.
Zij onderzocht verschillen in de informatieverwerking van kinderen met PDD-NOS en ADHD. Ze vroeg kinderen computertaken uit te voeren, terwijl er een EEG van hun hersenen werd gemaakt. Uit de resultaten bleek dat er in die opzichten tussen de kinderen met PDD-NOS en ADHD geen significante verschillen bestaan.
* Bron: psycholoog.net/Rijksuniversiteit Groningen - 19 mei 2010

Alcoholafhankelijkheid in NESDA

CCGT

Lynn Boschloo, promovendus bij NESDA, schrijft in de Silhouet over haar eerste bevindingen van haar onderzoek naar alcoholafhankelijkheid bij mensen met depressie en angst.

Alcoholafhankelijkheid is de officiële benaming van een alcoholverslaving. Deze stoornis wordt gekenmerkt door een combinatie van lichamelijke en psychische afhankelijkheid, controleverlies (vaker of meer drinken dan is voorgenomen en/of niet kunnen stoppen) en lichamelijke en/of sociale gevolgen.

Uit de resultaten tot nu toe komt naar voren dat binnen de groep van angstige en/of depressieve mensen, bij de mannen alcoholafhankelijkheid ruim twee keer zo vaak voorkomt. Deze mannen hadden vaak ook familieleden met een alcoholafhankelijkheid of een angst en/of depressieve stoornis. Bepaalde persoonlijkheidkenmerken blijken een risico te vormen voor alcoholafhankelijkheid.

Bij 4 van de 5 personen is er eerst sprake van een angststoornis en/of depressie, waarop de alcoholafhankelijkheid volgt. Voor hulpverleners dus iets om goed in de gaten te houden.
Silhouet is het huisblad van het Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie.
Lees hier het hele artikel van Lynn Boschloo.
* Bron: NESDA/Trimbos Instituut - 7 mei 2010

Vier keer zo veel depressie bij partners patiënten met dementie

CCGT

Partners van patiënten met dementie hebben een vier keer zo grote kans op depressie verge-
leken met mensen met een partner zonder dementie, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en VUmc in het American Journal of Geriatric Psychiatry.

Met de vergrijzing neemt ook het aantal mensen met dementie toe. Het merendeel van hen woont thuis en wordt verzorgd door een familie-
lid, meestal de partner. De zorg voor een demente partner is echter zwaar en veroorzaakt vaak gezondheidsproblemen, vooral psychische zoals een depressie of angststoornis. Het is daarom belangrijk deze zorgende partners te helpen, primair voor hun eigen welbevin-
den, maar ook om de zorg voor hun partner met dementie te kunnen volhouden. Uit eerder onderzoek van het NIVEL en Alzheimer Nederland is bekend dat mantelzorgers van dementiepatiënten ernstig overbelast zijn. Als de voornaamste verzorger uitvalt, is de patiënt aangewezen op professionele zorg of moet deze worden opgenomen.

Antidepressiva

Vergeleken met mensen met een partner zonder dementie blijken partners van patiënten met dementie een vier keer zo grote kans op depressie te hebben. En ze hebben een twee keer zo grote kans antidepressiva voorgeschreven te krijgen, zo blijkt nu uit onderzoek met gegevens van het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg. NIVEL-afdelings-
hoofd Francois Schellevis: "Deze resultaten onderstrepen het belang van aandacht voor de belasting van de primaire verzorger van mensen met dementie." De onderzoekers volgden 6 jaar lang de medische gegevens van 218 partners van patiënten met dementie. Voor iedere deelnemer aan het onderzoek zochten ze voor de controlegroep twee partners van mensen zonder dementie uit dezelfde praktijk.

LINH

Ten tijde van het onderzoek telde het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) 71 geautomatiseerde huisartspraktijken met meer dan 320.309 ingeschreven patiënten. LINH gebruikt anonieme gegevens uit de elektronische patiëntendossiers van deze praktijken over aandoeningen, verrichtingen, geneesmiddel-voorschriften en verwijzingen.
* Bron: Nivel/Trimbos Instituut - 7 mei 2010

Gedragstherapie kan prikkelbare darm tot rust brengen

CCGT

Sommige mensen die last hebben van een prikkelbare darm kunnen het positieve effect van gedragstherapie maandenlang merken. Dat blijkt uit een kleinschalig onderzoek.

Cognitieve gedragstherapie houdt in dat iemand praat over zijn gedachten, waardoor duidelijk wordt hoe die gevoelens (zoals stress of angst) en gedragspatronen bepalen of veranderen. Bij mensen die last hebben van de geïrriteerde darm helpt het dus, zo toont onderzoek onder 71 volwassenen aan. Van die groep reageerde 30% direct positief op deze vorm van therapie. Kramp in het darmgebied en andere nare darmklachten, zoals winderigheid, verstopping en diarree, namen bij hen flink af. En dat effect hield bij die vlot reagerende personen lange tijd aan. Een ander deel reageerde pas met verandering na een maand of drie.
De precieze oorzaak van het prikkelbare darm syndroom of 'spastische darm' is niet bekend. Wel weten we dat sommige factoren de problemen uitlokken, zoals: bepaalde voeding (overeten) en emotionele stress. Dankzij gedragstherapie leren mensen die factoren op te sporen. Daarmee is de gang gezet naar veranderingen die echt helpen.
* Bron: psycholoog.net/journal Clinical Gastroenterology and Hepatology - 5 mei 2010

Minder zorgen dankzij GPS voor mensen met dementie

CCGT

Mantelzorgers van mensen met dementie zijn enthousiast over een GPS apparaat waarmee ze op een beveiligde internetsite hun naaste met dementie kunnen traceren en telefonisch contact kunnen maken. 75% van hen geeft aan dat het GPS apparaat hen een veiliger gevoel geeft en 61% geeft aan zijn of haar naaste meer zelfstandigheid te geven door het gebruik van het GPS apparaat. Wel moet de traceer-techniek verder verfijnd worden voor het op grote schaal gebruikt kan worden in de zorg voor mensen met dementie. Dit blijkt uit onderzoek van het Programma Ouderen van het Trimbos-instituut.

Aan het pilotonderzoek deden 34 koppels van een persoon met dementie en zijn of haar mantelzorger mee. Gedurende zes maanden kreeg de persoon met dementie een GPS- apparaat mee wanneer hij of zij alleen naar buiten ging. Het GPS apparaat bood verschillende mogelijkheden. Het verstuurde coördinaten naar een beveiligde website, waarop de mantelzorger in kon loggen om te zien waar de persoon zich op dat moment bevond en welke route hij of zij afgelegd had. Ook kon de persoon met dementie door middel van één druk op de knop contact leggen met zijn of haar mantelzorger. De mantelzorger kon ook naar het GPS apparaat bellen, waarbij middels een luidspreker direct contact mogelijk was zonder dat de persoon met dementie op hoeft te nemen.

