De psychiatrie moet helemaal op de schop, nu we zoveel meer weten over hersenmechanismen. Dat vindt Roshan Cools (zie foto), kersverse hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan de Radboud Universiteit/UMC St Radboud.
In haar oratie zegt ze af te willen van psychiatrische diagnoses gebaseerd op de DSM-classificatie. Ze wil die vervangen door een precieze analyse van welke cognitieve en emotionele mechanismen niet optimaal zijn geregeld. 'Dan hebben we het niet meer over ADHD, maar bijvoorbeeld over een gebrek aan concentratie en een teveel aan impulsiviteit.' Haar boodschap is dat behandeling niet op basis van symptomen en syndromen geïndiceerd zal moeten zijn, maar op basis van specifieke cognitieve stoornissen en aangedane hersensystemen. 'Een dergelijke neurocognitieve benadering zoekt naar de hersenmechanismen die aan cognitieve stoornissen ten grondslag liggen, ongeacht de symptomen of het syndroom van de patiënt.'
Nu bevindt de psychiatrie zich op een doodlopende weg, betoogt Cools: 'Er zijn mensen met schizofrenie die geen voordelen, maar nadelen ondervinden van de antipsychotica; er zijn mensen met depressie die geen voordelen, maar nadelen ondervinden van de antidepressiva, en er zijn mensen met ADHD die geen voordelen, maar nadelen ondervinden van methylfenidaat.'
Het grote probleem van de psychiatrie is volgens haar dat behandelingen vaak maar bij een klein deel van de patiënten werken. 'Er zijn zowel enorme verschillen tussen individuen als verschillen binnen een en hetzelfde individu, waarbij een bepaalde pil een positief effect heeft op het ene symptoom, maar juist andere symptomen verergert.' Deze variatie aan effectiviteit vormt een enorm probleem voor de psychiatrie.
Cools: 'De idee dat stoffen zoals antidepressiva niet zouden werken is gebaseerd op studies met groepen patiënten. In die studies wordt de werking getoetst in groepen patiënten die samengesteld zijn op basis van de DSM. En daar gaat men de fout in. Psychiatrische stoornissen zoals gedefinieerd in de DSM zijn immers spectrumstoornissen, waarbij iedere individuele patiënt lijdt aan een unieke constellatie van symptomen. De ene persoon met depressie vertoont totaal ander gedrag dan de andere persoon met depressie. En datzelfde principe geldt voor elke psychiatrische stoornis. Het is dus niet verrassend dat er sprake is van grote individuele verschillen in behandeleffectiviteit.'
De conclusie dat middelen zoals antidepressiva niet werken, is daarom onterecht. Feit is dat ze wel degelijk werken, maar niet bij iedereen: slechts een bepaalde groep mensen heeft er baat bij, aldus Cools.
Mw. Prof Cools proficiat met uw aanstelling. En eindelijk hebben we een PROFESSOR met lef in Nederland die het durft te zeggen: "op de schop met de DSM-IV in 2012"!
Hopelijk gaan we in Nederland, we mogen best op dit gebied eens voorlopen, aangeven wat echt een goed psychiatrisch diagnostisch instrumentarium is. En wat past bij de huidige kennis van de
neuropsychiatrie, neuropsychologie, klinische psychologie, cognitieve psychiatrie, klinische neurologie, enzovoorts.
De eerste goede stap is in ieder geval door u gezet. Bedankt daarvoor namens CCGT en vele anderen in de GGZ die er vaak net zo over denken als u.
*Bron: medischcontact.artsennet.nl /GGZ Nieuws/CCGT - 3 februari 2012
De hersenen van mannen en vrouwen gaan anders om met verslaving. Dat concluderen onderzoekers van de Yale School of Medicine. Deze ontdekking zou betekenen dat verslaafde mannen gebaat zijn bij een andere therapie dan vrouwen.
De onderzoekers bestudeerden de hersenen van 30 cocaïneverslaafden en 36 controlepersonen (die af en toe alcohol dronken) met behulp van een MRI-scan. Tijdens de scan werden de deelnemers blootgesteld aan verschillende stressvolle situaties en tekens die in verband gebracht worden met cocaïne of alcohol.
Bij de verslaafde vrouwen werden de hersengebieden voor verlangen en verslaving vooral geactiveerd door stress. De verslaafde mannen toonden juist meer hersenactiviteit bij tekens die zij in verband brengen met cocaïne.
"De behandeling van de verslaving is heel anders bij verslaafden die bij stress verlangens ervaren dan wanneer de hunkering ontstaat uit drugstekenen", vertelt hoofdonderzoeker Marc Potenza. "Het is belangrijk om de biologische mechanismen die onder deze verlangens liggen te begrijpen."
Volgens Potenza hebben verslaafde vrouwen meer baat bij behandeling gericht op stressvermindering. Voor mannen is een cognitieve gedragstherapie meer geschikt.
*Bron: gezondheidsnet.nl /GGZ Nieuws - 3 februari 2012
Er slapen nog altijd mensen op straat in Rotterdam. Ondanks de vrieskou schuwen sommige daklozen de nachtopvang van het Leger des Heils.
De buitenslapers kampen vaak psychische problemen. Zo horen ze bijvoorbeeld stemmen in hun hoofd en hebben ze moeite met de drukte in de nachtopvang, zeggen de medewerkers van het Leger des Heils.
Ook andere groepen vertonen zich niet bij de opvang. Zo zijn sommige drugsgebruikers of buitenlanders zo bang voor de politie, dat ze niet naar binnen zijn te krijgen.
Het Leger des Heils liet donderdagavond weten deze week al twintig daklozen van de straat te hebben gehaald.
*Bron: rijnmond.nl /GGZ Nieuws - 3 februari 2012
Kinderen die voor hun 3de twee keer of vaker onder narcose zijn geweest, hebben twee keer zo vaak ADHD als kinderen die niet zijn geopereerd. Dat blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse Mayo Clinic.
De onderzoekers keken naar de gezondheid van mensen die tussen 1976 en 1982 werden geboren in Rochester, Minnesota. Van de kinderen die niet op jonge leeftijd waren geopereerd, kreeg 7,3 procent voor zijn 19de ADHD. Van de kinderen die voor hun 3de twee keer of vaker onder narcose waren geweest, was dat 17,9 procent, ruim twee keer zo veel.
Volgens de onderzoekers is het te vroeg om te zeggen dat narcose de kans op ADHD vergroot. "Er zijn verschillende andere factoren mogelijk waar het verschil door kan worden verklaard." Wel is het volgens de onderzoekers belangrijk dat er meer onderzoek wordt gedaan naar een mogelijk verband tussen ADHD en narcose.
*Bron: rtl.nl /GGZ Nieuws - 3 februari 2012
Mensen kunnen lichaamshoudingen van angst herkennen en verwerken zonder dat ze die bewust waarnemen. Dat toont de cognitief neuropsycholoog Bernard Stienen aan in het proefschrift dat hij op woensdag 1 februari 2012 verdedigt aan Tilburg University.
Psychologisch onderzoek heeft al eerder aangetoond dat mensen emoties kunnen aflezen van lichaamshoudingen van anderen. Ook is bekend dat de herkenning van zo'n lichaamshouding niet noodzakelijk verloopt via het visuele bewustzijn. Patiënten die klinisch blind zijn, pikken namelijk toch informatie op uit lichaamshoudingen.
Bernard Stienen toonde met zijn onderzoek aan dat ook bij gezonde mensen het visuele bewustzijn niet noodzakelijk een rol speelt bij de waarneming van lichaamshoudingen. Hij gebruikte daarvoor een methode waarbij hij plaatjes van bange, blije en boze lichaamshoudingen heel kort en samen met een ander niet relevant plaatje aan proefpersonen toonde, zodat ze die niet bewust konden waarnemen. Ook liet hij proefpersonen verschillende plaatjes van lichaamshoudingen en gezichtsuitdrukkingen tegelijkertijd in elk oog apart zien.
Uit de experimenten bleek dat mensen lichaamshoudingen goed kunnen herkennen en dat het hun gedrag beïnvloedt, ook als ze die houdingen niet bewust waarnemen. Bovendien zien ze angstige lichaamshoudingen beter dan blije en boze wanneer ze tegelijkertijd in elk oog apart worden aangeboden.
Door middel van een methode waarbij specifieke delen van de hersenen als het ware worden gedeactiveerd met behulp van Transcraniële Magnetische Stimulatie (TMS), onderzocht Stienen bovendien hoe specifieke hersengebieden invloed hebben op de bewustwording van lichaamstaal. Bij TMS wordt hersenactiviteit beïnvloed door een korte onschadelijke magneetpuls waardoor hersencellen automatisch gaan vuren. Uit onderzoek met deze methode bleek dat de hersenen lichaamshoudingen en gezichtsuitdrukkingen op verschillende manieren verwerken. Het lijkt erop dat een bedreigende lichaamshouding wordt verwerkt door hersengebieden die vooral betrokken zijn bij sociale communicatie.
Onze hersenen zijn dus extra gevoelig voor signalen van angst en bedreiging uit onze omgeving. De functie daarvan is dat we ons sneller kunnen ori?nteren op mogelijk gevaar. Uit Stienens onderzoek blijkt dat we daarvoor ook de taal van het lichaam van onze soortgenoten gebruiken.
Bernard M.C. Stienen (Arnhem, 1980) studeerde in 2007 cum laude af in de psychologie (psychonomie) aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte daar als student-assistent en werkt sinds kort als onderzoeker in de Multisensory Cognition Group aan Trinity College in Dublin, Ierland. Als promovendus werkte hij onder supervisie van prof. dr. Beatrice de Gelder onder meer in Tilburg, Rome en Parijs en samen met wetenschappers uit Japan en Zwitserland.
*Bron: gezondheidskrant.nl /GGZ Nieuws - 1 februari 2012
Een angststoornis kan behandeld worden door geleidelijke blootstelling aan datgene waar de patiënt bang voor is. Meestal gebeurt dat in het echt, maar onderzoek van Katharina Meyerbröker toont aan dat virtual reality ook werkt.
Angststoornissen kunnen behandeld worden met zogenaamde exposure-therapie. Hierbij wordt de patiënt blootgesteld aan datgene waar hij bang voor is zonder dat de gevreesde consequentie optreedt. Dit gebeurt meestal in het echt.
Met virtual reality-exposure-therapie wordt de patiënt niet blootgesteld aan echte situaties maar aan virtuele werelden. Voordeel hiervan is dat de therapeut de blootstelling volledig kan sturen en ervoor kan zorgen dat deze goed aansluit bij het angstniveau van de patiënt.
Katharina Meyerbröker van de Universiteit van Amsterdam toont in haar promotie-onderzoek aan dat virtual reality-exposure-therapie niet alleen effectief is bij het behandelen van specifieke fobieën, zoals hoogtevrees en vliegangst, maar ook bij complexere angststoornissen zoals een paniekstoornis met pleinvrees.
Virtual reality-exposure-therapie bleek niet alleen de angst en het vermijdingsgedrag van de patiënt te veranderen, maar versterkte ook het vertrouwen in de eigen vaardigheden om een bepaald gedrag uit te voeren.
*Bron: gezondheidsnet.nl
/GGZ Nieuws - 1 februari 2012
Gedragsstoornis speelt een belangrijke rol in de associatie tussen ADHD en alcoholstoornis. Recent onderzoek laat dat zien.
De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in het tijdschrift Drug and Alcohol Dependence van november 2011.
Het onderzoek behandelt het verband tussen ADHD, gedragsstoornis en (stoornissen in) alcoholgebruik. Daarvoor zijn gegevens gebruikt van de Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2), waaraan 3309 Nederlanders van 18-44 jaar deelnamen.
Mensen met ADHD in hun jeugd begonnen vaker met (regelmatig) alcoholgebruik en hadden vaker ooit in het leven een alcoholstoornis (alcoholmisbruik of -afhankelijkheid) gehad dan mensen zonder ADHD.
Echter, de studie laat zien dat gedragsstoornis een belangrijke rol speelt in de associatie tussen ADHD en alcoholstoornissen. Mensen met ADHD hadden een verhoogde kans om gedragsstoornis te ontwikkelen, waarbij het vooral de gedragsstoornis blijkt te zijn die samenhangt met alcoholstoornissen, niet ADHD zelf.
Deze rol van gedragsstoornis wijst op een ontwikkelings- of beïnvloedingsmechanisme van ADHD naar gedragsstoornis en vervolgens naar alcoholstoornissen.