Dankzij het GPS-apparaat maakten de mantelzorgers zich minder zorgen wanneer hun partner of ouder zelfstandig buiten was. Ook geeft 47% van de deelnemers met dementie aan dat hun mantelzorger hen meer vrijlaat door het gebruik van het GPS apparaat en dat zij door het gebruik van dit apparaat zich minder zorgen maken als zij alleen buiten zijn. In driekwart van de gevallen zou de mantelzorger het gebruik van het GPS- apparaat anderen aanraden.

Voor toepassing op grote schaal in de zorg voor mensen met dementie, moet de traceer-techniek verder verfijnd worden. Zo is het mobiele telefoonnetwerk in een aantal gebieden in Nederland niet optimaal. Bij drie koppels in het onderzoek stuurde het GPS-apparaat hierdoor de coördinaten niet consequent door naar de website, waardoor het vertrouwen in het gebruik van het apparaat daalde Dit onderstreept het belang van een goede gebruiksvriendelijkheid en werking van het apparaat.

Anne Margriet Pot, Programmahoofd Ouderen: "Gezien de positieve bevindingen met goedwerkende GPS apparaten, hopen wij dat fabrikanten blijven investeren in een verdere verfijning van de techniek. Wij gaan in ieder geval verder met onderzoek. Samen met de Medical University van South Carolina is een subsidieaanvraag ingediend voor een groter onderzoek met een controlegroep."
* Bron: Trimbos Instituut - 1 mei 2010

Congres Chronisch Ziek: De praktijk van psychologische interventies

Datum: Donderdag 24 juni 2010
Locatie: De Jaarbeurs Utrecht
Een chronische ziekte is een gebeurtenis waarmee velen in de loop van hun leven geconfronteerd worden. Deze confrontatie vereist aanpassing, niet alleen op fysiek gebied, maar ook op psychisch, relationeel en sociaal-maatschappelijk gebied. Vragen over zingeving kunnen eveneens naar voren komen. Hoewel we de veerkracht en het aanpassingsvermogen van mensen niet mogen onderschatten, kan professionele, psychologische hulp gewenst zijn.

Tijdens dit congres zal vanuit theorie én praktijk de onmisbare bijdrage van de psychologie aan de zorg voor chronisch zieken worden besproken. In de ochtend zullen thema's centraal staan die voor alle chronische ziekten van belang zijn. Psycho-educatie en zelfmanagement, leefstijlveranderingen en het belang van zelfregulatie hierbij, screening voor psychologische interventies (wie komt in aanmerking en in welke fase van het ziekteproces), aanpassingsproblematiek en psychopathologie (comorbiditeit) zijn de onderwerpen die in de plenaire lezingen aan de orde komen. In de middag staat de praktijk van psychologische interventies centraal. Deskundigen met veel klinische ervaring verzorgen de op de praktijkgerichte workshops.

Het congres Chronisch ziek: de praktijk van psychologische interventies is bestemd voor psychologen werkzaam in een medische setting, zoals gezondheidspsychologen, psychotherapeuten, klinische psychologen, GGZ-psychologen en verder professionals betrokken bij gezondheidsvoorlichting, educatie en preventie, en stafmedewerkers van patiëntenverenigingen, stichtingen en fondsen.

Accreditatie is aangevraagd voor psychologen bij het NIP, voor gedragstherapeuten bij de VGCt, voor psychiaters bij de NVVP en voor gezondheidszorgpsychologen bij de FGzP.

Kosten

De kosten voor deelname aan het congres bedragen € 270,- en voor abonnees van Tijdschrift Psychologie & Gezondheid € 250,-. De kosten zijn inclusief BTW, het boek Psychosociale zorg bij chronische ziekten bij somatische aandoeningen, congresmateriaal, koffie/thee, lunch en borrel.

Inschrijven

U kunt zich inschrijven via www.bsl.nl/chronischziek. Na inschrijving voor het congres ontvangt u een bevestiging en separaat een factuur. Ongeveer twee weken voorafgaand aan de bijeenkomst ontvangt u een routebeschrijving en verdere informatie. Registratie gebeurt op volgorde van binnenkomst. Deelnemers die niet meer geplaatst kunnen worden ontvangen bericht.

Meer informatie

Cursussen & Congressen | T: 030 638 36 38 | E : congressen@bsl.nl|
I : www.bsl.nl/chronischziek

Zelfvertrouwen: de balans tussen vaardigheid en waardigheid

CCGT

De psychologie heeft al lange tijd een interesse in zelfvertrouwen. De godfather van de psychologie, William James, zag zelfvertrouwen vooral als de vaardigheid om succes te behalen. In het hedendaagse onderzoek naar zelfvertrouwen, is er ook aandacht voor Waardigheid. Een combinatie tussen die twee zou moeten zorgen voor een optimaal zelfvertrouwen.

Waar William James over sprak, noemen we tegenwoordig Vaardigheid. Vaardigheid is een belangrijke bron voor zelfvertrouwen. Het is het idee dat je kunt omgaan met de problemen waarvoor het leven je stelt. Mensen die veel vaardigheid hebben, zijn vaak weinig neurotisch en hebben een sterke interne locus of control. Ze hebben, met andere woorden, het gevoel dat ze zelf invloed uitoefenen op hun leven.
Het gebeurt echter vaak dat mensen vaardigheid verwarren met succes. Ze baseren hun zelfvertrouwen bijvoorbeeld op hun zakelijke succes of op de bezittingen die ze verzameld hebben. Die mensen willen dan bijvoorbeeld in een groot huis wonen en een grote auto rijden omdat ze daardoor zelfvertrouwen krijgen. De uiterlijke schijn van succes is daarbij voor hen belangrijker dan de daadwerkelijke prestatie. Dit blijkt ook als aan studenten wordt gevraagd waar ze meer waarde aan hechten: hoge cijfers of veel kennis opdoen. Studenten die hun zelfvertrouwen vooral baseren op vaardigheid, kiezen dan meestal voor hoge cijfers.
Het idee van Waardigheid is een combinatie van een welwillende houding tegenover jezelf op basis van het idee dat elk mens waardevol is. Prestaties hebben geen invloed op dat idee. Ook zonder een grote auto en zonder een groot huis kunnen we dus een goed gevoel over onszelf hebben. Mindfulness meditatie kan helpen om waardiger te worden omdat het ons onder andere leert dat we onze prestaties niet zijn.
De ultieme consequentie van waardigheid is dat mensen mediterend onder een boom eindigen. Dat is voor veel Westerse mensen een weinig aanlokkelijk perspectief. Wij hebben sterk het idee dat bepaalde handelingen waardevoller zijn dan anderen en geven op die manier ook zin aan ons leven. Een combinatie van waardigheid en vaardigheid is daarom ideaal. Dat betekent dat je werkt aan projecten die voor jouw waardevol zijn, zonder dat je je daarbij al teveel zorgen maakt over je succes. Je inspanning voor deze projecten is dan op zich voldoende om een hoog zelfvertrouwen te hebben.

De afgelopen jaren zijn er steeds meer Oosterse ideeën geïntegreerd binnen de wetenschappelijke psychologie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan mindfulnesstrainingen. Binnen het onderzoek naar zelfvertrouwen is dit echter betrekkelijk nieuw. Uit onderzoek blijkt dat er sterke aanwijzingen voor zijn dat Waardigheid een onderdeel is van optimaal zelfvertrouwen. Er is echter nog verder onderzoek nodig om te ontdekken wat de juist balans tussen Waardigheid en Vaardigheid is. Voorlopig zijn we daarvoor nog aangewezen op onze eigen intuïtie.

Robert Haringsma is psycholoog en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij doet promotieonderzoek naar zelfvertrouwen binnen een Positief Psychologisch perspectief. Ook meer zelfvertrouwen krijgen? Doe dan mee aan zijn gratis training zelfvertrouwen. training zelfvertrouwen
* Bron: psycholoog.net - 18 april - 2010

Narcisme & Leiderschap

CCGT

Narcistische leider: charismatische people manager of egocentrische despoot?

Narcistische persoonlijkheid brengt problemen met zich mee, maar leidt soms tot opvallende persoonlijke resultaten. Narcistische persoonlijkheden hebben vaak aanleg voor charismatisch leiderschap. Ook kan een narcistische leider door zijn narcisme sterk gemotiveerd worden om uitstekende resultaten te behalen. Toch heeft narcistisch leiderschap vaak negatieve en soms destructieve uitwerkingen op organisaties wanneer 'volgelingen' van de charismaticus slachtoffer van zijn werkwijze worden.

In zijn scriptie Narcisme en leiderschap geeft E.F. Klingen, student arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam, een overzicht van de literatuur op het gebied van narcisme, werk en leiderschap. Wat zeggen het onderzoek en de bredere literatuur van de laatste jaren over de rol van narcisme op het werk en leiderschap binnen organisaties? Met name de vraag waarom slechts sommigen fungeren als bron van inspiratie voor hun achterban en hen tot buitengewone prestaties aanzetten.

Narcisme

Het begrip narcisme is afkomstig van de Griekse mythe van Narcissus. Een jonge man die alleen op zichzelf verliefd kon worden en daar uiteindelijk aan ten onder ging. Narcistische individuen worden gekarakteriseerd door een sterke egocentriciteit, fantasieën van macht en een groot zelfvertrouwen. Narcisten beschouwen zichzelf als anders, bijzonder, uniek en superieur of beter dan anderen. Narcisme bestaat in vele gradaties. In de ergste gradatie, die van de narcistische persoonlijkheidsstoornis, heeft de narcist veel problemen met relaties; ze wantrouwen anderen, kunnen agressief zijn, geven vaak anderen de schuld van problemen en hebben de neiging te heersen, te manipuleren of te misleiden. In een mildere vorm kan een narcist doormiddel van zijn charme, zelfvertrouwen en onafhankelijkheid veel voor elkaar krijgen binnen een organisatie. Het overdreven positieve en opgeblazen zelfbeeld van de narcist strekt zich uit over vele levensperiodes. De narcist zal dan ook zeker zijn karakteristieke eigenschappen en vaardigheden meenemen naar de werkomgeving.

Narcisme onder (top)managers

Deze literatuurscriptie handelt over leiders die een milde vorm van narcisme bezitten. Meerdere onderzoekers stellen dat een milde vorm van narcisme onder (top)managers waarschijnlijk eerder regel is dan uitzondering. Narcisten worden gedreven door een intense behoefte aan macht en bewondering. Juist zij zullen, meer dan anderen, bereidt zijn veel op te geven om een machtspositie te bereiken. Vertonen deze narcistische managers effectief leiderschap? Of maken deze eigenschappen een leider schadelijk voor de organisatie of de werknemers? Welke aspecten van de narcist maken hem tot een risico voor de organisatie? Welke unieke vaardigheden van de narcist kan een organisatie juist zeer goed gebruiken? Is het mogelijk de voordelen te plukken en de nadelen te ontwijken? Zijn narcistische leiders de nieuwe helden van een veranderend organisatielandschap? Of berokkenen ze meer schade aan de organisatie dan dat zij goed doen?
Uitgave: scriptie-2006 - Onderwijsinstelling Universiteit van Amsterdam (UvA) - 17 april 2010 - Prijs € 40,00 - Bestelcode 1782190

Samen Flow ervaren

CCGT

Toen Mihalyi Csikszentmihalyi artiesten, atleten en musici interviewde, merkte hij op dat veel van hen spraken over eenzelfde ervaring. Wanneer ze verdiept waren in een taak, vergaten ze de tijd en dachten ze niet meer aan hun eigen problemen. Ze gingen helemaal op in hun werk. Csikszentmihalyi noemde die ervaring "Flow".

FlowUit onderzoek blijkt dat mensen vooral Flow ervaren wanneer ze een taak hebben die intrinsiek waardevol is en die een behoorlijke uitdaging vormt. Daarnaast is het prettig wanneer een taak duidelijke feedback oplevert. Zo horen musici meteen wanneer ze de juiste toon te pakken hebben. Ook atleten kunnen meteen zien of ze beter gaan zijn presteren. Daarom hebben zij vaker dan gemiddeld een gevoel van flow. Echter, wanneer er aan bovenstaande voorwaarden voldaan wordt, kunnen we ook op ons werk en in ons privé leven flow ervaren. Kort geleden is er onderzoek gedaan dat onderzoekt of gezamenlijke ervaringen van flow als prettiger ervaren worden dan individuele flow ervaringen. Hieruit bleek dat mensen samen sneller flow ervaren dan in hun eentje. Dit effect was vooral sterk wanneer het een taak betrof die uitnodigde tot samenwerking. Samen aan dezelfde trui breien werkt dus beter dan in dezelfde ruimte aan je eigen trui breien.

Flow is een ervaring die door veel mensen wordt nagejaagd. Het is een prettig gevoel om zo intensief aan iets te werken dat je de tijd vergeet. Het is dan ook handig om te weten dat dit gevoel vooral optreedt bij een samenwerking. Wat het effect van flow is op de prestaties van groepen (een belangrijk onderwerp voor organisaties) blijft voorlopig nog onduidelijk. Zoals gebruikelijk is verder onderzoek dus noodzakelijk.
* Bron: Psycholoog.net/The Journal of Positive Psychology - 14 april 2010

De relationele vicieuze cirkel van narcisten

CCGT

Narcisten wisselen regelmatig van levensgezel. Een narcist houdt het over het algemeen niet lang uit bij een en dezelfde partner.
De relatie gaat goed zo lang de narcist bewonderd wordt, op een voetstuk geplaatst wordt en alle aandacht krijgt. Heeft hij het idee niet (meer) nummer één te zijn dan zal hij in eerste instantie manipulatie en emotionele chantage gebruiken om zijn 'plaats nummer 1' terug te winnen. Lukt dit niet dan slaat zijn gedrag langzaam om in agressie.
Veelal zijn partners van narcisten na korte of lange tijd zo moe getergd dat zij zelf besluiten de narcist te verlaten, met als gevolg vaak stalkingsgedrag van de narcist. De narcist zal in dit stadium per ommegaande op zoek gaan naar een nieuwe partner; zeker als hij merkt dat zijn wapens geen effect meer hebben op de voorbije liefde. Deze nieuwe partner zal hij aan zich binden door onder andere de slachtofferrol aan te nemen en haar de hemel in te prijzen. 'Jij kan mij redden' 'Zonder jou ben ik niets'. Ook laat hij niets achterwege deze nieuwe verovering te overtuigen van zijn goede karakter en bedoelingen. Tegelijkertijd zal hij haar tot bondgenoot maken in de 'strijd' tegen zijn voorbije liefde. Hij zal proberen deze voorbije liefde zwart te maken; alles was haar schuld! Zeker gevoelige vrouwen zullen hier vatbaar voor zijn. Zij voelen zich vereerd; zij gaan zich opstellen als 'redder'.