Vroege gedragsinterventies bij kinderen met ADHD zouden kunnen helpen een latere gedragsstoornis te voorkómen. Passende voorlichting omtrent alcoholgebruik aan zowel kinderen met ADHD of gedragsstoornis als hun ouders zou de kans op alcoholstoornissen verder kunnen verkleinen.
Tuithof, M., ten Have, M., van den Brink, W., Vollebergh, W., & de Graaf, R. The role of conduct disorder in the association between ADHD and alcohol use (disorder). Results from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. Drug and Alcohol Dependence. (2011), doi:10.1016/j.drugalcdep.2011.10.030
Meer informatie: Marlous Tuithof
mtuithof@trimbos.nl
030-2971100
*Bron: trimbos.nl /GGZ Nieuws - 1 februari 2012
Het Trimbos-instituut is een vooronderzoek naar de verwachtingen en ambities van mensen die een vroege psychose hebben meegemaakt of met sterke voortekenen van een eerste psychose (ultra risk groep).
Een vergelijkend onderzoek vindt plaats onder jongeren die geen contacten hebben met de geestelijke gezondheidszorg zodat het verschil in levenskwaliteit en ambitieniveau zichtbaar kan worden gemaakt. In vervolg daarop worden verbeteracties ingevoerd en onderzocht bij vroegpsychoseteams die interesse hebben om mee te doen met dit verbetertraject. Er zijn nog plaatsen voor deelname aan zowel het onderzoek als het verbetertraject.
Doel van het onderzoek is om het verschil in ambities en levenskwaliteit tussen mensen met en zonder vroege psychose te verkleinen. In de eerste fase van het traject (vooronderzoek) zullen we de verschillen in levenskwaliteit en ambities achterhalen en beschrijven en wordt onderzocht welke interventies en verbeteracties de levenskwaliteit van jongeren met een psychose wellicht kunnen vergroten. In de tweede fase (verbetertraject) worden verbeteracties ingevoerd bij vroegpsychoseteams en vindt begeleidend onderzoek plaats naar de effecten van de verbeteracties.
We richten ons met dit project op teams met relatief veel of uitsluitend patiënten met een vroege psychose. Vooralsnog maken we onderscheid in 4 groepen patiënten: de groep met sterke voortekenen van een psychose (ultra risk groep); vroegpsychosegroep van 0-3 maanden na de behandeling; vroegpsychosegroep 2-3 jaar na de start van de behandeling (de groep die al meermalen een psychose heeft meegemaakt); en de referentiegroep binnen de bevolking zonder psychose.
Teams die belangstelling hebben om mee te doen met het vooronderzoek en het verbetertraject kunnen contact opnemen met Sonja van Rooijen of Hans Kroon, projectleiders. Ook de teams die ideeën of ervaring hebben met bepaalde verbetermethodieken of verbeteracties en daar nader onderzoek op willen richten, nodigen wij van harte uit om contact op te nemen.
Sonja van Rooijen, srooijen@trimbos.nl, 030-2959231
Hans Kroon, hkroon@trimbos.nl, 030-2971100
*Bron:
trimbos.nl /GGZ Nieuws - 1 februari 2012
Een tekort aan slaap kan echter zeer schadelijke gevolgen hebben voor de hersenen. De Groningse neurobioloog Peter Meerlo en zijn collega Arianna Novati laten zien dat de hippocampus, het hersengebied dat betrokken is bij leren, geheugen en emoties, zelfs krimpt bij ratten met een chronisch slaaptekort.
Peter Meerlo en Arianna Novati onderzochten de hersenen van laboratoriumratten die slechts vier uur per dag nachtrust kregen, terwijl de dieren normaal ruim tien uur slapen. In eerder onderzoek vond Meerlo al dat een week slaaptekort ernstige gevolgen heeft voor het rattenbrein: het serotoninesysteem, dat betrokken is bij stress en emotie, raakt ontregeld en is veel minder gevoelig voor de neurotransmitter serotonine.
Een maand lang slaaptekort blijkt echter ook gevolgen te hebben voor de rattenhersenen zelf. Meerlo en Novati ontdekten dat er dan veranderingen in de hersenstructuur optreden. Meerlo: 'Bij ratten die een maand lang te weinig hebben geslapen, zien we het hersengebied dat betrokken is bij leren, geheugen en emoties -de hippocampus- ongeveer tien procent kleiner worden. De hippocampus blijkt dus heel gevoelig voor verstoringen zoals slaaptekort.'
Een verkleining van de hippocampus zou van invloed kunnen zijn op leerprestaties en stemming. Meerlo: 'Ook bij depressieve patiënten is een verkleining van de hippocampus en een ontregeld serotoninesysteem te meten. Deze resultaten bevestigen dan ook dat slaapproblemen niet alleen tot de symptomen van depressie behoren, maar ook oorzaak kunnen zijn.'
Of de krimp van de hippocampus omkeerbaar is, weet Meerlo nog niet: 'Dat is een van de belangrijke vragen voor ons vervolgonderzoek. We weten alleen dat er krimp is; het mechanisme is nog onduidelijk. Misschien sterven de hersencellen af of vermindert de aanmaak van nieuwe cellen; maar de aanwezige cellen kunnen ook gewoon afnemen in volume.'
*Bron: gezondheidsplein.nl
/GGZ Nieuws - 1 februari 2012
Er bestaat een overweldigend aanbod van nieuwe werkwijzen om dwang te reduceren bij psychiatrische patiënten die buiten zinnen zijn geraakt. Bij het opleggen van dwang is te denken aan het plaatsen van patiënten in separeerruimten, aan vrijheidbeperkende maatregelen met tuigjes en riemen (heel lang geleden: de dwangbuis) en aan dwangbehandeling met rustig makende pillen.
Ik noem drie van de vele nieuwe werkwijzen:
1. beoordeling (en niet meteen ingrijpen) door professionals gedurende de eerste vijf minuten van het contact met een agressieve patiënt
2. verandering in de fysieke omgeving met bijvoorbeeld goed toezicht op patiënten vanuit open verpleegposten
3. het inrichten van comfortrooms, prettige ingerichte kamers waar patiënten kunnen bedaren.
De nieuwe werkwijzen staan beschreven in een rapport van het VUmc en GGz Nederland, dat in december 2011 uitkwam. Ik kreeg het rapport tijdens een vergadering van de Stuurgroep die de continuïteit van geestelijke gezondheidszorg in gevangenissen wil verbeteren. Die kwam op woensdag 25 januari 2012 bijeen. Ik ben daar lid van.
De nieuwe werkwijzen kwamen tot ontwikkeling dankzij de NZA-beleidsregel Dwang en Drang, die een financiële prikkel oplevert om te innoveren. Rapport-auteur en VU medewerker Yolanda Voskes geeft aan dat de nieuwe werkwijzen mislukken, als verpleegkundigen en psychiaters niet samenwerken.
Verder is van belang dat leiderschap aanwezig is. Een nieuwe werkwijze wordt vaak alleen gesteund door verpleegkundigen (en niet door psychiaters) of alleen door individuele enthousiastelingen. Verder is de borging van de nieuwe werkwijzen probleem: vertrekt de bevlogen projectleider, dan gaat de innovatie nogal eens verloren.
Het rapport heeft als titel "Best
practices rondom dwangreductie in de geestelijke gezondheidszorg". Van harte aanbevolen.
Auteur: Prof. dr. A.J.P. (Guus) Schrijvers
Professor Schrijvers bekleedt de leerstoel Algemene Gezondheidszorg bij het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Universitair Medisch Centrum Utrecht.
*Bron: GGZ Nieuws - 1 februari 2012
Unieke aanpak van Vitaalpunt sluit aan bij de filosofie van Bakker
Vanaf februari 2012 gaat Bram Bakker (www.brambakker.com) samenwerken met Vitaalpunt. Basis voor deze samenwerking is de unieke aanpak van Vitaalpunt; de combinatie van Praten en
Bewegen bij de behandeling van uiteenlopende psychische en lichamelijke klachten. Deze aanpak past zeer goed bij de filosofie van Bakker.
Bram Bakker (Zwolle, 1963) is één van de bekendste psychiaters in Nederland. Na diverse functies bij ziekenhuizen en GGZ-instellingen werkte Bakker ('Liever een marathon dan een burnout') tot eind 2011 als psychiater en medisch directeur voor SolutionS, de eerste particuliere verslavingskliniek in Nederland. Bekend voor de buitenwereld werd hij vooral door zijn bijdrage aan de met de Zilveren Nipkowschijf bekroonde tv-serie Kijken in de ziel van Coen Verbraak. Bakker schrijft regelmatig columns en artikelen in kranten en tijdschriften, zoals De Volkskrant, Trouw en Runners World.
Daarnaast is hij auteur van goedverkopende boeken over psychiatrie (zoals Cowboy in de psychiatrie, 2008 en Zucht, 2010) en zelfhulpboeken zoals Runningtherapie (2008), Verademing (2009) en Bewegen voor beginners (2011). De laatste twee boeken schreef hij met Koen de Jong.
Vitaalpunt (www.vitaalpunt.nl) is een behandelcentrum gespecialiseerd in de combinatie van fysieke en psychische zorg. Bij de eerste vestiging in Amsterdam kunnen cliënten terecht voor behandelprogramma's voor klachten en aandoeningen als chronische vermoeidheid, depressiviteit, burn-out, chronische rug- en nekklachten, prikkelbare darm syndroom en fibromyalgie. Bij deze aandoeningen werkt de integrale Vitaalpunt-aanpak van Praten en Bewegen (gedragsverandering én fysieke activering) binnen één traject aantoonbaar. Daarnaast worden ook reguliere fysiotherapie- en psychologiebehandelingen aangeboden. De behandelingen die Vitaalpunt biedt worden door de zorgverzekeraar vergoed. Aanvullend op de zorgprogramma's biedt Vitaalpunt een Terug naar Werk module, waarin bedrijfsarts en werkgever direct worden betrokken. Voor alle programma's van Vitaalpunt geldt dat maatschappelijke activering een doel en dat eigen actieve inbreng van de cliënten een vereiste is. Dit maakt de aanpak van Vitaalpunt uitermate succesvol.
*Bron: medicalfacts.nl /GGZ Nieuws - 1 februari 2012
De hersenen van kinderen die later een vorm van autisme ontwikkelen, reageren anders dan de hersenen van kinderen die deze aandoening niet krijgen. Dat blijkt uit een onderzoek gepubliceerd in Current Biology waarin de hersenrespons van baby's werd gemeten terwijl iemand hen aanstaarde of juist wegkeek.
Mayada Elsabbagh en collega's testten de hersenrespons van 104 kinderen: 54 met een verhoogd risico op autisme vanwege een broer of zus met de ziekte en 50 zonder autisme in de familie. Toen zij tussen de 6 en 10 maanden oud waren, werd hun hersenrespons gemeten terwijl er al dan niet een blik op hen was gericht.
Toen de kinderen 3 jaar oud waren, bekeken de onderzoekers of sprake was van een vorm van autisme. Deze diagnose kan gewoonlijk niet vóór de 2-jarige leeftijd worden gesteld, omdat bij jongere kinderen de typische gedragingen die wijzen op autisme onvoldoende duidelijk zijn. Uit de analyse bleek dat een karakteristieke hersenrespons op de blikken gerelateerd is aan het vóórkomen van een autistische stoornis op 3-jarige leeftijd.
Het was echter niet zo dat alle kinderen met de karakteristieke respons uiteindelijk autisme ontwikkelden. Ook vertoonden niet alle kinderen waarbij later autisme werd vastgesteld de respons.
Nadere bestudering van de hersenprocessen die het gevolg zijn van het aanstaren, kunnen mogelijk meer inzicht geven in de ontwikkelingsstoornissen die uiteindelijk leiden tot autisme, stellen Elsabbagh e.a.
*Bron: medischcontact.nl/GGZ Nieuws - 27 januari 2012
Kinderen en volwassenen die de diagnose ADHD krijgen, krijgen in eerste instantie vaak gedragstherapie om ze te leren omgaan met hun aandoening. Al dan niet in combinatie met medicijnen als methylfenidaat (bijvoorbeeld ritalin) of dexamfetamine. Maar niet bij alle ADHD'ers hebben medicijnen effect. Helaas weten ze dit pas als ze de medicijnen nemen. Maar goed nieuws voor mensen met ADHD: in de nabije toekomst kan hersenonderzoek duidelijk maken of en welke medicijnen voor adhd zullen aanslaan.