De narcist schuwt geen middel om zijn voorbije liefde neer te zetten als 'vals', 'gestoord', 'helemaal gek' of 'frigide'. Hierbij bereikt hij zonder scrupules de mensen uit zijn omgeving, die inmiddels vaak ook verward zijn, omdat zij al langere tijd bloot staan aan emotionele chantage en manipulatie. De narcist bezit het vermogen anderen te doen geloven waarvan anderen in zijn omgeving intuïtief aanvoelen dat het niet klopt! Een nieuwe partner gaat in haar verliefdheid vaak mee in deze denkwijze. Ook zij raakt in staat van verwardheid zonder het door te hebben. Zijn tegenstrijdigheden en schijnbare (eigen) krenking om de kleinste dingen; zijn projecteren van eigen gebreken en tekortkomingen op de ander, doen praktisch iedereen in deze fase belanden.

Daarnaast is er nog de geveinsde belangstelling, waarvan men als men goed kijkt merkt dat deze niet oprecht is en enkel onderdeel is van het grote spel van de narcist om zijn nieuwe partner aan zich te binden. Heeft de narcist in de gaten dat hij zijn nieuwe liefde 'vast heeft gehaakt', zal ook zij onderdeel worden van deze nimmer eindigende cirkel van de narcist.

Gedragspatronen van narcisten (man of vrouw) zijn vrijwel identiek. Dat maakt ze, als je eenmaal door hebt hoe ze te werk gaan, zeer voorspelbaar.
Overal waar hij/haar staat kan men dit vervangen door zij/zijn. Het meest opvallende verschil bij vrouwen is dat zij duidelijk minder openlijk agressief zijn (zoals stalking) maar juist al haar seksuele charme, verleidelingskunst en de zogenaamde 'zorgzame' vrouw proberen te veinzen. Maar narcistische vrouwen vallen uiteindelijk net zo door de maand als narcistische mannen.
* Bron: CCGT/Hoogleraar Moleculaire Psychiatrie Prof. Dr. W.P. Peters - 6 april 2010

Hechting met ouders beïnvloedt gedrag kind op latere leeftijd

CCGT

Recent onderzoek heeft aangetoond dat kinderen met een onveilige hechting in de vroege jeugd in de latere kinderjaren een grotere kans hebben op gedragsproblemen. Dit was al langer bekend, maar de onderzoeken waren nooit consistent.

De conclusies zijn gebaseerd op analyse van 69 studies onderzocht waarbij bijna 6000 kinderen betrokken waren. Naast enkele Engelse universiteiten, heeft ook de universiteit van Leiden meegewerkt.

Kinderen die veilig gehecht zijn, hebben positieve ervaringen met hun zorgverleners en verwachten dat de zorg beschikbaar is wanneer nodig. Kinderen met een onveilige hechting missen deze zekerheden en dat maakt hun vatbaar voor de ontwikkeling van gedragsproblemen. Ook wanneer opvoeders niet consistent of eenduidig en veilig in reacties zijn, is dit een verlies van zekerheid voor het kind, waardoor het een groter risico loopt op problemen.
Kinderen met een autisme spectrum stoornis (ASS) hebben een nog grotere behoefte aan mensen die eenduidig reageren. Ze hebben een voorspelbare omgeving nodig. Een tekort hieraan zal hun tekortkomingen eerder blootleggen.
* Bron: MedicalNewsToday/psycholoog.net - 31 maart 2010

Resultaten onderzoek CGT bij schizofrenie onvoldoende vertaald naar praktijk

CCGT

De bemoedigende resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie bij schizofrenie worden op het moment onvoldoende vertaald naar de klinische praktijk. Cognitieve gedragstherapie moet beschikbaar zijn in een mate die overeenkomt met de behoefte eraan. Dit concluderen Mark van der Gaag en Smits in een artikel in de recente uitgave van het Tijdschrift voor Psychiatrie.

Met de publicatie van de Multidisciplinaire richtlijn Schizofrenie in 2005 en de start van het doorbraakproject schizofrenie geleid door het Trimbos-instituut in 2006, is er in Nederland brede belangstelling ontstaan voor de implementatie en uitvoering van cognitieve gedragstherapie bij schizofrenie. Een reden hiervan is dat farmacotherapie in de behandeling van schizofrenie beperkingen heeft: een antipsychoticum leidt niet bij alle patiënten tot voldoende afname van de psychotische symptomen en cognitieve gedragstherapie wordt dan als een toegevoegde gesprekstherapie ingezet.Van der Gaag en Smits wilden met hun onderzoek het effect van cognitieve gedragstherapie in de behandeling van schizofrenie vaststellen en adviezen geven over de implementatie van cognitieve gedragstherapie. De bemoedigende resultaten van het wetenschappelijk onderzoek kunnen echter met moeite vertaald worden naar de klinische praktijk in Nederland. Er zijn momenteel niet voldoende cognitief gedragstherapeuten die zich gespecialiseerd hebben in het uitvoeren van cgt bij patiënten met schizofrenie. Dit vertraagt de zo gewenste implementatie van cgt. Het uitvoeren van omschreven interventies door de gedragstherapeutisch medewerker maakt de implementatie meer haalbaar, dit is te bereiken door scholing van de al aanwezige verpleegkundige professionals. Nader onderzoek is echter noodzakelijk naar de effectiviteit van specifieke therapeutische interventies die worden uitgevoerd door de gedragstherapeutisch medewerker onder supervisie van een cognitief gedragstherapeut.Cognitieve gedragstherapie bij schizofrenie
PDF-Artikel: CGT bij schizofrenie
Bron: Verplegingeverzorging.nl / Tijdschrift voor Psychiatrie - 25 maart 2010

Groepssessies CGT voor lage rugpijn

CCGT

In deze enkel-blinde, gerandomizeerde studie in 56 Engelse huisartsenpraktijken werd het effect onderzocht van groepssessies cognitieve gedragstherapie (CGT) bij 701 patiënten met subacute of chronische lage rugpijn. Alle patiënten kregen mondeling en schriftelijk advies, maar tijdens de groepssessies werd extra nadruk gelegd op het belang van fysiek actief blijven.

Na 12 maanden scoorden patiënten in de CGT groep significant beter op twee vragenlijsten over invaliditeit. 60% vertoonde beterschap tegenover 31% in de controlegroep die standaardzorg kreeg. De kans dat de interventie kosteneffectief was werd geschat op 90%; de kost per QALY (prijs voor één bijkomend kwaliteitsvol levensjaar) bedroeg &pund; 1786. Nadelen waren de lage compliantie met CGT (slechts 63%).

Samenvatting
We weten dat een gunstige kijk op de prognose kan helpen bij het herstel van patiënten met lage rugpijn. Cognitieve gedragstherapie lijkt een beloftevolle (maar niet zaligmakende) therapeutische optie die bovendien kosteneffectief blijkt in de eerste lijn. De beschikbaarheid (en terugbetalingsmodaliteiten) voor deze psychotherapie zullen in de praktijk de belangrijkste barrière vormen.
*Bron: Lamb SE et al. Group cognitive behavioural treatment for low-back pain in primary care: a randomised controlled trial and cost-effectiveness analysis. Lancet, Online Publication, 26 February 2010 - 25 maart 2010

Obesitas lijkt op verslaving

CCGT

Dat mensen met een fors overgewicht (obesitas) snacks niet kunnen weerstaan, lijkt niet 100% een vrije keuze, maar wordt gestuurd vanuit de hersenen. Er zijn wat dit betreft overeenkomsten met drugsverslaving. Daarom is het bij de behandeling van overgewicht belangrijk om te leren omgaan met de verleidingen van calorierijk eten.

Dit concludeert Ilse Nijs van de Erasmus Universiteit Rotterdam uit haar onderzoek. Zij vindt gelijkenissen in de manier waarop de hersenen van verslaafde en zwaarlijvige personen reageren op respectievelijk drugs- en voedselgerelateerde prikkels in de omgeving. Het lijkt bij beiden te gaan om verstoringen in de hersengebieden die het verlangen naar plezierige prikkels (d.i. voedsel en drugs) reguleren. Dezelfde verslavingachtige mechanismen kunnen verklaren hoe het kan dat het voor de meeste personen met obesitas moeilijk is om te lijnen. Zwaarlijvigen richten zo goed als automatisch hun aandacht richten op informatie gerelateerd aan hoog-calorisch voedsel. Dit is vergelijkbaar met wat in onderzoek met verslaafden is vastgesteld.

De conclusie is nu dat obesitas net als verslaving een kwestie is van een alles overheersende drive om te eten. En die wordt gestuurd wordt door onbewuste hersenprocessen. Behandeling kan het beste plaatsvinden via cognitief-gedragstherapeutische technieken. Die helpen zwaarlijvige mensen omgaan met de voortdurende en bijna overal aanwezige verleiding van calorierijk voedsel. Daarnaast is een evenwichtig eet- en bewegingspatroon belangrijk om blijvend gewichtsverlies te bereiken.
* Bron: psycholoog.net - 15 maart 2010

Persoonlijkheidsproblemen bij jongeren

Diagnostiek betrouwbaar

CCGT

Persoonlijkheidsproblemen bij jongeren zijn betrouwbaar vast te stellen en hangen samen met disfunctioneren op verschillende belangrijke levensgebieden. Zo blijkt uit het proefschrift 'Adolescent personality pathology:
A dimensional approach', waarop psycholoog Noor Tromp op 25 maart hoopt te promoveren aan de VU. De resultaten van het onderzoek weerspreken de in de klinische praktijk heersende gedachte dat persoonlijkheidsproblemen en -stoornissen onder de 18 jaar niet betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Tromp ontwikkelde een vragenlijst voor jongeren om dimensies van persoonlijkheidsproblemen in kaart te brengen. De dimensies in deze vragenlijst sluiten nauw aan bij de beschrijving van persoonlijkheidspathologie voor volwassenen in de voorlopige versie van de DSM-V, de nieuwe editie van het standaard diagnostisch handboek dat vorige week online verscheen.

Tromp onderzocht twee grote groepen jongeren met behulp van vragenlijsten en gestructureerde interviews. De eerste groep bestond uit jongeren in behandeling bij psychiatrische instellingen. Vier van de tien jongeren in deze groep voldeden aan de criteria van een persoonlijkheidsstoornis. Depressieve en Borderline persoonlijkheids-
stoornis kwamen het meeste voor (bij respectievelijk 20% en 17% van de groep). Deze cijfers zijn vergelijkbaar met percentages bij volwassenen. Onderzoek bij deze groep liet zien dat individuele verschillen in persoonlijkheidsproblemen beter in kaart gebracht worden met de vragenlijstdimensies dan met het huidige DSM-IV classificatiesysteem.

De tweede groep bestond uit bijna 1700 middelbare scholieren. In deze groep hingen persoonlijkheidsproblemen samen met zwakke schoolprestaties, psychiatrische behandeling, middelenmisbruik, traumatische ervaringen en gebrek aan sociale steun. Hieruit blijkt de ondermijnende rol die persoonlijkheidsproblemen kunnen spelen in het leven van jongeren.

De nieuwe vragenlijst kan gebruikt worden voor signalering van persoonlijkheidpro-
blemen bij jongeren in de algemene bevolking en vormt een waardevolle aanvulling op bestaande diagnostische procedures in jeugdpsychiatrische instellingen.
Vroege signalering van persoonlijkheidspathologie kan leiden tot behandeling in een eerder stadium dan momenteel gebruikelijk.
* Bron: Vrije Universiteit Amsterdam - 10 maart 2010

Kind met risicogen eetproblemen weg

CCGT

Sommige kinderen hebben een risicogen dat kan zorgen voor een dopaminetekort. Als zijn daarnaast ook opgroeien bij ouders die hen op een manipulatieve manier controleren en chanteren, zijn zij eerder geneigd om hun problemen weg te eten en emotionele eters te worden.
Die conclusies trekt Tatjana van Strien van de Radboud Universiteit Nijmegen uit haar onderzoek onder 279 jongeren. Een op de drie jongeren blijkt het risicogen te hebben, dat kan zorgen voor een tekort aan dopamine, een stofje dat een gevoel van welzijn geeft. Daarnaast geeft 12 procent aan dat manipulatieve controle door een of beide ouders vaak of zeer vaak voorkomt. Als dat samengaat met een dopaminetekort, hebben die jongeren een groot risico om emotioneel te gaan eten. De jongeren gaan fysiologische reacties bij emoties met gevoelens van honger verwarren. Dat maakt hen 'gevoelsblind', aldus de onderzoeker.
* Bron: psycholoog.net/Radboud Universiteit Nijmegen - 4 maart 2010

ADHD'er raakt in testsituatie niet sneller afgeleid

In een experimentele testsituatie is het lastig het verschil in afleidbaarheid vast te stellen tussen iemand met ADHD en een gemiddeld persoon. Dit stelt Rosa van Mourik op basis van haar onderzoek. Zij promoveert op 16 februari aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mensen met ADHD zijn vaak impulsief, beweeglijk en snel afgeleid. In de afleidingsexperimenten van Van Mourik reageerden de hersenen van kinderen met ADHD iets anders dan die van andere kinderen, maar ze presteerden niet slechter. Van Mourik pleit er nu voor om naast in onderzoeksituatie ook in het dagelijks leven te testen hoe gemakkelijk de kinderen zich laten afleiden. Er zijn overigens wel tests voor volgehouden aandacht bij saaie monotone, waarop kinderen met ADHD wel veel lagere scores behalen dan de meeste andere kinderen.
* Bron: psycholoog.net - 3 februari 2010