GezondheidsNet stelt vijf vragen aan Martijn Arns. Hij is in december 2011 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op het onderzoek 'Personalized medicine in ADHD and depression'.
In ons onderzoek hebben we onderzocht of er op basis van hersenactiviteit (in dit geval de elektrische hersenactiviteit ofwel het EEG) verschillen te vinden zijn tussen patiënten die wel of niet reageren op een behandeling zoals antidepressiva, rTMS, methylfenidaat of neurofeedback om op basis daarvan te kunnen voorspellen wie wel en wie niet op een bepaalde behandeling zal reageren.
Nee, een diagnose stellen op basis van het EEG is niet mogelijk. Dit kan alleen bij epilepsie of bij slaapproblemen. De reden hiervoor is dat de definities 'ADHD' en 'depressie' alleen gedrag omvatten. Daarom zal de diagnose altijd gesteld worden op basis van gedrag. Een belangrijke vraag voor de toekomst is of dit wel nuttig is. Het zou fijn zijn als een 'diagnose' voorspellende waarde heeft voor de juiste behandeling, op dit moment is dat niet zo. Vandaar dat de mogelijkheden voor het EEG eerder liggen bij het kunnen voorspellen wat de juiste behandeling is.
Op dit moment is nog onvoldoende bekend om die vraag exact te kunnen beantwoorden. Er lijken echter een aantal subgroepen van ADHD'ers te zijn. De grootste groep (50-75 procent) wordt gekenmerkt door een EEG met teveel 'trage' activiteit kenmerkend voor een verlaagd alertheidsniveau. Iedereen laat deze activiteit zien aan het eind van de dag als we vermoeid zijn. Kinderen met ADHD laten dit de gehele dag zien. Dit verklaart ook waarom psychostimulantia zoals methylfenidaat werken door kinderen 'alerter' te maken. De oorzaak van de problemen bij deze sub-groep worden verondersteld voort te komen uit subtiele slaapproblemen zoals bijvoorbeeld een verschoven slaap-waakritme waardoor kinderen later in slaap vallen. Ook kan slaapapneu of Restless Legs Syndrome in sommige gevallen een oorzaak zijn. Behandeling bij deze sub-groep zou zich dus meer op de slaapproblemen moeten richten. Behandelingen zoals melatonine en neurofeedback zijn in dit opzicht veelbelovend. In het geval van ernstigere slaapproblemen zoals slaapapneu of Restless Legs Syndrome is verder onderzoek bij een slaapkliniek nodig.
Ja, een belangrijke andere sub-groep laat een zogenaamde 'vertraagde alfa piek frequentie' zien. Deze mensen blijken op geen enkele behandeling te reageren. Deze hebben we gevonden bij zowel ADHD en depressie. Deze maat (ook wel biomarker genoemd) kan wel gebruikt worden om nieuwe behandelingen voor deze subgroep te ontwikkelen.
Doordat we meer inzicht krijgen in welke subgroepen wel en niet reageren op verschillende behandelingen krijgen we ook meer inzicht in de oorzaak van de symptomen van ADHD. Zoals in het voorbeeld hierboven kan dit leiden tot een andere invalshoek waardoor nieuwe behandelingen verder ontwikkeld worden die directer ingrijpen in de onderliggende oorzaak zoals bijvoorbeeld de slaapproblemen. Verder kunnen maten die op dit moment voorspellen dat iemand niet gaat reageren ook verder gebruikt om een nieuwe behandeling te ontwikkelen voor die sub-groepen.
Martijn Arns is op dit moment bezig met een grootschalig internationaal onderzoek, het zogenaamde iSPOT onderzoek bij ADHD en Depressie. Voor dit onderzoek zoeken ze nog vele patiënten met ADHD of een depressie voor deelname. Voor meer informatie zie ook: www.brainclinics.com/ispot
*Bron: gezondheidsnet.nl/GGZ Nieuws - 27 januari 2012
Het gevoel hebben dat je onderdeel uitmaakt van een groep is cruciaal. Mensen ervaren stress als ze buitengesloten worden. Zelfs als een toevallige passant je negeert, doet dat pijn. Dit blijkt uit onderzoek van Purdue University.
Psychologen wisten al dat mensen een connectie moeten voelen met anderen om gelukkig te zijn. Een breiclubje, zangkoor of vriendelijke buurman kan voldoende zijn. Eric D. Wesselmann wilde weten of mensen zich al verbonden voelen door een klein gebaar van een voorbijganger.
Om dit te testen, werd er een experiment uitgevoerd op de campus van Purdue University. Een onderzoeker wandelde over een druk paadje en koos daar een willekeurige proefpersoon uit. Hij keek deze proefpersoon aan en lachte of keek net langs deze persoon, alsof de proefpersoon lucht was. Een paar meter verderop vroeg een andere onderzoeker aan de proefpersoon "Hoe verbonden voelde je je de afgelopen minuut?"
Degenenen die oogcontact hadden gehad met de onderzoeker voelden zich meer verbonden dan de proefpersonen die genegeerd werden. "Dit zijn mensen die je niet kent en alleen maar passeren, maar of ze je aankijken of doen of je er niet bent heeft in ieder geval een tijdelijk effect.", zegt Wesselman.
Uit ander onderzoek blijkt dat zelfs afgewezen worden door een groep waar je niks mee te maken wilt hebben een buitengesloten gevoel geeft. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat genegeerd worden hetzelfde effect heeft.
*Bron: gezondheidsnet.nl/ GGZ Nieuws - 27 januari 2012
Volgens prof. dr. Roshan Cools is de psychiatrie is toe aan vernieuwing. Psychiatrische stoornissen worden veelal behandeld met geneesmiddelen die de hersenstofwisseling beïnvloeden. De effectiviteit van dergelijke behandelingen verschilt enorm. Zo heeft de ene ADHD'er baat bij Ritalin, terwijl de andere er geen of zelfs nadelige effecten van ondervindt. Deze paradox geldt niet alleen voor geneesmiddelen, maar ook voor genotsmiddelen, party- en smartdrugs.
Hoe kan het dat de één baat heeft bij bepaalde medicijnen en de ander niet? Deze vraag is tot nu toe onbeantwoord omdat behandeling wordt geïndiceerd op basis van DSM-IV, waarbij ziekten worden gegroepeerd op basis van symptomen. Cools vindt dat behandeling in plaats daarvan geïndiceerd moet worden op basis van specifieke cognitieve stoornissen en aangedane hersenstructuren. Ze illustreert het belang van deze benadering aan de hand van een aantal paradoxale effecten van veelvoorkomende geneesmiddelen.
Prof. dr. Roshan Cools (1975) is hoogleraar Cognitieve Neuropsychiatrie bij het UMC St Radboud. Ze studeerde Experimentele en Neuropsychologie in Groningen en voltooide een masterstudie in Experimentele Psychologie aan de University of Cambridge. In 2003 promoveerde ze aan die laatste universiteit. Ze werkte verder als postdoctorale onderzoeker bij de University of California, Berkeley CA. Sinds 2007 is ze als Principal Investigator verbonden aan het Donders Institute for Brain, Behaviour and Cognition van het UMC St Radboud en de Radoud Universiteit.
Datum: vrijdag 27 januari 2012
Tijd: 15:45
Locatie: Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2
Faculteit der Medische Wetenschappen
Spreker: mevrouw prof. dr. R. Cools
Titel oratie: Psychiatrie en het Paradoxale Brein
*Bron: medicalfacts.nl /GGZ Nieuws - 25 januari 2012
Psychiatrisch onderzoeker Matthijs Bossong van het UMC Utrecht heeft in zijn promotieonderzoek laten zien dat het lichaamseigen cannabissysteem wellicht een rol speelt bij schizofrenie. De werkzame stof uit cannabis, THC, beïnvloedt de werking van de hersenen van gezonde vrijwilligers. Het korte termijngeheugen verslechtert en de stofwisseling in het hersengebied striatum verandert. Dat gebied is betrokken bij de verwerking van informatie. Deze effecten zijn ook zichtbaar bij patiënten met schizofrenie.
In zijn promotieonderzoek analyseerde Bossong de hersenen van gezonde vrijwilligers met MRI-scans en zogenaamde PET-scans. Met PET-scans is de stofwisseling van de hersenen in beeld te brengen. Bossong promoveert op 27 januari 2012 aan het UMC Utrecht.
Inmiddels is Bossong gestart met vervolgonderzoek. Zijn resultaten suggereren dat bij schizofrenie het lichaamseigen cannabissysteem in de hersenen verstoord is. Stoffen die dat systeem remmen zouden wellicht psychotische symptomen kunnen verminderen. Van NWO heeft Bossong een beurs gekregen voor twee jaar om dat idee te testen bij het Institute of Psychiatry van het King's College London.
Bossong gaat onderzoek doen bij 36 jongeren tussen de 18 en 26 jaar met psychotische symptomen. Deze jongeren lopen een grote kans schizofrenie te ontwikkelen. Hij gaat deze jongeren een stof toedienen, cannabidiol, die een remmend effect heeft op het lichaamseigen cannabissysteem. Bossong vermoedt dat de stof ook de psychotische symptomen vermindert.
De behandeling duurt vier dagen. Daarna analyseert Bossong of de symptomen afnemen. In aanvulling daarop gaat hij de hersenen analyseren met dezelfde scans als in Utrecht. Al lang bestaat het idee dat cannabidiol een gunstig effect heeft op psychotische symptomen, maar er bestaat nog weinig bewijs voor.
Bossong: "We testen het middel bewust bij jongeren die nog geen volledige schizofrenie hebben. Voor deze jongeren bestaat geen goede medicatie. Bij hen zijn de nadelen van gewone antipsychotica eigenlijk groter dan de voordelen. Als het middel cannabidiol werkt, kunnen we wellicht vroeg in de ontwikkeling van de ziekte ingrijpen. We zouden misschien de overgang naar volledige schizofrenie kunnen tegengaan."
*Bron: gezondheidskrant.nl /GGZ Nieuws - 25 januari 2012
IJdele mannen kunnen letterlijk ziek worden van hun ijdelheid. Narcistische mannen staan namelijk onder verhoogde stress. Die stress veroorzaakt een verhoogde bloeddruk, wat kan
leiden tot hart- en vaatziektes.
Dit blijkt uit onderzoek van University of Michigan onder 106 mannen en vrouwen. De deelnemers werden door psychologen onderzocht en moesten een speekselmonster afgeven dat getest werd op cortisol, oftewel het stresshormoon.
Mannen die tijdens het psychologische onderzoek getypeerd werden als 'narcistisch' hadden een hoge dosis cortisol in hun lijf, ook als ze zich ontspanden. Bij de onderzochte dames was dit niet het geval.
Ingezonden nieuws/GGZ Nieuws - 25 januari 2012
Oudere cliënten functioneren beter na hun behandeling bij de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dat blijkt uit de resultaten van Monitor Geestelijke Gezondheidszorg Ouderen (MEMO).
Het Trimbos-instituut heeft MEMO de afgelopen vijf jaar uitgevoerd, in opdracht van het ministerie van VWS.
Met het oog op de recente landelijke ontwikkelingen op het gebied van Routine Outcome Monitoring (ROM) heeft MEMO laten zien dat voor een succesvolle dataverzameling regelmatige terugkoppeling van gegevens aan hulpverleners heel belangrijk is, evenals aandacht voor het gebruik van de resultaten in de dagelijkse praktijk.
Dit naast goedwerkende software en administratieve ondersteuning natuurlijk. Ook blijkt bij de doelgroep ouderen aandacht voor ingrijpende levensgebeurtenissen onmisbaar. Deze komen namelijk veel voor bij ouderen en zijn van invloed op het resultaat van de behandeling.
De resultaten van de tweede meetronde van MEMO laten zien dat ruim 60% van de oudere cliënten die in behandeling is geweest bij de ambulante geestelijke gezondheidszorg aanzienlijk beter functioneert bij de afronding van hun behandeling. Daarbij lijken cliënten zelf tevreden te zijn over de zorg die zij ontvangen, met name over de hulpverlener. Daarmee bevestigen de nieuwe resultaten van MEMO het beeld van een effectieve GGZ voor ouderen. Resultaten voor cliënten met een depressie leiden tot eenzelfde conclusie.
Lees meer in de RapportageMEMO, resultaten meetronde 2.
*Bron: Trimbos Instituut - 23 januari 2012
De zorg voor mensen die te maken hebben met een eerste psychose moet beter. Daarover hebben partijen in de zorg afspraken gemaakt op de
werkconferentie "Vroeg begonnen is een toekomst gewonnen" in Assen. De bijeenkomst werd op initiatief van Ypsilon georganiseerd samen
met het Multidisciplinair Netwerk Vroege Psychose, Anoiksis en het AMC. Twee zaken krijgen wat de bezoekers betreft de hoogste
prioriteit: aandacht voor de familie en het sociale netwerk (school, werk) en het verkorten van de duur van de onbehandelde psychose.
De hele dag praatten mensen van de werkvloer en koepelorganisaties over waar de vroege-psychosezorg beter zou kunnen en hoe dat zou kunnen worden bereikt: veel hulpverleners uit vroege-psychoseteams of VIP-teams, maar ook vertegenwoordigers van de academische wereld, Anoiksis, GGZ Nederland, psychiaterkoepel NVvP en Zorgverzekeraars Nederland.
De werkconferentie werd georganiseerd naar het voorbeeld van een Brits initiatief. Daar sloeg 10 jaar terug een klein groepje mensen de handen ineen om de psychosezorg te verbeteren. Aanleiding was de ontoegankelijke zorg waar huisarts David Shiers mee werd geconfronteerd toen zijn dochter psychotisch werd. Samen met de internationaal bekend psychiater Max Birchwood en enkele anderen stelde hij een consensusverklaring op met zeer ambitieuze doelen, die ze in de jaren erna ook grotendeels wisten te realiseren.
De verklaring, vertaald in het Nederlands, was voor een aantal aanwezigen nog altijd een belangrijke bron van inspiratie. Zo spraken Peter Niesink, directeur van de psychiaterkoepel NVvP en ook Ronald Luijk van Zorgverzekeraars Nederland en de Stichting Benchmark GGZ, direct hun steun uit voor het initiatief. Voor anderen was de verklaring daarvoor te gedateerd. "Stoffig en rijp voor het psychiatriemuseum Dolhuys", vond Anoiksisvoorzitter Mette Lansen. De organisatoren van de conferentie hebben op zich genomen om de verklaring zo te herzien dat ze een startpunt biedt voor verdere acties. Maar tegelijk zullen ook de eerste prioriteiten al worden aangepakt om geen tijd verloren te laten gaan.
Om de duur van de onbehandelde psychose te verkorten, heeft het Multidisciplinair Netwerk Vroege Psychose al een handboek in voorbereiding waarin goede voorbeelden en de laatste wetenschappelijke literatuur worden gekoppeld. Maar wat de bezoekers betreft wordt dat niet vrijblijvend en volgt uitwerking in een richtlijn voor behandelaars en in zorgstandaarden en 'zorgpaden'; modern jargon om concreet vast te leggen wat de GGZ aan zorg biedt en wat die zorg precies oplevert. Onderzoek moet daarnaast duidelijk maken wat effectief is en wat niet.
Ypsilon toonde zich, bij monde van Bert Stavenuiter toonde zich blij met de brede steun om de familie vroeger en beter bij de behandeling te betrekken. Over de concrete invulling maakte hij zich geen zorgen. "Vanwege hun interesse in de Triadekaart hebben we al met 25 instellingen contact gehad over hun invulling van het familiebeleid. Ideeën en voorbeelden genoeg!" Luijk vulde aan dat de zorgverzekeraars al met GGZ Nederland en het Landelijk Platform GGz de eerste stappen hadden gezet.
*Bron: ypsilon.org /GGZ Nieuws - 20 januari 2012
Het is gewoon ongekend dat ook na het rapport Deetman in 2011 er niets is te doen aan het - vele decennia lang - systematisch seksueel misbruik van jongeren door katholieke priesters.
Priesters die vele jaren lang (totaal onterecht) het vertrouwen hebben genoten van ouders van deze seksueel misbruikte jongens.
Het resultaat is dat hun straf verdaagd blijkt!
Hoe kan zulk extreem narcistisch en gewetenloos gedrag verdaagd worden? Leuk hoor zo'n Grondwet.
Kennelijk een wet die meer rekening houdt met daders dan met slachtoffers! Zo gaat dat nu al decennia lang: geen straffen, afkoopsommen, ontkenning, leugenachtigheid, extreem narcisme bij het fascistische af door de R.K..
Dus eigenlijk is het weer een voortzetting van het beleid zoals dat ingezet is door Mussolini en Hitler, zoals beiden ook de
Paus in Rome hebben laten zitten, omdat het Pauselijk geloofsbelang overeenkwam met hun fascistisch belang. In 2012 zie je met het rapport van
Deetman precies hetzelfde gebeuren: de narcistische gewetenloosheid van katholieke priesters wordt niet bestraft!
Mensen herhalen kennelijk steeds weer hun extremiteit en de Katholieke kerk doet dit al twee millennia lang.
De Katholieke kerk is zó ervaren om anderen psychopathologisch te misleiden in hun misbruik met hun dogmatische, autoritaire, gewetenloze en facistoïde gevestigde instituties.
Kan je dit gewetenloze gedrag van de Katholieke kerk als verjaard zien als het al 2000 jaar voortwoekert? Een kerk die een genocide teweeg heeft gebracht onder ongelovigen die ongekend groot is geweest?
Deetman je bent gewoon een "puppet van de narcistische Katholieke kerk" en je had van het begin af aan geen enkele kans om het pedofiele misbruik aan te pakken. Je hebt dus weer al die slachtoffers van het katholieke narcisme vreselijk in de kou laten staan!
Het prototype van een extreme katholieke narcist is wel kardinaal Simonis. "Wir haben es nicht gewusst", als antwoord over seksueel misbruik door katholieke priesters of "in Afrika kan je geen condooms uitdelen want dan neemt de promiscuïteit toe", als antwoord over Aids in Afrika en
de rol van de Katholieke kerk aldaar, noem maar op, allemaal zeer ernstige narcistische en zelfs fascistoïde uitspraken van Simonis als kardinaal.
Wat doen wij nu in Nederland met dat soort extreme personen als Simonis?
Helemaal niets! Is de straf voor het vele jaren lang narcistisch en extreem asociaal gedrag van kardinaal Simonis ook verdaagd?
Allemaal te gek voor woorden of Nederland op zijn kleinst.
*Bron: npspartners.nl /Piet van der Ploeg - 20 januari 2012
Depressieve gevoelens komen veel voor. Maar liefst 42 procent van de Nederlanders ervaart deze of heeft ze ervaren. Bij vrouwen en jonge mensen liggen deze percentages zelfs nog iets hoger.
Dat blijkt uit een onderzoek onder meer dan 1000 Nederlanders in opdracht van geneesmiddelenfabrikant VSM. Volgens een publicatie van de Stichting Farmaceutische Kengetallen is de afgelopen 15 jaar het gebruik van antidepressiva met 230 procent toegenomen. Tweederde van de gebruikers is volgens deze cijfers vrouw.
De oorzaak hiervan ligt volgens het onderzoek van VSM vooral in de privésituatie. Meer dan een kwart van de vrouwen geeft aan dat hun relatie, gezinssituatie of familie de boosdoener is. Bij mannen is dit 17 procent. Naast de oorzaak is het gezin ook vaak de dupe van de depressie: 17 procent van de vrouwen geeft aan dat hun partner het meeste last ondervindt van hun depressieve klachten. Ook stress en de bevalling worden door vrouwen genoemd als reden. Daarnaast ervaren mannen (17 procent) en vrouwen (11 procent) ook vaak depressieve klachten naar aanleiding van hun werk.
Gelukkig is er ook goed nieuws. Na ons 65ste lijken we een stuk meer in balans. Van alle 65-plussers geeft 69 procent aan geen last te hebben van depressieve klachten. Onder mannen van 65-plus ligt dit percentage zelfs op 74 procent.
Ondanks de genoemde toename in het gebruik van antidepressiva onderneemt bijna de helft van de mensen die depressieve gevoelens ervaart geen actie. Ruim een kwart praat met een therapeut, 18 procent neemt antidepressiva en 5 procent gebruikt een natuurlijk middel.
*Bron:
gezondheidsnet.nl/ GGZ Nieuws - 19 januari 2012
Roddelen is nutteloos geklets dat reputaties en vertrouwen schaadt, zo werd lang gedacht. Toch heeft het verspreiden van geruchten ook zijn positieve kanten.
Uit onderzoek van de University of California, Berkeley blijkt dat roddelen therapeutisch is. Het vermindert stress, geeft een prettig gevoel en waarschuwt je voor onbetrouwbare types.
In verschillende experimenten observeerden proefpersonen een spel waarin één van de spelers zich niet aan de regels hield en zo veel geld won. De hartslag van de proefpersonen ging omhoog zodra ze het vals spelen opmerkten. De meesten probeerden de andere, eerlijke speler te waarschuwen via een 'roddelbriefje' en als dat lukte daalde hun hartslag weer.
"Roddelen heeft een slecht imago, maar het speelt ook een belangrijke rol in sociale verhoudingen. Informatie verspreiden over iemand die je verkeerd behandelt, zorgt ervoor dat je je beter gaat voelen en je frustratie vermindert", zegt onderzoeker Robb Willer.
Het onderzoek zien dat we gefrustreerd raken als we immoreel gedrag zien. Je voelt je beter als je deze informatie kunt delen met anderen. Deze studie richtte zich echter alleen op 'sociaal geroddel' waarmee je anderen probeert te helpen, niet op roddels over beroemdheden.
*Bron:
gezondheidsnet.nl/ GGZ Nieuws - 19 januari 2012
door TT Brink e.a.
Dit onderzoek gaat na wat de neurologische verbanden zijn met de empathische verwerking bij kinderen in de leeftijd van 4 tot 8 jaar, een
leeftijdsinterval dat gezien wordt als zeer belangrijk voor de ontwikkeling van empathie. Onder empathie wordt verstaan: "het vermogen de innerlijke
wereld van een andere persoon te begrijpen en te delen", en bestaat uit twee componenten: affectief (het delen van emoties) en cognitief
(Theory of Mind). Wij onderzochten de hemodynamische reacties van voorschoolse kinderen en kinderen die naar
school gaan (N=48), terwijl zij verbale (horend) en niet-verbale (cartoons) empathie verhalen verwerkten volgens een passieve manier door
het gebruik van een Nabij-Infra-Rood Spectroscoop.
Om de twee vormen van empathie te controleren, kregen de kinderen een gesloten rij verhalen die enerzijds de affectieve en anderzijds de
cognitieve empathie kant activeerden, of neutrale voorstellingen die voortbouwden op de op het begrijpen van fysische oorzakelijkheid.
Door het contrast tussen de verwerking bij de jongere en oudere kinderen verwachtten we ontwikkelingsveranderingen in de hersenactiviteit als kinderen
verhalen verwerken in relatie tot empathie bij een van de stimuli modaliteiten naar een grotere betrokkenheid van het anterieure frontale brein gebied.
Onze bevindingen geven aan dat kinderen verhalen verwerken met het gebruik van affectieve en cognitieve empathie in relatie met activatie van
de mediale en bilaterale orbitofrontale cortex (OFC).
In tegenstelling tot wat bekend is uit onderzoek met volwassen deelnemers, werd geen extra gebruik gezien van de verwerking in de
posterieure hersengebieden, dikwijls in verband gebracht met verhalen die empathie ontlokken. Ontwikkelingsverschillen werden alleen gevonden voor
die verhalen die affectieve empathie ontlokken met toegenomen activiteit, in oudere kinderen, in de mediale OFC, linker inferieure frontale winding en
de linker dorsolaterale prefrontale cortex. De activatie van de twee modaliteiten verschillen weinig, met niet-verbale presentaties en de stimuli
hebben een grotere invloed op de empathie verwerking bij kinderen, en tonen meer overeenkomst met de verwerking bij volwasseen dan de verbale
presentatie. Dit kan veroorzaakt worden door het feit dat niet-verbale verwerking vroeg in iemands leven ontwikkeld wordt en meer vertrouwd is.
*Bron: The Cluster of Excellence "Languages of Emotion", Freie Universität Berlin. Germany.
Website: The Truth Front Psychology (28 april 2011) - 18 januari 2012/vert.
Piet van der Ploeg
Schaamte kan worden begrepen vanuit een bedreigd zelfbeeld. Schaamte draait om zowel een slecht persoonlijk zelfbeeld als om een slechte reputatie. Mensen kunnen zich ook plaatsvervangend schamen omdat het gedrag van een groepslid slecht op hen afstraalt, of omdat zij zichzelf inleven in de schaamtevolle positie van een ander. Door plaatsvervangende schaamte kunnen mensen sneller leren van de fouten van anderen.