Activiteiten Pandora stoppen goeddeels

Op 1 februari beëindigt de stichting Pandora haar professionele werkzaamheden ten behoeve van psychiatrische patiënten. De vrijwillige activiteiten worden overgedragen aan de stichting samenwerking Cliëntenbond-Voice.
Oorzaak voor de beëindiging van de werkzaamheden van Pandora is het besluit van het ministerie van Volksgezondheid om de structurele subsidie vrijwel geheel te staken. Ook de vorig jaar bij VWS ingediende projectvoorstellen werden afgewezen. Het bestuur van de stichting Pandora had daardoor geen andere keus om het kantoor te liquideren. De dienstverbanden van de medewerkers zijn na januari afgelopen en het kantoor wordt gesloten. De websites werkenpsyche.nl en zogeknogniet.nl gaan uit de lucht. De site www.stichtingpandora.nl blijft overigens bereikbaar.
Kwetsbare positie
De Pandora Helpdesk, de Pandora Depressielijn, de voorlichtingen en het Forum gaan over naar de stichting samenwerking Cliëntenbond-Voice. Directeur Marijke Knuttel vindt het groot belang dat een landelijke, algemene cliëntenorganisatie zich blijft inzetten 'om de kwetsbare positie van (ex)psychiatrische patiënten te verbeteren'.
Bijzonder aangedaan
Knuttel zegt dat het 'een groot verlies is dat zo een eind is gekomen aan de bijzondere werkwijze van Pandora: de combinatie van ervaringsdeskundigheid, professionaliteit en creativiteit'. Over de stemming onder werknemers en vrijwilligers wil ze alleen maar kwijt dat 'iedereen bijzonder aangedaan is'. (MvK)
Lees de laatste nieuwsbrief van Pandora op www.stichtingpandora.nl
* Bron: GGznieuws.nl - 29 januari 2010

Parel voor HEE

Tijdens de GGZ Kennisdag op 21 januari werd de Parel van ZonMw uitgereikt aan Wilma Boevink, initiatiefnemer van HEE. HEE staat voor Herstel, Empowerment en ervaringsdeskundigheid in HEE-groepen verkennen cliënten met ernstig en langdurig psychisch lijden hun eigen kracht en mogelijkheden. Zij leren in deze groepen hun eigen pijnlijke ervaringen te zien als bron van kennis. Kennis die kan bijdragen aan hun herstel.
De deelnemers aan HEE-groepen delen ook hun ervaringskennis met anderen. Er worden studiedagen en cursussen over herstel georganiseerd voor andere cliënten van de GGz en voor professionals. Dit helpt de kwaliteit van de zorg te verbeteren.
Hulp door professionals kan immers niet alleen bijdragen aan herstel en empowerment maar ook de zelfstandigheid van cliënten ondermijnen. Aandacht voor herstel betekent dan ook een andee manier van werken voor zorgverleners: met respect voor de ervaringsdeskundigheid van cliënten. Die manier van werken sluit aan bij visies rond rehabilitatie binnen de GGZ.
De Parel van ZonMw werd uitgereikt door Jos de Beer, directeur van GGZ Nederland en bestuurslid van ZonMw. Bij afwezigheid van Wilma Boevink werd de prijs in ontvangst genomen door Hans Kroon (hoof Re-integratie van het Trimbos-instituut) en Marianne van Bakel (coach/coördinator HEE van het Trimbos-instituut).
* Bron: Trimbos Instituut - 25 januari 2010

Alcohol- en cannabisgebruik vergroten kans op spijbelen en schooluitval

Alcoholgebruik en cannabisgebruik zijn risicofactoren voor spijbelen, een geringere schoolmotivatie, verminderde schoolprestaties en schooluitval.
Dit blijkt uit het onderzoeksrapport 'Middelengebruik en voortijdig schoolverlaten' (pdf) van het Trimbos-instituut in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Het onderzoek is onder leiding van dr. Tom ter Bogt uitgevoerd in opdracht van het ministerie OC&W en het ministerie van VWS. Staatssecretaris Van Bijsterveldt van OCW heeft vandaag het eerste exemplaar van het onderzoeksrapport in ontvangst genomen.
Het rapport bestaat uit een tweetal onderzoeken. Deze onderzoeken zijn in de loop van 2009 uitgevoerd om de aard en omvang van problemen op school in samenhang met alcohol- en cannabisgebruik in kaart te brengen. De onderzoekers zochten het antwoord op de volgende vragen:

1. In hoeverre veroorzaken alcohol- en cannabisgebruik spijbelen, verminderde schoolprestaties en schooluitval onder scholieren?
2. In hoeverre zien docenten alcohol- en cannabisgebruik als oorzaak voor schooluitval?

Middelengebruik en spijbelen: een wederzijdse relatie
Uit beide onderzoeken blijkt dat frequent alcoholgebruik (inclusief dronkenschap) en cannabisgebruik risicofactoren zijn voor spijbelen, een geringere schoolmotivatie en verminderde schoolprestaties. Dit zijn op hun beurt weer voorspellende factoren voor schooluitval. Verder kan geconcludeerd worden dat dit middelengebruik voor alle jongeren gerelateerd is aan problemen met school, maar voor meisjes meer dan jongens, voor jongere adolescenten meer dan voor oudere, en voor hoger opgeleiden meer dan voor laagopgeleiden.
* Bron: Trimbos Instituut - 21 januari 2010

Behoefte aan meer ondersteuning

Onder docenten en mentoren bestaat onzekerheid over de mate waarin middelengebruik precies bijdraagt aan schooluitval, maar dat het een factor van belang is, wordt erkend. Uit het onderzoek blijkt verder dat de VMBO- en MBO-scholen vooral behoefte hebben aan meer ondersteuning om met dit probleem om te kunnen gaan, met namen op het gebied van middelengebruik in relatie tot schoolverzuim. Bovendien geldt het ter sprake brengen van problematisch gebruik en verslaving onder leerlingen voor veel docenten en leerlingen nog als een taboe.
Informatie voor de pers:
Wilt u meer informatie? Dan kunt u contact opnemen met Miranda Thoen (030 - 297 1107, 06 - 5139 5407) en Marjan Heuving (030 - 297 11 38, 06 - 5139 5629), voorlichters van het Trimbos-instituut.
* Bron: Trimbos Instituut - 20 januari 2010