Het promotieonderzoek van Stephanie Welten presenteert een geïntegreerde visie op de emotie schaamte. Schaamte is aan de ene kant een van de meest intens negatieve emoties die mensen kunnen ervaren, maar aan de andere kant ook een van de meest belangrijke emoties die sociaal gedrag bevorderen.
Schaamte wordt gezien als de voornaamste emotie die draait om ons zelfbeeld, maar toch was het in de literatuur over schaamte nog niet helemaal duidelijk hoe deze emotie werkt. Een aantal belangrijke vragen bleef tot nu toe onbeantwoord. Bijvoorbeeld: hoe kan het dat mensen zich ook plaatsvervangend kunnen schamen zonder dat ze zelf iets verkeerd gedaan hebben? En hoe kan het dat schaamte zowel tot egoïstisch als tot sociaal gedrag kan leiden?
Welten toont aan dat schaamte draait om een bedreigd zelfbeeld. Zo ook plaatsvervangende schaamte. Doordat we ons identificeren met een groep, kan schaamtevol gedrag van een groepslid negatief afstralen op onszelf. Dat gedrag vormt dan een bedreiging voor onze reputatie (bijvoorbeeld als andere Nederlanders zich in het buitenland misdragen). Daarnaast kunnen mensen plaatsvervangende schaamte voelen als ze zichzelf inbeelden in de plaats van een ander die zich schaamtevol gedraagt. Dit soort schaamte wordt vaak gevoeld voor vreemden en wordt veroorzaakt door een ingebeelde zelfbedreiging (bijvoorbeeld als kandidaten bij Idols heel vals zingen).
Welten laat zien dat dit een hele nuttige ervaring is, omdat mensen kunnen leren van de fouten van anderen, zonder zelf de fout te hoeven maken.
Welten laat ook zien hoe de sociale context invloed heeft op schaamtegevoel: als (publiek in) de omgeving op de hoogte is van de schaamtegebeurtenis, gedraagt de betreffende persoon zich socialer dan wanneer de omgeving niet op de hoogte is van de gebeurtenis. Dit sociale gedrag is er op gericht om de zelfbedreiging in schaamte aan te pakken.
Stephanie C. M. Welten (Roosendaal en Nispen, 1983) studeerde in 2007 cum laude af in de Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Per 1 februari 2012 werkt zij als universitair docent Persuasieve Communicatie bij de vakgroep Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.
*Bron: gezondheidskrant.nl/GGZ Nieuws - 17 januari 2012
Herhaald zien wetenschappers de klassieke triadische relatie bij de gezinsachtergrond bij homoseksuele mannen. In deze situatie heeft
de moeder vaak een slechte of beperkte relatie met haar man, en verplaatst haar emotionele behoefte naar haar zoon. De vader is gewoonlijk
niet expressief, afstandelijk en ook dikwijls kritisch. Zo hebben we in het triadisch gezinspatroon een afstandelijke vader, een overbetrokken
moeder en een temperamentvolle, gevoelige en emotioneel gestemde jongen die voor de vader opvult waar hij tekortschiet.
De nauwe emotionele band is er tussen moeder en kind. Ze voelt zich slecht naar haar zoon toe: "Ik ben zijn enige veilige haven en
iedereen steekt de draak met hem. Zijn leeftijdsgenoten wijzen hem af; zijn vader schijnt hem vergeten te zijn; zo ben ik de enige die hem
begrijpt en hem accepteert zoals hij is."
Dit laatste doet het hem: "zoals hij is". Het is alsof "hoe de jongen is" inhoudt dat zijn androgyne fantasieën, angst voor andere
mannen, afwijzing van zijn eigen lichaam en zich ongemakkelijk voelen met zijn mannelijke natuur ontstaan.
Op dit punt is educatie noodzakelijk. Moeders moeten begrijpen dat zij actief de genderverstoring kunnen ontmoedigen zonder de jongen
zelf af te wijzen. In feite is het helemaal geen afwijzing maar in plaats daarvan het aanbieden van een volwassen begeleiding de jongen voor
te bereiden op een man/vrouw wereld - een wereld die zijn anatomie hem zijn bestemming geeft - en of weigeren deel te nemen door zijn stoornis
betreffende mannen en manlijkheid.
Aan de andere kant, veel van de moeders die bij ons kantoor voor advies komen zijn zeer begaan met het weinig vertrouwen
in het eigen geslacht of verwijfdheid van hun zoon en zij willen helpen hem normale geslachtelijke volwassenheid te laten bereiken,
ongeacht hoe uitdagend dit werk nog kan worden. Zij begrijpen intuïtief het probleem dat hun zonen hebben, maar zij weten totaal niet
hoe zij hun kind kunnen helpen en hun man bij dit proces betrekken. Zij zijn dankbaar voor de richting waarin en het advies dat ik hun kan geven.
Enkele moeders (speciaal de narcistische moeders) hebben een verhouding met zulke uitgesproken vage grenzen dat de jongen
niet in staat is zijn eigen persoonlijke identiteit helder te krijgen. Moeders die zulke intieme, symbiotische relaties hebben gecreëerd willen
niet toestaan dat er iets tussen de moeder-zoon band komt. Hoe langer de symbiotische diepgang duurt, de meer vrouwelijk de jongen wordt. Natuurlijk,
ook een moeder die ongerust is over de jongen zijn normale, ruw gedrag - en die reageert door hem aan te moedigen meer passief en afhankelijk te zijn
(de jongen zijn behoefte om autonoom te zijn hierbij te ontkennen) - stelt zij haar eigen behoefte vóór die van haar zoon.
De auteurs van "Someone I Love Is Gay" beschrijven dit moederlijke patroon als volgt:
Soms is de relatie zo innig dat het ongezond wordt, zelfs op de grens van "emotioneel overspel." Typisch is dat de zoon, moeders vertrouweling is.
Ze praat over haar huwelijksproblemen met hem, in plaats ze deze met haar man probeert op te lossen. Ze kijkt naar haar zoon voor
emotionele steun en zoekt troost bij hem als dingen fout lopen.
In sommige gevallen gaat het gedrag van moeder over de grens van seksualiteit.. Alleenstaande moeders en vrouwen met misbruikende en
emotioneel afstandelijke mannen zijn speciaal kwetsbaar om heel erg afhankelijk te worden van hun zoon.
In sommige speciale gevallen, willen moeders van homoseksuele jongens zelf man zijn en zij saboteren hun zoon's manlijkheid door in
competitie met ze te gaan.
Al met al is er een aanmerkelijke hoeveelheid onderzoeksmateriaal dat aantoont dat gezinnen met gender-gestoorde jongens er iets mis is.
Een onderzoek met 610 Gender Indentity Disorder (GID) jongens beschrijven een hoog niveau van gezinsconflicten. Veel clinici hebben een verhoogd
aantal scheidingen gezien en weinig huwelijksgeluk in de gezinnen bij homoseksuele cliëntgezinnen. En veel ouders van GID kinderen
hadden counseling gehad voordat hun kind's gender-identiteitsstoornis klinische aandacht kreeg.
Psycholoog Gregory Dickson wijst op een paradox ten aanzien van de intense moeder-zoon relatie. De gender-conflictueze jongen voelt
gewoonlijk een aanhoudende behoefte aan bemoedering, maar omdat de moeder-zoon relatie een barrière opwerpt voor hemzelf en de
mannenwereld, voelt de jongen zich zowel boos op en gehecht aan haar. Hij voelt zich zowel niet en zeer begrepen door haar. Zijn
moeder kent hem zeer intens op één niveau, maar er is een ander niveau waar ze nooit bij kan en welke ze niet volledig heeft erkend
als een integraal deel van hoe hij is als man. Zo onstaat er een paradoxale liefde-haat verhouding of een conflict van toenaderen-afstandnemen.
Ondanks wat je hoort van homoseksuele activisten, er is geen literatuur die de klassieke theorieën over hoe seksualteit ontstaat
weerlegt. In feite, een boek uit 1996, "Freud Scientifically Reappraised: Testing the Theories and Therapy", evalueert de vooraanstaande
psychoanalytische theorie in de realitie met de gegevens zoals zij nu beschikbaar zijn met moderne onderzoeksmethoden. De auteurs vonden
conflictueze resultaten bij ouderlijk relaties, maar het onderzoek met vaders was overduidelijk:
De verslagen betreffende de mannelijk homoseksuele zienswijze van zijn vader ondersteunen maximaal Freud's hypothese.
Met enkele uitzonderingen, verklaart de mannelijk homoseksueel dat de vader een negatieve invloed heeft gehad in zijn leven…
Er is niet één, zelfs matig uitgevoerde studie, die we hebben kunnen achterhalen waarbij manlijk homoseksuelen hun vader als positief of
liefdevol erkennen. In tegenstelling, zij beschouwen hem steeds weer als een tegenstander. Hij vervuld gemakkelijk de gebruikelijk intense,
competitieve Oedipale rol zoals Freud die beschreef.
Het is belangrijk hier te benadrukken dat de overbetrokken moeder hier herhaald wordt aangehaald door ons in dit verhaal als een
voorbeeld van een moeder van een gender-verwarde jongen. Omdat de overbetrokken moeder altijd degene is die het kind voor consultatie
meeneemt - en actief aan verandering wil werken - is zij het type moeder die we hier gebruikt hebben als casus voorbeeld. Inderdaad de
intiem betrokken moeder is het meest waarschijnlijk, die onwetend haar zoons geslachtsontkenning aanmoedigt. Maar niet alle moeder
zijn overbetrokken. In feite, onder volwassen homoseksuele cliënten, was een kleiner percentage eigenlijk afstandelijk of niet betrokken
Deze opmerkingen passen bij de bevindingen van "Freud Scientifically Reappraised", waarin de de wetenschappers de beschikbare studies
analyseerden en ontdekten dat er enige inconsistentie bestaat bij moeders. Maar - zoals deze onderzoekers het met elkaar eens zijn - maar de
nagenoeg onveranderlijk variabele is de slechte relatie met de vaders.
Dus speciaal een oproep om wakker te worden, mogen we zeggen, voor vaders die hopen op heteroseksualiteit voor hun zonen!
Het was mij al eerder opgevallen dat in gezinnen, die ik van nabij mee heb gemaakt en waarbij een zoon homoseksueel bleek
er veel aan de hand was. Zeker ten aanzien van narcisme bij de moeder en/of vader en een ernstig verstoorde relatie tussen beide ouders.
Dick Swaab (Professor Neurobiologie) maakte in 1989 wereldkundig dat de hersenen van homo’s en hetero’s er anders uitzagen.
En suggereerde dat homofilie niet is aangeleerd, maar aangeboren. Wellicht dat Dick Swaab gelijk heeft!
Maar de variatie homo-heteroseksualiteit ligt ook op een schaal (met bijvoorbeeld biseksualiteit) en is helemaal niet zo zwart/wit
als men denkt volgens mij.
Als de identiteit van een persoon zo sterk beïnvloed wordt door de ontwikkeling van het sociaal emotionele brein na de geboorte,
waarom kan dan ook de gender in deze periode niet beïnvloed worden? Zoals de voorgaande tekst duidelijk probeert te maken en zoals uit onderzoek
blijkt. Immers een persoonlijkheidsstoornis ontstaat ook in de vroege jeugd en waarom dan niet een misaanpassing van de
gender in deze periode?
Voorlopig denk ik dat de stelling dat homoseksualiteit bij de geboorte vastligt te simpel of op zijn minst te zwart/wit.
Maar misschien moet ik eerst nog Professor Neurobiologie worden om het allemaal echt te weten, wie zal het zeggen!
Voorlopig ben ik blij geen slachtoffer te zijn van zo'n gestoorde gezinstriade met 'ouderlijk misbruik'. Want misbruikt als kind is
de homoseksuele zoon, want hij heeft immers als kind geen vrije keuze gehad. Wel zijn (narcistische) ouders, maar die hebben er een misbruikend
potje van gemaakt, zoals het helaas maar al te vaak gaat en steeds weer: "ten koste van de kinderen."
Dit misbruik van de zoon past weer geheel bij de missiestatement van NPSPartners zoals elders op deze site.
Website: The Truth Sets You Free
*Bron: J. Nicolosi, L. Nicolosi (2002). A Parent’s Guide to Preventing Homosexuality. Downers Grove, Illinois: InterVarsity Press
/vertaling P. van der Ploeg - 16 januari 2012
door Robert M. Gordon
Psycholoog Daniek Kahneman won de Nobelprijs in 2002 gebaseerd op zijn onderzoek met zijn collega psycholoog Amos Tversky (1979) waarin ze
aantoonden dat personen beslissingen met geld meer op basis van psychologische dan op economische principes maken.
Zij weerleggen de manier van denken, zoals bij cognitief psychologen die mensen zien als logische informatieverwerkers.
Eerder ontdekte ze dat als toekomstige consequenties onzeker zijn, mensen meer vertrouwen op hun vooroordeel dan op objectieve gegevens. Dat is wanneer
mensen hun gezichtspunten het beste beschouwen als werkelijkheid - wat Kahneman noemt "de illusie van geldigheid". Voor dit, won Kahneman de Nobelprijs
economie (in plaats van psychologie .. wat een andere verhaal van een vooroordeel is).
Voor Kahneman en Tversky's onderzoek, schreef Fenichel (1938) de wens om rijk te worden, natuurlijk is maar is dikwijls sterk beïnvloed
door onbewuste irrationele conflicten. Hij bespreekt de culturele, familiaire, persoonlijke en traumatische bijdragen voor het gevoel bij geld.
Fenichel gelooft dat in het onbewuste, geld ongeveer alles vertegenwoordigt wat we kunnen nemen of geven zoals: eten, uitwerpselen, penis, potentie,
liefde, bescherming, zorg, trots, onverschilligheid, aanbod, afstand doen, wapens, seksuele agressie, enzovoorts. Het bewuste brein wil deze in
verlegenheid brengende relaties ontkennen, maar als we zorgvuldig luisteren naar hoe mensen met geld omgaan zien we vaak de geldigheid van dit
inzicht. We zien dit wanneer personen trouwen voor geld, verleiden met geld, geldbendes, geld gebruiken om anderen te straffen of te manipuleren,
of geld weigeren waardoor ze meer eerbaar lijken. Herkenning van de onbewuste relaties met geld helpt ons te begrijpen hoe personen zo
zelf-defaitistisch kunnen zijn over zo iets belangrijks.
Spinella en Lester, (2005) ontdekten in hun onderzoek over geld en persoonlijkheid dat personen die hoog scoren op neuroticisme ook hoger
scoren op financiële impulsiviteit en lager in motivationele activiteit, organisatie en planning. Dit onderzoek toont aan de aspecten van
het neuroticisme in de mens om bevrediging te krijgen, zonder de werkelijk te ervaren, planning en hard werken. Weber, Rangel, Wibral en Falk (2009)
gebruikte de fMRI (functional Magnetic Resonance Imager) en ontdekten dat gebieden van de ventromediale prefrontale cortex (in relatie met de
verwerking van betrokken gebeurtenissen) dit de illusie van Kahneman aantoonde. Zij ontdekten dat proefpersonen niet geldbeslissingen namen
gebaseerd op wat je met geld kan kopen maar gebaseerd op een vertekende manier van redeneren in de ventromediale prefrontal cortex. (Volgende
keer kan je tegen iemand zeggen die een domme aankoop heeft gedaan: "Waar was je ventromediale prefrontal cortex?")
We weten dat manische personen gebruikmaken van de uiting van hun grandioze zelf en religieuze ascese en hun gelofte van armoede als
een uiting van hun zelfopoffering en spiritualiteit. Geld kan een uiting zijn van iemands persoonlijkheid, vertegenwoordigend delen van het
zelf of een overcompensatie voor bedreigende intimiteit zoals liefde (denk aan de film "Citizen Kane").
In mijn onderzoeksdissertatie (Gordon, 1975) ontdekte ik dat het beeld dat studenten hebben over geld veel te maken heeft met hun
kindertijd. Studenten die opgroeiden in liefde-arme gezinnen waardeerden geld meer dan zij die als kinderen veel liefde kregen. Dit bleek
waar ongeacht of hun familie arm of rijk was. Studenten uit liefde-arme gezinnen kunnen 'beschadigd' zijn in hun vermogen tot het uitwisselen
van liefde, maar niet in hun vermogen geld in te wisselen. Zij hebben de waarde van geld geleerd als een surrogaat vervanger van liefde, als
een manier van zekerheid, of als een teken van een persoonlijke zelfwaarde die ze niet ontvingen door intimiteit.
Kinderen die veel liefde hebben gekregen en geleerd hebben om met geld om te gaan, ontwikkelen later het vermogen te genieten van zowel geld als liefde.
Ik vond ook dat er intellectuelen zijn die geld onbelangrijk vinden of er minder op gericht waren. De Platonisten stelde de waarde
van het mentale leven boven hun rijkdom. Bijvoorbeeld, Einstein was in staat de wiskunde voor de quantum fysica toe te passen, maar verloor veel
van het geld van zijn Nobelprijs met slechte investeringen. Nickerson, Schwarz, en Diener, (2007) stellen dat dat personen met sterke financiële
aspiraties sociaal gericht zijn, zelfverzekerd, ambitieus, politiek conservatief, traditioneel, conventioneel en relatief minder in staat
zijn een universitaire studie af te ronden.
Veel personen worden psycholoog vanuit hun liefde voor hun ideëen en de wens anderen te helpen. Geld is vaak niet hun meest belangrijke
overweging ondanks de vele jaren studie, training en de economische druk. Sommige therapeuten gaan met hun nobele waarden te ver en wat volgens
het Psychodynamic Diagnostic Manual (PDM Task Force, 2006) genoemd wordt: "morele masochisten". Zulke personen voelen zich schuldig te ontvangen
en winnen aan zelfwaarde door te geven, zelfdeprivatie in dienst van anderen. De tegenoverdracht schuld tegenover een goed tarief voor
therapiesessies, of het laten betaling van late afzeggingen wat een ongezonde kennisgeving is aan patiënten.
Narcistische therapeuten kunnen zich te veel richten op het krijgen van waardering en hun honoraria. Terwijl therapeuten die honoraria
onverschillig laten een andere-wereld interpersoonlijk cocon overbrengen, alsof hun relatie niet te maken heeft met geld om diensten te verlenen.
Dit suggereert een verleidelijk of emotioneel parasitaire betrokkenheid. Ten slotte als de therapeut ongemakkelijk is met geld hoe moet de
patiënt deze problemen doorwerken?
Weissberg (1989) merkte op dat patiënten over hun seksuele situatie makkelijker praten dan hun actuele financiële situatie. Dit kan
een overdracht betekenen, gebaseerd op de angst geëxploiteerd te worden als de verwachting dat men niet betaald voor voor voeding. De therapeut
zijn tegenoverdracht conflicten kunnen een therapeutisch onderzoek naar fantasieën en conflicten over geld in de weg staan. Weissberg legt
uit dat de belangrijkste onderhandeling tussen therapeut en patiënt is het vaststellen van het tarief, het aanpassen van het tarief van
gewijzigde omstandigheden, het innen van het tarief, en hoe te handelen bij gemiste afspraken. Ofschoon Weissberg waarschuwt dat geldzaken een
weg zijn naar andere irrationele conflicten, zal desondanks de finaciële afspraken tussen therapeut en patiënt een zakelijk
overeenkomst moeten zijn, zoals de therapeut zijn opleiding en tijd verkoopt als manier van een therapie-ondersteuning van de patiënt.
Patiënten tonen vaak hun weerstand en overrdracht in agendering en betalingsconflicten die sterk gerationaliseerd zijn. Dat is
wanneer patiënten hun voordeel kunnen doen met een zorgvuldige combinatie werkelijke verduidelijkingen over de behandelingsovereenkomst,
de waarde van de behandeling en indien afgerond, een interpretatie van hun onbewuste vrees voor behandelingssituaties
*Bron:
Robert M. Gordon (2009), MPennsylvania Psychologist Quarterly, September Issue, 69, 8, 10 and 14/vertaling redactie npspartners.nl -
Piet van der Ploeg - 9 januari 2012
De meeste mensen gaan gelukkig uit van het positieve denken en voelen van andere personen. Hoe minder de betrokkenheid is met die ander hoe eenvoudiger dit is kennelijk. Afstand maakt dat we objectiever en wat zakelijker kunnen kijken naar het gedrag van die ander. Dit is ook de reden waarom veel cliënten in psychotherapie de opmerkingen van hun therapeut vaak zo verhelderend vinden, omdat de betrokkenheid, zeker in het begin, maakt dat de therapeut veel afstandelijker en dus vaak objectiever naar de gevoelens en het denken van zijn cliënt kijkt en dit kan vertalen naar zijn eigen gevoelens en gedachten over de ervaringen van de cliënt.
Het verbaast met steeds weer hoe erg dit klopt in mijn dagelijkse psychotherapiepraktijk. En meestal vertel ik eerlijk hoe het komt dat ik zo anders en veel objectiever kijk naar dat wat de cliënt vaak als emotioneel, moeilijk en frustrerend heeft ervaren in zijn leven.
Ook in relaties met een partner gebeurt dit. Alleen bij relaties, is als het goed is tenminste, liefde in het spel. Ik hoef niemand te vertellen hoe troebel liefde ons beeld maakt van die ander zoals de liefde voor een partner. Overigens zien we dit ook bij de liefde voor onze eigen kinderen. Ik merk dat als er iets negatief over mijn eigen kinderen wordt gezegd ik in eerste instantie dit gelijk als een aanval beschouw en vaak gelijk in de verdediging schiet. Maar bij nader inzien merk ik dat vooral positief bedoelde en opbouwende kritiek mij veel informatie geeft over mijn eigen kinderen. Maar vooral ook mijn eigen rol als vader en hun opvoeding door mij en mijn partner.
Als we een relatie aangaan met een narcistische partner gebeurt er iets heel vreemds. De relatie van een narcistische man of vrouw is op
jonge leeftijd 'gevoed' met frustraties door een extreem emotioneel tekort. Frustraties van het emotioneel eenzame en angstige kind,
snakkend naar echte of onvoorwaardelijke liefde, die er niet was. Het kind moest namelijk al vroeg echte liefde, aandacht, knuffelen en koestering
ontberen.
Daarentegen moest het presteren om te voldoen aan de wensen en vragende (in plaats van gevende) liefde van de ouders. Vaak ook hebben deze ouders zelf
persoonlijkheidsproblemen waarbij narcisme een grote rol speelt. De kern daarbij is dat de ouder geen echte liefde kan geven en onvoldoende empatisch
is naar het kind toe. Wat het kind doet is niet anders dan om alles in stelling te brengen om het extreme tekort aan liefde, de frustraties daarover
en het niet erkennen van een eigen uniek integer zelf te compenseren. En alles wat mogelijk is om dit compenseren mogelijk te maken zie je bij
een narcist.
Niet direct maar uiteindelijk altijd wordt dit duidelijk zoals vooral de extreme behoefte aan aandacht en spiegeling, het chronisch
egoïsme,
gevoel van grootsheid, gevoel bijzondere rechten te hebben boven anderen, opvallend tekort aan empathie en gewetenloosheid in relaties. Daarbij komt
dat een NPS op jonge leeftijd ontstaat (eerste vijf jaar) waardoor de persoonlijkheid op jonge leeftijd is verstard of een leven lang rigide
blijft waardoor nagenoeg niets geleerd wordt (zoals echte liefde (zorg en aandacht), empathie en positieve gevoelens ervaren zoals echte intimiteit en gevoelswarmte in een relatie).
Het voorgaande betekent dus dat als we verliefd worden op een narcistische man of vrouw en zelf echte liefde als kind hebben ervaren (invers-narcisme genoemd) de kans op mislukken in de relatie ongeveer 100% is.
De aanwijzingen voor het feit dat uw partner narcistisch is, is vaak subtiel. Steeds als ik tegen mijn narcistische partner zei: "Ik hou van je", zei zij: "Ik ook van jou". Subtiele echolalie van een gevoelsgestoorde weet ik nu, maar trap daar niet in! Als je narcistische partner je iets duidelijk wilt maken waarom jij iets moet doen, moet je steeds bedenken: "doe ik dit ook voor mijzelf of alleen voor mijn partner". Als het laatste geldt moet je het niet doen! Het gedrag is dan gewoon een kopie wat hij/haar is aangedaan door de ouders.