Drop tijdens zwangerschap vergroot kans op gedragsprobleem bij kind

Moeders die tijdens de periode van zwangerschap grote hoeveelheden drop consumeren, geven hun kindje grote kans op het ontwikkelen van gedragsproblemen, waaronder ADHD, en een lager IQ. Dat blijkt uit recent Fins onderzoek, waarbij 321 achtjarige kinderen waren betrokken.
Van deze groep achtjarige kinderen was bekend hoeveel drop hun moeders tijdens zwangerschap hadden gesnoept. De kinderen werden psychologisch onderzocht waarbij diverse cognitieve functies werden gemeten, waaronder woordenschat, geheugen en ruimtelijk inzicht. Gedrag werd via de ouders vastgesteld door middel van een standaard vragenlijst.
Uit de data blijkt dat vrouwen die meer dan 500 mg glycyrrhizinezuur binnenkregen, verhoogde kans hadden op een kind met lager IQ dat gedragsproblemen vertoont. 500 mg glycyrrhizinezuur komt overeen met 100 gram dropjes.
Men veronderstelt dat een bestanddeel van drop, dat ook in zoethout voorkomt, de functie van de placenta belemmert. Daardoor kunnen stresshormonen van moeder op baby worden doorgegeven en die hebben dan rechtstreekse negatieve invloed op de hersenontwikkeling van het kindje.
Het advies van de Finnen is dan ook dat vrouwen die in verwachting zijn beter geen of weinig drop innemen.
Het onderzoek sluit aan bij een andere studie die laat zien dat het eten van drop samengaat met een korter durende zwangerschap.
* Bron: psychologie.net /American Journal of Epidemiology en Universiteit van Edinburgh - 18 januari 2010

Lijnen helpt jongere niet

Uit nieuwe data blijkt dat jongeren tussen de 12 en de 18 jaar die lijnen niet meer afvallen dan hun leeftijdsgenoten die niet aan de lijn doen. Dat blijkt uit het proefschrift van Harriëtte Snoek die in januari 2010 promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij denkt dat lijnende jongeren geen gewicht verliezen, doordat ze in de periodes dat ze lijnen ook vreetbuiten hebben.
Een belangrijk gegeven is dat ouders invloed hebben op het eetgedrag van hun kinderen en op de tevredenheid met hun figuur. Kinderen zijn vaker ontevreden met zichzelf als hun ouders kritisch zijn. Gebrek aan zelfrespect en eigenwaarde kan leiden tot eetproblemen.
Beter dan 'lijnen' kunnen jongeren kiezen voor een blijvend gezonde levensstijl die het consumeren van teveel aan suikers, snel verteerbare koolhydraten en overvette happen voorkomt.
* Bron: psychologie.net / Radboud Universiteit - 11 januari 2010

NVvP Visiedocument

Het psychiatrische werkveld is complex. Als vertegenwoordiger van Nederlandse psychiaters ziet de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) het als haar taak om het voortouw te nemen bij het bepalen van de plaats en koers van de psychiatrie en de beroepsgroep. Het NVvP-Visiedocument (december 2009) schetst een beeld van de huidige en toekomstige situatie van de psychiatrie en de psychiater. Het geeft richting aan de vereniging om tot gecoördineerd handelen te komen van bestuur, ledenraad en alle andere actieve leden binnen de vereniging. In het Visiedocument wordt ingegaan op de psychiatrie als wetenschap, de verwachtingen die de samenleving ten aanzien van de psychiatrie heeft, de positie van de psychiater, en de (omgevings)aspecten die de uitvoerende praktijk van de psychiater bepalen. Het Visiedocument zal als uitgangspunt worden gebruikt voor het ontwikkelen van een volgend beleidsplan van de vereniging.
* Bron: NVvP - 16 december 2009
Klik hier voor het NVvP-Visiedocument

Amerikaans onderzoek psychische stoornissen bij jonge kinderen

CCGT

Slechts de helft van de Amerikaanse kinderen en teenagers met verschillende psychische stoornissen krijgen professionele hulp. Dit blijkt uit een representatief onderzoek uitgevoerd in opdracht van het National Institute of Mental Health (NIMH). Het onder-
zoek geeft ook een uitgebreid overzicht over de prevalentie van psychische stoornissen.
* Bron: Trimbos Nieuws / NIMH - 14 december 2009
Klik hier voor het origineel

Ouderen aan de fles: de zorgelijke trend zet door

CCGT

Opnieuw stijging drinkende senioren in verslavingszorg
Nog steeds stijgt het aantal 55-plussers met drankproblemen in de verslavingszorg fors. Inmiddels is bijna één op de 4 cliënten in de verslavingszorg een 55-plusser, in 1999 was dit nog één op de zeven. Toen waren er 3500 cliënten met alcoholproblemen, in 2008 zijn dit er meer dan 7500. Tweederde van die stijging vond plaats in de afgelopen 5 jaar. Dit zijn nieuwe cijfers van de Stichting Informatie Voorziening Zorg uit het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem die in samenwerking met het Trimbos-instituut zijn aangeleverd voor het 2e Nationaal Alcoholcongres op 3 december in Nieuwegein.

Het Trimbos-instituut presenteert sinds een aantal jaar in samenwerking met onder meer de Stichting Informatievoorziening Zorg (IVZ) cijfers over het alcoholgebruik onder senioren. Hieruit blijkt, dat de problematiek onder 55-plussers de afgelopen 10 jaar meer dan verdubbeld is. Hetzelfde beeld blijkt nu weer uit de nieuwste (voorlopige) cijfers over 2008. Wordt rekening gehouden met de vergrijzing in Nederland, dan is de stijging iets minder, maar nog steeds tegen de 100%. Stonden in 1999 nog van elke 10.000 mannelijke 55-plussers vijftien personen ingeschreven bij de verslavingszorg voor alcoholproblemen, inmiddels zijn dit er 25. Bij de vrouwen gaat de stijging nog sneller: van vijf naar tien, een verdubbeling.

De stijging onder senioren gaat naar verhouding sneller. Als gevolg van deze zorgwekkende signalen van de laatste jaren heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het Partnership Vroegsignalering Alcohol gevraagd een protocol te ontwikkelen voor Spoedeisende Eerste Hulpafdelingen in ziekenhuizen. Vooral bedoeld voor het signaleren van alcoholproblematiek bij valincidenten. Maar ook bij andere klachten, die vaak samenhangen met overmatig alcoholgebruik, zoals maag- en darmklachten wordt doorgevraagd op het alcoholgebruik. Het protocol is ontwikkeld door het Trimbos-instituut en het Nederlands Kenniscentrum Ouderenpsychiatrie. Met het protocol wordt momenteel geëxperimenteerd in twee Utrechtse ziekenhuizen.
* Bron: Trimbos Nieuws - 3 december 2009

Angststoornissen bij ouderen goed te behandelen

CCGT

Ouderen met angststoornissen zijn het best te behandelen met cognitieve gedragstherapie. Behandeling met antidepressiva is weliswaar even effectief, maar heeft nadelen vanwege de kans op reacties met andere medicijnen die ouderen vaak gebruiken. Dat blijkt uit onderzoek waarop psychiater Gert-Jan Hendriks op 1 december promoveerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Ongeveer tien procent van de ouderen heeft last van angststoornissen. De klachten kunnen goed worden behandeld, maar bij negen van de tien ouderen gebeurt dat niet. Ze hebben ermee leren leven, maar komen wel bij de huisarts met klachten. Een juiste diagnose en een goede behandeling geeft hen hun zelfstandigheid terug en draagt bij aan hun kwaliteit van leven. Dat ouderen niet meer zouden kunnen profiteren van een psychologische behandeling klopt niet. Vergeleken met jongere mensen, reageren ouderen net zo goed of zelfs beter op cognitieve gedragstherapie.