Als je partner jou verteld wat hij/zij belangrijk vindt, moet je je afvragen waarom vindt hij/zij dit belangrijk? Namelijk meestal is het
uitsluitend bedoeld om zelfspiegeling of voeding te ontvangen voor het eigen narcistisch emotioneel tekort. Probeer ook de subtiele grenzen
op te zoeken, zoals wat doe ik en wat staat daar bij mijn partner tegenover? Een raar iets bij een gezonde relatie om iets van
geven of nemen op een weegschaal te leggen. Bij een NPS-partner is dit een levensnoodzaak om te weten of men zo
snel mogelijk afstand moet nemen of weg moet wezen als de balans steeds weer uit evenwicht is.
Steeds weer gaat het niet om wat je partner met een NPS zegt maar hoe consistent het gezegde overeenkomt met zijn of haar gedrag. En steeds weer
blijken personen met een NPS hier de mist in te gaan en dan wordt de wolf in schaapskleding duidelijk.
Dan is het dus echt wegwezen en afstand nemen en het verleden, hoe vreselijk moeilijk dit emotioneel ook is (gelukkig voor jou met echte
gevoelens) achter je te laten ten gunste van je eigen gezondheid en toekomst. Erg, maar steeds weer dé vreselijke ontluisterende waarheid bij partners met een NPS.
*Bron: npspartners.nl /Piet van der Ploeg - 7 januari 2012
Stoffen in cannabis beïnvloeden brein op verschillende manieren
Wiet werkt op de vreemdste manieren. Nieuw onderzoek wijst uit dat stoffen in cannabis ons reactievermogen zowel kunnen versnellen als
verbeteren.
Cannabis sativa, zoals wiet officieel heet, is een genotsmiddel dat door velen recreatief gebruikt wordt. Je kunt er duf van worden,
slaperig of juist actief. Interessant aan cannabis is hoe het de perceptie en het reactievermogen beïnvloedt. Normale waarnemingen en
gewone conversaties krijgen nieuwe betekenissen als je stoned bent. Dit wordt veroorzaakt door de werkzame stof in cannabis, namelijk THC,
of officieel Δ9-Tetrahydrocannabinol.
Het effect van cannabis wordt niet alleen bepaald door THC maar ook door cannabidiol (CBD). Deze stof zorgt ervoor dat THC langzamer
afgebroken wordt en heeft zelf ook effect op de hersenen. Een internationale groep neurowetenschappers onderzocht hoe THC en CBD het
reactievermogen beïnvloeden.
Onder de leiding van Allen Bhattacharyya van het King's College in Londen testten de wetenschappers vijftien mannen. Deze mannen
waren gezond, gemiddeld 26 jaar en hadden hoogstens een paar keer cannabis gebruikt. De proefpersonen moesten reageren op veranderende
pijlen door verschillende knoppen in te drukken. Tijdens de test werd hun hersenactiviteit gemeten met behulp van functionele MRI (fMRI).
Iedere deelnemer heeft de test drie keer gedaan en kreeg vooraf tien milligram THC, 600 milligram CBD of een placebo, allemaal
in de vorm van een gelatinepil. De onderzoekers bekeken de reactietijd en of de reactie goed was. Ze wilden ook weten in welke mate psychotische
symptomen optraden bij THC en CBD.
THC beïnvloedt het dopaminegehalte in het brein en kan voor symptomen van psychose zorgen. Psychose is, simpel gezegd, een mentale toestand waarbij het contact met de werkelijkheid verloren gaat. Het is te herkennen aan positieve en negatieve symptomen, welke worden veroorzaakt door een teveel of tekort aan de signaalstof dopamine in bepaalde hersengebieden.
'Positief' staat in dit geval voor 'te veel' want positieve symptomen wijzen op overmatige dopamine. Dit veroorzaakt hallucinaties, paranoia, verward denken, spreken of schrijven en verstoorde emoties. Negatieve symptomen staan voor een verlaagt dopaminegehalte. Dit kan resulteren in weinig spreken, weinig energie, vlakke gezichtsuitdrukking, wegvallen van fijne motoriek of een verstoord dag -nacht ritme. De onderzoekers hebben met behulp van fMRI de hersenactiviteit van de proefpersonen tijdens de test gemeten. Door dit te meten kunnen ze bekijken in welk hersengebied er meer of minder dopamine vrijkomt.
Opvallend genoeg zorgt THC voor een significante verbetering in de reactietijd op signalen. De onderzoekers wijten dit aan de verhoging van dopamine en activiteit in het hersengebied genaamd de rechter nucleus caudatus. In de linker nucleus caudatus verminderde de activiteit juist. Aangezien THC de afgifte van dopamine verhoogt, versnelt de reactie op signalen. De reacties zijn wel vaker fout dan bij CBD of de placebo. De psychotische symptomen zijn ook ernstiger door het verhoogde dopaminegehalte.
Personeelsleden in de intramurale psychiatrie kregen de afgelopen vijf jaar regelmatig te maken met fysiek geweld dat veroorzaakt wordt door patiënten. De helft van de incidenten leidt tot lichamelijk of psychisch letsel. Meestal volgt er geen melding bij de politie.
De kennis die antidepressivagebruikers hebben over hun medicijnen is onder de maat. Juist bij geneesmiddelen als antidepressiva kan dit tot grote gezondheidsproblemen van gebruikers leiden. Dat zeggen het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM), de Depressie Vereniging en de ADF stichting (Angst, Dwang, Fobie). De organisaties vinden dat zorgverleners hun voorlichtingsrol meer moeten benadrukken en antidepressivagebruikers nog beter in de gaten moeten houden.
Het IVM, de Depressie Vereniging en de ADF stichting onderzochten een dertigtal meldingen van het Meldpunt Medicijnen over de voorlichting van antidepressiva. 'In november 2011 hielden we een meldactie om ervaringen met de voorlichting te delen', zegt Ruud Coolen van Brakel, directeur van het IVM. 'Het aantal meldingen is beperkt, maar van de inhoud zijn we enorm geschrokken. We kregen meldingen over mensen die opzettelijk tegen een boom aanreden of die zelfmoord pleegden'. De heftige voorbeelden betroffen vooral mensen die op eigen houtje de dosering wijzigden. Het IVM kan niet met zekerheid zeggen dat deze gebeurtenissen het gevolg zijn van gebrekkige kennis over antidepressiva, maar ziet de meldingen als een signaal dat een betere voorlichting noodzakelijk is. Coolen van Brakel: 'Antidepressiva zijn voor veel mensen met een depressie of angststoornis een prima middel zonder veel bijwerkingen. Maar uit de meldingen blijkt dat gebruikers die wel bijwerkingen hebben, deze niet altijd herkennen. Goede voorlichting is noodzakelijk om te voorkomen dat mensen op eigen houtje hun dosering aanpassen, te snel stoppen of bijwerkingen niet herkennen'.
Antidepressiva worden jaarlijks door 1 miljoen Nederlanders gebruikt. Mensen die bijwerkingen hebben, zijn zich daar vaak onvoldoende van bewust of herkennen ze niet. 'Die achterstand in kennis is begrijpelijk. Huisartsen en psychiaters hebben weinig tijd en de schriftelijke informatie is beperkt en onduidelijk', reageert Coolen van Brakel. 'Patiënten met problemen moeten daarom eerder aan de bel trekken bij hun behandelaar en zorgverleners moeten bij patiënten die antidepressiva slikken een vinger aan de pols houden'. De organisaties pleiten er dan ook voor dat mensen die starten of stoppen met antidepressiva, binnen twee weken een vervolgafspraak krijgen. 'Een belangrijk moment om te checken of gebruikers nog vragen hebben en te benadrukken dat de patiënt de dosering niet wijzigt of stopt zonder overleg'.
De organisaties vinden het verder belangrijk dat negatieve ervaringen met antidepressiva goed worden vastgelegd in het medicatiedossier en worden gemeld bij het Lareb of het Meldpunt Medicijnen. Patiënten die starten of stoppen met antidepressiva kunnen meer informatie vinden op www.startenstop.nl. Hier is ook een mobiele app te downloaden. Patiënten met vragen kunnen ook terecht bij de Depressie Vereniging: www.depressie.org of de ADF stichting: www.adfstichting.nl. Ervaringen met antidepressiva delen kan via het Meldpunt Medicijnen.
Een van de arbeidsrisico's voor medewerkers in de ggz-sector is agressie en geweld. Naast patiënten en cliënten kunnen familieleden en bezoekers agressief gedrag vertonen. Het is belangrijk dat bij agressie-incidenten aangifte wordt gedaan bij de politie. Alleen dan kunnen de veroorzakers via de juiste juridische weg worden aangepakt.
Recent is de website Zelfhulpwijzer.nl van start gegaan. Deze website geeft inzicht in de ernst van klachten en problemen en geeft advies over online zelfhulp.
Alexithymie, het onvermogen om gevoelens te herkennen of onder woorden te brengen, komt bij één op de tien mensen in meer of mindere mate voor. Promovenda Katharina Görlich: 'Het is opeens zonneklaar waarom psychotherapie bij deze mensen niet aanslaat.'
Katharina Görlich waarschuwt er voor mensen met alexithymie over één kam te scheren met psychopaten. 'Die zijn weliswaar ook koud en gevoelloos, maar dat komt niet omdat ze emoties van anderen niet herkennen, maar omdat ze er geen empathie hebben.'
Aanleiding voor het promotieonderzoek van Görlich was het feit dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over wat zich afspeelt in de hersenen van mensen met alexithymie. Gevolg daarvan is dat behandelingen vaak niet aanslaan. Meer kennis over de structuur en het functioneren van hun brein is daarom van groot belang. Dit te meer omdat alexithymie een risicofactor vormt voor het ontwikkelen van psychiatrische stoornissen.
Omdat tot nu toe vooral onderzoek is gedaan naar de manier waarop mensen met alexithymie reageren op visuele emotionele stimuli, koos Görlich voor experimenten waarin emoties door middel van auditieve prikkels, woorden en klanken, werden geuit. Deels bevestigden haar onderzoeken met behulp van EEG en MRI de al bestaande kennis over de hersengebieden die betrokken zijn bij alexithymie. Maar de studies leverden ook verrassende nieuwe inzichten op, vertelt de aan de Universiteit van Kiel werkzame promovenda.
In het EEG-onderzoek vond ze - zoals verwacht - dat mensen met alexithymie minder sterk reageerden op veranderingen in de emotionele toon waarop klanken werden uitgesproken dan andere deelnemers. 'Opmerkelijk was echter', zegt Görlich, 'dat tijdens het experiment de linker hersenhelft bij hen sterker was geactiveerd dan bij proefpersonen zonder alexithymie. Dat is merkwaardig, want normaal gesproken zorgt dat deel van de hersenen juist voor een meer rationele, analytische benadering, terwijl emoties worden gereguleerd in onze rechterhersenhelft.'
Een van de belangrijkste hypothesen over het ontstaan van alexithymie richt zich op een mogelijk probleem in de verbinding tussen de twee hersenhelften. Görlich: 'Onze studie lijkt die hypothese dus te ondersteunen. Het kan zijn dat er bij mensen met alexithymie sprake is van een slecht functionerende rechter hersenhelft, gecombineerd met hyperactiviteit in de linker, maar het is ook mogelijk dat het probleem zit in een gebrekkige communicatie tussen de twee hersenhelften.'
Ook onderzoek in de MRI-scanner bracht boeiende nieuwe informatie aan het licht, vertelt Görlich. 'Het is al langer bekend dat alexithymie zich op twee verschillende manieren manifesteert. Sommige mensen zijn uitstekend in staat om emoties te voelen, maar hebben moeite om hun gevoelens onder woorden te brengen. We spreken dan van cognitieve alexithymie. Daarnaast zijn er mensen met affectieve alexithymie. Zij voelen vrijwel of zelfs helemaal niets, het zijn wat we wel menselijke robots noemen. Het probleem is echter dat die twee groepen tot nu toe door onderzoekers en behandelaars meestal over één kam zijn geschoren.'
'Wij hebben er nu voor gekozen om ze als twee afzonderlijke groepen te bestuderen en dat leverde interessante resultaten op. Op gedragsniveau vonden we geen verschillen. Deelnemers uit beide groepen voerden de taak die wij ze opdroegen even goed uit, maar dat kwam waarschijnlijk omdat die taak niet al te ingewikkeld was. Maar we zagen ook dat bij deelnemers uit de cognitieve groep heel andere hersengebieden werden geactiveerd dan bij deelnemers uit de affectieve groep.'