Voor het eerst onderzocht Gert-Jan Hendriks of ouderen met een paniekstoornis beter met antidepressiva of met cognitieve gedragstherapie behandeld kunnen worden. Beide behandelingen verschillen niet in effectiviteit. Maar vanwege het risico op bijwerkingen van antidepressiva (vallen en botbreuken), de combinatie met andere medicijnen én het feit dat ouderen vaak een antipathie hebben tegen het gebruik van antidepressiva, is Hendriks voorstander van behandeling met cognitieve gedragstherapie.
* Bron: Radbout Universiteit Nijmegen - 1 december 2009

GGZ Kennisdag 2010 over geestelijk gezonde gemeente

CCGT

Op 21 januari 2010 vindt de GGZ Kennisdag plaats. Deze keer geheel gewijd aan investeren in de psychische gezondheid in de gemeente.
Op de GGZ Kennisdag kunnen gemeenten en gezondheidsprofessionals volop kennis nemen van aanbod en mogelijkheden om het psychisch welbevinden van burgers te bevorderen en zo gezondheidswinst te boeken. In workshops wordt van gedachten gewisseld over thema's als langdurige klachten en chroniciteit, psychische gezondheid bevolking, sociaal economische gezondheidsverschillen, en psychische gezondheid jeugd.
De GGZ Kennisdag 2010 wordt georganiseerd door het Trimbos-instituut, ZonMw en GGZ Nederland.
* Bron: Trimbos instituut - 25 november 2009

Kinderen zijn suggestief voor onwaar negatief bericht

CCGT

Kinderen zijn meer geneigd valse herinneringen te ontwikkelingen over een fictieve negatieve gebeurtenis dan over een fictieve neutrale gebeurtenis. Dat concludeert onderzoek van Henry Otgaar in zijn promotieonderzoek.
Volgens deze onderzoeker zijn resultaten van zijn onderzoek van groot belang voor rechtszaken waarin kinderen gehoord worden. Die gaan immers vaak over negatieve gebeurtenissen.
Hij vertelde kinderen van 7 jaar een onwaar verhaal dat een negatieve en een neutrale gebeurtenis beschreef. De negatieve gebeurtenis ging over het beschuldigd worden van afkijken en de neutrale over verhuizing naar een andere klas. De kinderen bleken de gebeurtenis over de beschuldiging aanmerkelijk beter te onthouden.
Verder bleek uit het dat kinderen zich verzonnen gebeurtenissen gaan herinneren door suggestieve interviewtechnieken. De kans op onjuiste herinneringen neemt toe als kinderen veel kennis over de gebeurtenissen hebben.
* Bron: psycholoog.net/ UvM - 18 november 2009

Opleiding tot psychiater sterk gemoderniseerd

CCGT

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) presenteert nieuw opleidingsplan HOOP
Competentiegericht leren, meer toetsing, integratie van een aandachtsgebied binnen 4,5 jaar opleiding en thematische stages: de belangrijkste veranderingen in het nieuwe opleidingsplan psychiatrie. De NVvP presenteerde onlangs het opleidingsplan Herziening Opleiding en Onderwijs Psychiatrie (HOOP) op een congres gewijd aan de voorbereidingen van de invoering ervan per januari 2011. In het gemoderniseerde plan zijn alle eisen die worden gesteld aan de opleiding tot psychiater, de opleider en de opleidingsinstelling opgenomen.

Nieuwe ideologie
Maatregelen van de overheid om opleidingen tot medisch specialist korter te laten duren en ze beter aan te laten sluiten bij de studie Geneeskunde, hebben tot veranderingen in de eisen voor de opleidingen geleid. Aanleiding tot een grootschalige modernisering van alle medische vervolgopleidingen, waaronder die van opleiding tot psychiater.
De NVvP heeft de afgelopen jaren onder leiding van prof. dr. Michiel Hengeveld* en met grote inspanning van vele andere psychiaters aan de modernisering van het opleidingsplan gewerkt en start nu met de implementatie ervan. Achter het plan zit een nieuwe ideologie: door competentiegericht opleiden naar het Canadees model CanMEDS, dat zeven algemene competenties van medisch specialisten benoemt, worden de maatschappelijke en sociale componenten van het vak explicieter gemaakt. Psychiaters in opleiding worden niet alleen onderwezen in medische kennis; het helpt hen ook andere vaardigheden als communicatie, samenwerking en maatschappelijk handelen te ontwikkelen.

Veranderingen
Positief aan het plan is ook dat er nadrukkelijker en deskundiger getoetst gaat worden. Naast de kennistoets die jaarlijks wordt afgenomen komen er nu ook observatietoetsen bij en krijgt feedback een prominentere rol. Ook de opzet van de opleiding verandert. Voorheen bestond alleen een aparte opleiding tot kinderpsychiater, waarvan één van de twee extra jaren viel buiten de opleiding. Nu kan er binnen 4,5 jaar opleiding gekozen worden voor een specifiek aandachtsgebied, te weten kinderpsychiatrie, volwassenenpsychiatrie en het nieuw ingevoerde aandachtsgebied ouderenpsychiatrie. Behalve aandachtsgebieden zijn in de opleiding ook 'thema's' ingevoerd, zoals verslavingspsychiatrie of forensische psychiatrie. Per stage kunnen meerdere thema's aan de orde komen en kunnen assistenten zelf combineren.
Het Opleidingsplan HOOP is voor 45 euro te bestellen bij Uitgeverij de Tijdstroom, www.tijdstroom.nl of via het secretariaat van de vereniging, tel. 030-2823303 030-2823303 .
* Prof. dr. Michiel Hengeveld is psychiater en voorzitter van het Concilium Psychiatricum van de NVvP. Vanwege zijn inzet en inspanning voor het opleidingsplan HOOP is hij op 4 september jl. benoemd tot Lid van Verdienste van de NVvP.
* Bron: Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) - 10 oktober 2009

Oudertraining werkt bij ADHD

CCGT

Kinderen met ADHD hebben er baat bij als hun ouders een oudertraining volgen. Die maakt dat de kinderen minder ongehoorzaam of opstandig worden en minder last hebben hebben van driftbuien en angst- en stemmingsklachten. Dat blijkt uit het proefschrift 'Behavioral parent training for children with ADHD', waarop Barbara van den Hoofdakker op 7 oktober promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Zij onderzocht 94 kinderen van 4 tot 12 jaar met ADHD en gedragsproblemen. De ouders van de helft van deze kinderen kregen alleen reguliere zorg; de ouders van de andere helft kregen daar bovenop een oudertraining. Die bestond uit twaalf groepssessies van twee uur, waarin de ouders onder meer leerden hoe ze het dagelijkse leven van hun kind kunnen structureren, hoe ze hun kinderen kunnen instrueren en hoe ze gewenst gedrag kunnen belonen.
* Bron: psycholoog.net/ Rijksuniversiteit Groningen - 4 oktober 2009

Copyright 2010 CCGT. Webdesign:   Oogopslag - webdesignbureau Den Haag.    Contact  CCGT.