Volgens Görlich maakt deze ontdekking aannemelijk dat er in feite sprake is van twee verschillende, zij het sterk verwante aandoeningen. 'Ons vermoeden is dat het probleem bij cognitieve alexithymie vooral zit in een verstoorde verwerking van emotionele informatie door cognitieve hersengebieden , terwijl bij affectieve alexithymie eerder sprake is van een verstoring in het vermogen om andermans emoties te herkennen.'
Volgens de promovenda is deze constatering van groot belang voor de behandeling. 'Bij veel mensen met alexithimie slaat de gangbare psychotherapie niet aan. Tot nu toe was onduidelijk hoe dat kwam, maar wanneer je je realiseert dat het uitgangspunt van die behandeling is dat je over emoties praat, dan is het opeens zonneklaar. Bij alexithymie kan zo'n aanpak domweg niet werken, want het niet onder woorden kunnen brengen van emoties is nu juist het probleem.'
Op basis van de resultaten van het EEG-onderzoek ziet Görlich op termijn een aanpak die zich richt op het stimuleren van de activiteit in hersengebieden die bij alexithymie betrokken zijn. 'Ons onderzoek heeft veel nieuwe informatie over die gebieden opgeleverd. Nu zouden we moeten bezien of we de activiteit in die gebieden kunnen stimuleren, bijvoorbeeld met rTMS. In de behandelpraktijk is het daar nu nog te vroeg voor, maar voor het onderzoek zou dat een mooie volgende stap kunnen zijn.'(EH)
Een preventieve benadering van depressie en angststoornissen met een stapsgewijze inzet van verschillende interventies is slechts voor een kleine groep patiënten in verpleeghuizen echt effectief.
Bij aanpassing van het programma is het belangrijk meer aansluiting te zoeken bij de behoeften en de mogelijkheden van de meest kwetsbare bewoners. Ook moet worden ingespeeld op angstklachten in verzorgingshuizen en aan de ontwikkeling van hierop gerichte interventies.
Tijdens het onderzoek bleek het programma onvoldoende effectief om zowel depressie als angststoornissen te voorkomen. Bij nadere analyses bleek dat het programma wél effectief was om depressie te voorkomen, maar dat het niet werkte op het voorkomen van angst.
Aan het onderzoek namen 185 bewoners deel. De geringe mogelijkheden om het personeel voldoende te betrekken, belemmerden de uitvoering van het programma, evenals de kwetsbare conditie van een deel van de bewoners.
Els Dozeman promoveerde 7 december aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar proefschrift is getiteld: 'Prevention
of Depression and Anxiety in Residential Homes for the Elderly'.
Agressieve schizofreniepatiënten die net zijn opgenomen, hebben naar eigen zeggen veel bedreigende gedachten. Ook rapporteren zij relatief veel woede en angst, concludeert promovenda Angela Nederhof.
Door woede en angst neemt de neiging tot agressie toe vergeleken met mensen die een neutrale stemming hebben. Het lijkt dus niet te gaan om agressieve mensen, maar eerder om bange mensen die zich bedreigd voelen en zichzelf met agressie proberen te verdedigen, aldus Nederhof.
Angela Nederhof promoveert 6 januari op haar proefschrift 'Psychotic
Symptoms, Anger, and Anxiety as Determinants of Aggressive Behavior'.
Dat beschrijft een team van Amerikaanse artsen in Archives of General Psychiatry.
Na twee jaar bleek er dat de aangroep een significante verbetering liet zijn in zowel reductie van depressiesymptomen als in het functioneren als persoon. Ook vond er na het stopzetten van de behandeling weinig terugval plaats. Bovendien waren er nauwelijks bijwerkingen in de vorm van bijvoorbeeld hallucinaties, een probleem dat DBS nog wel eens wil hebben.
De afgelopen 3 jaar is het gebruik van antidepressiva in Engeland met 28 procent toegenomen. Het aantal uitgeschreven recepten voor medicijnen tegen een depressie steeg van 34 miljoen naar 43,3 miljoen, meldden de Britse gezondheidsdiensten.
De snellere reactietijd bij THC is opvallend, opmerkelijker zijn de resultaten van CBD. Het zorgde voor een veel kortere reactietijd, maar in tegenstelling tot THC maakten de deelnemers veel minder fouten. Door de kleine groep proefpersonen is niet te stellen dat iedereen beter zal reageren, maar de reactietijd was wel significant korter. Opvallend is dat CBD in vergelijking met THC de nucleus caudatus precies omgedraaid stimuleert. Links steeg de activiteit en rechts daalde de activiteit. Deze eigenschap zorgt er volgens de onderzoekers voor dat CBD in kleine mate een antipsychotische werking kan hebben.
Wiet bevat dus stoffen die hersengebieden verschillend beïnvloeden. CBD lijkt een positieve invloed te hebben. Is CBD dan een superstof waar we beter van gaan waarnemen, reageren en misschien wel presteren? Het versnelt het reactie vermogen, verbetert het mogelijk en lijkt antipsychotisch te werken, dus het heeft alle schijn mee. Echter, langdurig CBD gebruiken is geen goed idee. De verhoogde hersenactiviteit die CBD veroorzaakt kan op lange termijn wel degelijk leiden tot psychose.
Onderzoek: Sagnik Bhattacharyya e.a., Induction
of Psychosis by 9-Tetrahydrocannabinol Reflects Modulation of
Prefrontal and Striatal Function During Attentional Salience Processing.
In: JAMA General psychiatry, 2 januari 2012
*Bron: wetenschap24.nl /GGZ Nieuws - 6 januari 2012
Personeel psychiatrie doet zelden aangifte van geweld
Gedurende de zomermaanden van 2011 vulden 1534 medewerkers van psychiatrische ziekenhuizen een online vragenlijst in over ervaringen met fysiek geweld tijdens het werk. Deelnemers waren verpleegkundigen, groepsbegeleiders, artsen en therapeuten. Een derde was man, tweederde vrouw. Het onderzoek is uitgevoerd door rechtenfaculteit van de VU in Amsterdam.
*Bron:psy.nl /GGZ Nieuw2 - 6 januari 2012
Vinger aan de pols bij antidepressivagebruikers
Heftige voorbeelden
Vervolgafspraak
Meer informatie
*Bron: Ingezonden nieuws /GGZ Nieuws - 6 januari 2012
Onderzoek naar geweld in de psychiatrie
Ter ondersteuning bij dit proces is er door GGZ Nederland samen met het O&O-fonds GGZ een handleiding voor leidinggevenden ontwikkeld. Zij kunnen deze gebruiken bij het doen van aangifte bij agressie- en/of geweldsincidenten wanneer medewerkers hiermee te maken krijgen. Daarnaast besteedt de arbocatalogus van de ggz-sector aandacht aan het arbeidsrisico agressie en geweld en de te nemen maatregelen. Werknemers hebben hun eigen verantwoordelijkheid in het omgaan met geweld. Maar daarnaast is de werkgever verplicht maatregelen te treffen.
Er is in Nederland slechts op beperkte schaal onderzoek gedaan naar de aard en omvang van agressieve incidenten tegen hulpverleners in de intramurale psychiatrie. Naar de eventuele strafrechtelijke reactie is helemaal geen systematisch onderzoek verricht. Dit is de aanleiding voor de onderzoekers van de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit van Amsterdam voor het uitvoeren van een onderzoek hiernaar. Dit onderzoek is een eerste voorwaardelijke stap in het ontwikkelen van een door het veld gedragen leidraad, die beslissingen met betrekking tot eventuele aangifte en strafrechtelijke reactie zal ondersteunen.
De eerste resultaten van dit onderzoek zijn bekend. Zie voor meer informatie over dit onderzoek, de resultaten en publicaties.
*Bron: ggznederland.nl /GGZ Nieuws- 5 januari 2012
Nieuwe website geeft advies over online zelfhulp
Op www.zelfhulpwijzer.nl kan een zelftest worden gedaan. De uitkomst van de test geeft een indicatie van de ernst van psychische klachten, brengt in kaart of online zelfhulp nuttig zou kunnen zijn en zo ja, welke online zelfhulp dan passend is. Problemen waarop Zelfhulpwijzer.nl test zijn: stress, depressie, angst en problematisch alcoholgebruik.
De vragen in de zelftest zijn vragen die professionele hulpverleners ook gebruiken om een indruk te krijgen van de aard van iemands klachten. De zelfhulpwijzer verwijst alleen naar kwalitatief hoogwaardige online cursussen die bewezen effectief zijn. Ook huisartsen en psychologen verwijzen naar deze cursussen.
De website is ontwikkeld door het Trimbos-instituut en wordt aangeboden door Mentalshare.
Meer informatie:
Dorien Tolhuis
Communicatieadviseur Mentalshare
telefoon: 030 - 297 11 82
e-mail: d.tolhuis@mentalshare.nl
*Bron: trimbos.nl /GGZ Nieuws - 5 januari 2012
Psychotherapie werkt niet bij alexithymie
Alexithymie, een samenvoeging van de Griekse woorden a (zonder), lexis (woord) en thymos (emotie), is een persoonlijkheidstrek die tot gevolg heeft dat men niet of nauwelijks emoties ervaart en ze ook bij anderen niet herkent. Omdat mensen met alexithymie moeite hebben met het duiden van de gebaren en gelaatsuitdrukkingen van anderen, communiceren ze slecht. Daardoor komen ze vaak kil en afstandelijk over.
Koud en gevoelloos
Risicofactor
Auditieve prikkels
Linker hersenhelft
Hyperactiviteit
Menselijke robots
Twee groepen
Verwante aandoeningen
Zonneklaar
Stimuleren hersengebieden
Katharina Görlich promoveert op 15 februari 2011aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift Feelings with no name. In search of a neural basis for alexithymia.
Lees de samenvatting
van het proefschrift van Katharina Görlich
*Bron:
psy.nl /GGZ Nieuws - 4 januari 2012
Voorkomen depressie in verpleeghuis nog lastig
Dit blijkt uit promotieonderzoek van verpleegkundige Els Dozeman. Zij keek of de benadering bij verpleeghuisbewoners even effectief is als bij thuiswonende ouders. Dit blijkt nog niet het geval. Het programma moet eerst worden aangepast, stelt Dozeman.
Aanpassingen
Onvoldoende effectief
Onderzoek
Proefschrift
*Bron: artsennet.nl /GGZ Nieuws - 4 januari 2012
Emotie bij schizofreniepatiënt oorzaak agressie
Patiënten met schizofrenie of een psychose hebben niet per se een agressieve inborst. Eigenlijk zijn ze bang, voelen zich bedreigd en proberen zich daardoor met agressie te verdedigen, stelt de promovenda.
Agressie
Proefschrift
*Bron: artsennet.nl /GGZ Nieuws - 4 januaroi 2012
Diepe hersenstimulatie helpt tegen depressie
Bij diepe hersenstimulatie (Deep Brain Stimulation, DBS) wordt er met een operatie een pacemaker in de hersenen gezet.
Zo'n pacemaker is een apparaat waarmee elektrische pulsen met een hoge frequentie verzonden kunnen worden naar delen van de hersenen die betrokken zijn bij bepaalde afwijkingen.
Het afgelopen decennium heeft de Amerikaanse medicijnautoriteit, de FDA, het gebruik van DBS goedgekeurd voor de behandeling van onder andere tremoren, de ziekte van Parkinson en chronische pijn.
Bovendien zijn er veelbelovende resultaten met behandeling van het Tourettesyndroom en autisme.
Nu blijkt de techniek ook te helpen bij patiënten met een unipolaire ('gewone') en een bipolaire (manische) depressie. De onderzoekers behandelden zeventien patiënten waarbij bij een deel het apparaat aan stond terwijl het bij het andere deel uit bleef. Patiënten kunnen niet merken in welke stand het apparaat staat.
Significante verbetering
De onderzoekers proberen nu de behandeling te optimaliseren, bijvoorbeeld door DBS te combineren met behandelingen om terugkeer in de samenleving te stimuleren en vergemakkelijken.
*Bron: nu.nl /GGZ Nieuws - 4 januari 2012
Britten in depressie om recessie
Volgens de Engelse depressievereniging is de toename te wijten aan de economische problemen van de afgelopen jaren. "Deze onzekere tijden leiden tot een toename van het aantal mensen met de ziekte", meldt de depressievereniging. "Sommige mensen worden overvallen door een depressie, maar bij anderen wordt het getriggerd door stressvolle gebeurtenissen, bijvoorbeeld het verliezen van een baan."
Britse media berichtten eerder dat depressies Groot-Brittannië jaarlijks 13 miljard euro kosten.
*Bron: Ingezonden nieuws/GGZ Nieuws - 2 januari 2012